Vernietigende biografie over Neelie Kroes

3

Katjes kunnen krabben, zegt oud-premier Lubbers in het boek over VVD-politica Neelie Kroes. Als minister van Verkeer en Waterstaat was de toenmalige Smit-Kroes „geen katje om zonder handschoenen aan te pakken.” Als alles in het boek waar is, heeft Lubbers zich gematigd uitdrukt.

Voor de biografie ”Neelie Kroes. Hoe een Rotterdams meisje de machtigste vrouw van Europa werd” hebben de auteurs Stan de Jong en Koen Voskuil met vrijwel iedereen gesproken die met Kroes heeft gewerkt. Zo komt oud-VVD-leider Wiegel aan het woord, alsmede oud-minister van Financiën Ruding, en natuurlijk oud-premier Lubbers. Zelfs haar oud-echtgenoot Bram Peper doet een boekje open.

Van één persoon kregen ze geen medewerking, en dat was Neelie Kroes zelf. Zo’n weigering kan een smet op een boek werpen. Maar het hoeft zeker de geloofwaardigheid niet aan te tasten. Ook bij een biografie over Napoleon kun je de hoofdpersoon niet raadplegen. Maar in dit geval zegt het ook iets over het boek: met een overstelpende hoeveelheid andere bronnen wordt een beeld van de Nederlandse EU-commissaris geschetst dat niet fraai is.

Toen Neelie Kroes medio 1941 in Rotterdam werd geboren, was de stad nog bezig zich te herstellen van het Duitse bombardement in 1940. In een vorige generatie was het geslacht Kroes wel redelijk kerkelijk geweest, maar bij haar ouders was die betrokkenheid afgezakt.

Na de Bevrijding begon haar vader een bedrijf voor zwaar transport. Het was de bedoeling dat Neelie daar ook haar brood uit zou gaan halen, maar tijdens haar studie aan de Nederlandse Economische Hogeschool maakte ze kennis met andere milieus en verlegde ze haar koers. Wel gebruiken de auteurs het beeld van de „Rotterdamse rouwdouwers” regelmatig als verklaring voor haar gedrag. Ze heeft het contact met het bedrijfsleven ook nooit verloren.

Studentenclub

Tijdens haar studie verwierf ze de vaardigheid die later voor haar zo belangrijk werd, namelijk netwerken. Eind jaren vijftig was je als vrouwelijke student nog een opvallende verschijning. Veel mensen die later haar pad kruisten, studeerden hier in diezelfde periode, zoals Onno Ruding, Ruud Lubbers en Jan Pronk. Kroes sloot zich aan bij de protestantse studentenclub (van Pronk) en tegelijk bij de vereniging van vrouwelijke studenten.

In 1965 trouwde ze met marine­officier Wouter Jan Smit. Ze werkte in die tijd op de universiteit als medewerker. Maar een wetenschapper zat niet in haar. De wetenschap vraagt langdurige concentratie op één onderwerp en dat is niets voor Neelie, zo zeggen verschillende mensen in het boek. Ze verlegde dus de blik naar de Rotterdamse gemeenteraad, waartoe ze in 1970 toetrad voor de VVD. Zo werd ze ook bestuurslid bij de Kamer van Koophandel, natuurlijk het eerste vrouwelijke.

In 1972 stoomde ze door naar de Tweede Kamer. Onder leiding van Hans Wiegel kreeg ze daar alle ruimte om zich zelfstandig te ontwikkelen. Ze kreeg daar Verkeer en Waterstaat als portefeuille, maar van Wiegel moest ze ook Onderwijs erbij doen.

Kroes toonde zich een kundig en ambitieus Kamerlid. Het verbaasde dan ook niemand dat ze in 1977 staatssecretaris voor Verkeer en Waterstaat werd in het kabinet-Van Agt. Later was ze twee termijnen minister.

Na de val van het kabinet-Lubbers II is ze niet meer teruggekeerd in Den Haag. Daar zal de generatiestrijd in de VVD een rol bij hebben gespeeld. Maar in 1994 heeft een oude rot als Bolkestein haar ook niet gevraagd in het paarse kabinet.

De auteurs bieden daarvoor twee verklaringen. De eerste is dat Kroes geen teamspeler was. Bolkestein heeft in zijn paar maanden als minister van Defensie in Lubbers II de stijl van Kroes in de Trêveszaal kunnen aanschouwen. Dat moet niet best zijn geweest.

