De ernst van Luther en Calvijn

Foto Museum Catharijneconvent Utrecht
3

Aan het Lutheran Seminary in St. Paul (Minnesota, VS) had vorige week het tweejaarlijkse colloquium van de Calvin Studies Society plaats. Calvijn en Luther, Rome maar ook de puriteinen, kwamen er uitvoerig aan bod. Is er zicht op een ware reformatorische oecumene?

In Amerika, evenals in Europa, gaan de lutheranen er wel eens prat op dat zij vooral de protestanten zijn met een grote oecumenische gezindheid. Het accent op het Woord, dat in de traditie van Luther als ”promissio” (belofte) van genade spreekt, gaat gepaard met een liturgisch zoeken naar verbindingen met de kerk van Rome.

Prof. Timothy J. Wengert, een groot kenner van Melanchthon, hield tijdens een van de congresdagen een korte dienst voor studenten van de campus. In zijn preek was het lutherse adagium van Gods genadige wil om zondaren zalig te maken in Christus’ verlossingswerk duidelijk te herkennen. Dat gebeurde echter in een hoogliturgisch kader van gewaden, kruistekenen en kaarsen dat onluthers rooms aandeed. Was dat nu werkelijk in de geest van de vaderen die in het onherbergzame en koude noorden van de Verenigde Staten hun houten kerkje bouwden? Zij waren, begreep ik, van de piëtistische snit, sterk gericht op een levende vroomheid.

Hun nageslacht lijkt als het om theologische accenten gaat toch een andere, modernere weg te gaan. Ligt een moderner, oecumenisch geloofsleven nog in het verlengde van de oude lutherse vroomheid? Vragen die niet zomaar beantwoord kunnen worden.

Puriteinen

Overigens blijken ook de lutheranen in Amerika hun diversiteit te kennen. Zij die van de Missourisynode zijn, tonen zich het meest orthodox in de leer van Luther. Lutherkenner prof. Robert Kolb is een van hun vertegenwoordigers. Hij sprak tijdens de conferentie over het beeld van Luther als ”Profeet van de Duitse natie”.

Prof. Kolb laat zich kennen als een orthodoxe lutheraan, maar tijdens een gesprek in de wandelgangen blijkt dat hij ook hartelijke betrekkingen onderhoudt met het Puritan Theological Seminary in Grand Rapids, waar dr. Joel Beeke de theologie van Calvijn en de puriteinen vertegenwoordigt. Is dat toch niet een andere oecumene dan die van lutheranen en gereformeerden die elkaar vinden op basis van moderne theologische inzichten? En wat is het dan dat verbindt of vervreemdt? Is het soms het gevoel dat de ”woorden” van de reformatorische vaderen wel worden herhaald, maar dat de ”zaken” van de beleving en doorleving niet echt meer worden gevonden?

De herkenning die een orthodoxe lutheraan als Kolb vindt in de puriteinse traditie is van een andere orde dan die prof. Christine Helmer in haar slotbijdrage over de ”game” Luther versus Calvijn belicht, waar in de lijn van de protestantse theoloog uit het Duitsland van de 19e eeuw, Friedrich Schleiermacher, naar vereniging wordt gezocht. In haar bijdrage wijst Helmer overigens ook op moderne ontwikkelingen waarin men in de traditie van Luther en Calvijn samen naar een boodschap zoekt die weerstand kan bieden aan de verlichte modernisten. Komt er in de 21e eeuw ruimte voor een nieuw program: ”Met Luther en Calvijn tegen de verlichting”?

De notie van de ”eenheid met Christus”, die voor zowel Luther als Calvijn zo wezenlijk was als het gaat om de zaligheid, zou ook wel eens meer een centraal punt van overeenstemming kunnen zijn, tegenover alle theologische relativering. Prof. J. Tod Billings hield een helder en overtuigend referaat over hoe beide reformatoren dit Bijbelse, katholieke en reformatorische motief hebben laten gelden in hun context.

Biografie Calvijn

Hoe blijven de reformatoren voor ons leven? Luther en Calvijn – zijn het uiteindelijk niet slechts namen uit een onbereikbaar ver verleden waar we bij komende geslachten geen warmte meer voor kunnen opwekken? Het was boeiend om tijdens een forum over het schrijven van een biografie van theologische persoonlijkheden te zien dat er iets merkbaar was van de worsteling om de grote namen van de geschiedenis der kerk voor vandaag, vooral ook voor jonge mensen, levend te houden.

Prof. Bruce Gordon, die onlangs een biografie van Calvijn schreef die alom erg goed ontvangen is, maakte ons deelgenoot van het proces dat een biograaf doormaakt om zijn ‘hoofdpersoon’ tot leven te wekken. Het gaat om een eerlijk, reëel beeld, vanuit de context van de relaties en in het beeld van de tijd, dat een biograaf van een hervormer zo helder mogelijk heeft weer te geven. Dat kan echter niet zonder de overtuiging dat zijn hoofdpersoon ook vandaag nog wat te zeggen heeft. Bij alle distantie die er wat tijd en overtuiging betreft kan zijn, is er ook een overtuiging nodig dat de rol van deze hoofdpersoon uit het verleden nog niet is uitgespeeld.

