Reerug met hindernissen
Wanneer je weekmenu normaal gesproken uit noedels, macaroni met kaas en diepvriespizza’s bestaat, weet je niet wat je proeft wanneer je plotseling een portie ”chevreuil aux airelles” krijgt voorgeschoteld. Letterlijk, bedoel ik – mijn culinaire Frans laat te wensen over en van het bord zelf word ik ook niet wijzer: dat ziet er, met alle respect voor de kok, uit alsof er een bizon op is uitgebeend.

Onopvallend kijk ik om me heen. Van alle gasten in De Posterije lijkt er zich niet één af te vragen uit welk van de vijf glazen hij moet drinken of waar hij zijn ellebogen moet laten. Tussen de stropdassen en avondjurken voel ik me in mijn schoonmaakkloffie even onopvallend als een kaketoe tussen de kraaien. Het monumentale oude postkantoor waarin Walter van Ecks restaurant is gevestigd, is trouwens op zichzelf al voldoende om een eenvoudige sterveling de hiebelebie te bezorgen. Groengeglazuurde bakstenen weerspiegelen het kaarslicht tegen alle muren. Strenge, gestileerde standbeelden staren vanaf hun hoge sokkels op de eetzaal neer. Dit pand moet een fortuin gekost hebben. Geen wonder dat Walter zich zorgen maakt …
Een sproetige jonge ober zwenkt langs mijn diplomatiek gekozen tafeltje in de hoek; ongetwijfeld om zich stiekem over de bleekvlekken op mijn kraag te verkneukelen. Ik buig me voorover. „Pardon”, fluister ik. „Wat eet ik precies?”
„Reerug met vossenbessen”, fluistert de jongen met een onverholen grijns terug. „En u kunt beter uw vleesmes in plaats van een dessertvork gebruiken.”
Als ik niet van nature gezegend was met een stevige dosis zelfvertrouwen, zou dit het moment zijn waarop ik gillend naar de garderobe was gerend. Nu volsta ik ermee om de jongen een ijzige blik toe te werpen en me op mijn bord te concentreren. Tenslotte heb ik op dit ogenblik niets beters te doen.
Toen ik een halfuur geleden achter Walter aan de ontvangsthal binnenstapte, kwam ons een verhitte keukenhulp tegemoet gestormd. „Mijnheer Van Eck! De wildleverancier is alwéér de hazenbouten vergeten. Ik heb de bezorger al teruggestuurd, maar de hele planning ligt overhoop, en de vaatwasser heeft ook al kuren …”
Ik zag Walter alweer vertwijfeld naar zijn zakdoek grijpen. „Ik kan later wel terugkomen”, zei ik tactvol. Maar de restauranthouder wapperde met zijn hand. „Nee, nee – je krijgt een tafeltje. Kosten van het huis. Als het spitsuur voorbij is, kom ik je wel halen.”
En dus zit ik hier en eet reerug, terwijl de obers achter mijn rug ginnegappen en het getinkel van glazen en bestek als een koppige wijn langzaam naar mijn hoofd stijgt. Een strijkorkestje speelt jazzklanken op een schemerig podium. Soezerig word je daarvan. Komt het eigenlijk wel door de muziek? Wat zei Walter ook weer? „Als ze maar niets in de voorraden hebben achtergelaten …”
Met een ruk schiet ik rechtop. Mijn hart bonst in mijn keel. Mijn ogen schieten door de zaal. Kan het zijn dat …?
Maar het geroezemoes lijkt eerder toegenomen. Mannen- en vrouwenstemmen gonzen door de zaal. Achter een van de pilaren schalt een klaterende lach.
Het idee dat iemand stiekem met mijn eten heeft kunnen knoeien, zit me niet lekker
Ik slaak een diepe zucht. Nee, geen slaapmiddel in de reerug. Toch schuif ik het bord een eindje van me af. Het idee dat iemand er stiekem mee heeft kunnen knoeien, zit me niet lekker. Ik leun voorover en kijk nog eens scherp de zaal rond. Mijn blik blijft hangen op een lange, al wat grijzende heer in een olijfgroene overjas, die net als ik aan een eenpersoonstafeltje in een stille hoek van de zaal zit. Hij heeft zijn reerug nauwelijks aangeraakt; zijn wijnglas houdt hij gedachteloos in één hand, maar in plaats van eraan te nippen, laat hij zijn ogen onopvallend langs de hoge ramen van de eetzaal dwalen. Af en toe zet hij het glas neer om achter zijn hand iets op een servetje te krabbelen, terwijl hij steels om zich heen kijkt.
Even ontmoeten onze blikken elkaar.
Met een bruusk gebaar schuift de man zijn bord opzij. Hij wenkt om de rekening. Een serveerster schiet toe. Voor ik goed en wel besef wat er gebeurt, is hij opgestaan en beent hij voor mijn verbouwereerde ogen de eetzaal uit.
Vond u dit artikel nuttig?
Gerelateerd nieuws
- Meer over
- RDMagazine
- Feuilleton