Waarzeggers

”Netwerk-Neelie” werd ze genoemd. Maar Kroes’ kracht bleek tevens haar zwakheid. Lubbers geeft aan dat hij een keer gedoe verwachtte omdat ze „op de rand van publiek en privaat” balanceerde. Het boek bevat daarvan voldoende voorbeelden. Ze had niet alleen een innige relatie met een topman van Fokker, ze deed ook deals met zakenmannen tegen wie een strafrechtelijk onderzoek liep. Als de helft van wat in dit boek staat, waar is, is het al erg genoeg.

Feit is wel dat de afdeling verkeer van haar woonplaats Wassenaar bijzonder ingenomen was met haar ministerschap. Sommige problemen werden met spoed aangepakt en soms ook door Den Haag betaald. Je wrijft je ogen uit: het lijkt Italië wel.

Veelzeggend zijn haar contacten met waarzeggers. Ze heeft ten minste vijf paragnosten gebruikt voor regelmatig advies. Peper vertelt daar uitgebreid over. Sommige van deze astrologen zijn onstabiele figuren die –onder meer vanwege drugs– ’s ochtends iets anders voorspellen dan de avond ervoor. Kroes zag dat, maar ging er desondanks mee door. Het past bij het beeld van de perfectionistische en tegelijk onzekere vrouw.

Bill Gates

Na haar ministerschap bleef een echte topfunctie uit. Daarom werd ze president van Nyenrode, de kleine maar prestigieuze managementschool in Breukelen. Juist in die tijd verloor Nyenrode subsidie. Daar had netwerk-Neelie een oplossing voor: eredoctoraten. Zelfs Bill Gates kwam naar Nyenrode om een onderscheiding te ontvangen. Zoiets schiep natuurlijk een (financiële) band.

Tijdens haar sollicitatie als Eurocommissaris in 2004 werd ze in het Europees Parlement wel kritisch ondervraagd over sommige kwesties. Ze was in staat deze vragen te parereren. De auteurs laten doorschemeren dat ze geluk heeft gehad dat de politici zich er niet echt in hadden vastgebeten, anders had ze er nooit mee kunnen wegkomen.

Was ze dan echt fout bezig? Ze ging in elk geval met de verkeerde mensen om. Ze had bijvoorbeeld enkele jaren nauw contact met de Nederlandse vastgoedhandelaar Jan-Dirk Paarlberg. Op zijn kasteel Bolenstein had ze (gratis) een kantoor en liet ze ook haar administratie doen. In ruil daarvoor deed ze wel eens iets voor hem. Heel weinig maar, zegt ze zelf. Heel veel, zeggen anderen, onder wie ex-partner Peper.

Maar toen Paarlberg werd verdacht van miljoenenfraude en Kroes een carrière in Brussel ambieerde, heeft ze op een nacht haar kantoor leeggeruimd en is ze vertrokken zonder ooit nog iets van zich te laten horen.

Berekenende vrouw

Op diezelfde wijze ging ze met Peper om, zo vermoedt hijzelf. Toen hij als minister in de problemen kwam, verdedigde zij hem door dik en dun. Zij leefden jetsetterig, smeten met geld – uiteraard in het belang van Rotterdam.

Maar zodra Peper aftrad, was hij niet meer interessant voor haar en groeide het stel uit elkaar. De auteurs lijken die conclusie over te nemen: Kroes is een berekenende vrouw die de relatie beëindigt zodra het profijt voorbij is.

Het beeld in dit boek is dus keihard: deze kundige vrouw dient onder het mom van de publieke zaak haar eigen belang. Dit roept natuurlijk vanzelf de vraag op hoe weldenkende bestuurders haar namens Nederland in de Europese Commissie konden zetten.

Wie eerbied wil houden voor hen die in hoogheid zijn gezeten, moet dit boek dus niet lezen. Maar wie meer wil weten over de vrouw die Nederland nog tot 2014 in Brussel vertegenwoordigt, kan er zijn voordeel mee doen.


Boekgegevens

Neelie Kroes. Hoe een Rotterdams meisje de machtigste vrouw van Europa werd, Stan de Jong en Koen Voskuil; 
uitg. Nieuw Amsterdam, Amsterdam, 2011; ISBN 978 90 468 1094 1; 416 blz.; € 19,95.