Eigen traditie

Het blijft een vraag hoe kerkhistorici hun bijdrage kunnen leveren aan de verheldering van de eigen traditie van de diverse takken van de boom van de Reformatie. Laten zien hoe het vroeger was, en hoe de ontwikkelingen na de eerste generatie zijn verlopen tot op de huidige dag, dat is het werk van kerkhistorici en de systematici, die er hun conclusies uit proberen te trekken voor de kerken die in de traditie van de Reformatie willen staan. Wat tijdens een wetenschappelijke conferentie tussen hoogleraren en kenners wordt gedeeld, moet ook weer vertaald worden voor diegenen die aan de theologische instellingen onderwijs ontvangen om de kerken te gaan dienen. Zijn ze geholpen met een conferentie over Luther en Calvijn? Zal de toenadering er een zijn van een ware reformatorische oecumene? De tijd zal het leren.

Relativerend

Soms zijn er ervaringen die bijzonder relativerend werken. Op de zondag na de conferentie bezocht ik twee kerken in Minneapolis. De eerste was die van de bekende puriteinse theoloog John Piper, die in Bethlehem Baptist Church predikant is, in een gemeente van oorspronkelijk Zweedse baptistische komaf. Een liturgie en wijze van eredienst waarbij in veel reformatorische kerken in Nederland de wenkbrauwen zullen worden gefronst. Maar er was een boodschap die ontdekkend, Bijbels-reformatorisch was, waarin God en Zijn eer centraal stonden, op een wijze die Calvijn zeker zou zijn bevallen.

Daarna bezocht ik een dienst in de Westminster Presbyterian Church. Maar de traditie van de Westminster Confession, toch ook ‘calvijns’ ,was er niet echt meer te bespeuren. Een kerk van ”high-class”, vooral oudere Amerikanen, met veel cultuur en professionele muziek. Weinig onderscheid in de prediking, een inclusiefevangelie, met veel vriendelijkheid en vanzelfsprekendheid. De ‘middenorthodoxie’ in Amerika, waarbij het sociale element van de kerk soms belangrijker lijkt dan het werkelijke leven uit Christus.

Waar is in zo’n dienst Luther en waar Calvijn? Niet dat het om hun namen gaat, maar waar is de ernst die hen bewoog toen ze in een eeuw van grote nood en wonderlijke doorbraken Gods radicale genade hebben verkondigd? Het zijn vragen die meegenomen worden uit Amerika, omdat ze niet alleen daar op een antwoord blijven wachten.

In Minnesota (VS) had vorige week het tweejaarlijkse colloquium van de Calvin Studies Society plaats. Dr. M. A. van den Berg doet verslag. Vandaag deel 3 (slot).


Lutheran Seminary: een indrukwekkende façade

Wie de campus van het Lutheran Seminary in St. Paul, in de Amerikaanse staat Minnesota, betreedt, krijgt als eerste beeld een indrukwekkende gevel op zijn netvlies. Het kan niet missen, hier is sprake van een instituut dat zich met recht wil laten gelden te midden van andere prestigieuze kerkelijke universitaire opleidingen.

Princeton Seminary; South Bend Indiana, met de glorieuze rooms-katholieke universiteit van Notre Dame; Calvin Seminary in de gereformeerde hoofdstad van de VS, Grand Rapids – in deze illustere rij namen kreeg St. Paul met ere zijn plaats als een van de gastheren van de Calvin Studies Society. Van afgelopen donderdag tot en met zaterdag waren zo’n zeventig deelnemers aan dit tweejaarlijkse colloquium te gast, met een keur aan sprekers, voornamelijk uit de Verenigde Staten.

Maar wie zijn de lutheranen van Amerika nu precies? Dat is een vraag die zich niet zo gemakkelijk laat beantwoorden. Uiteraard zijn ze ook ‘ontkomen’ aan Europa, waarschijnlijk meer om economische redenen dan vanwege het feit dat ze op zoek moesten gaan naar een land waar ze de geestelijke vrijheid ontvingen om te leven naar hun overtuiging. Anders dus dan de Engelse Pilgrim Fathers of de Franse hugenoten. De lutheranen kwamen uit Duitsland, maar vooral ook uit de Scandinavische landen.

Vlak bij het gebouw met de imposante façade staat ergens tussen de bomen verscholen een oud houten blokhutkerkje. Deze zogenoemde Muskegokerk is in 1844 door Noorse immigranten gebouwd, die in het noordelijke deel van de VS de ruimte kregen om een nieuw leven op te bouwen, maar dat niet zonder hun oude geloof gestalte wilden geven. Het simpele houten gebouw is in 1904 als een historisch monument verhuisd naar de campus van Lutheran Seminary, waar het herinnert aan de eenvoud van de pioniers.

Maar hoe was hun geloof toen, en wat is er vandaag nog van te merken? Geldt voor Amerikaanse kerken ook wat het bekende gezegde verwoordt: „Toen de kerken waren van hout, waren de harten van goud” – met daarbij ook het omgekeerde, helaas? Heeft het succes van Amerika, het land van de ongekende kansen die mensen kunnen grijpen, niet diepingrijpend invloed laten gelden op het geestelijk leven?

Als Luther zijn confessionele volgelingen vandaag zou kunnen zien, zou hij dan niet het hoofd moeten schudden en zijn hart vasthouden, omdat de ”theologie van het kruis” toch weer al te zeer een ”theologie van glorie” is geworden, waarbij het zo moeilijk is om blijvend te leven uit geloof alleen, uit genade alleen? Overigens geldt deze vraag evenzeer voor de protestanten die zich afstammeling weten van Calvijn.

Worden de geestelijke vaders werkelijk verstaan als wij ons als hun kinderen op hen beroepen?