Cultuur & boekenWaar is Louise?

Puzzelverhaal: De reis van Louise #6

Fictie

Deze zomer plaatsen we wekelijks een aflevering van het puzzelverhaal ”De reis van Louise”. Hoofdpersoon Louise maakt in de loop van het verhaal een lange tocht door Nederland. De vraag is elke week: Waar is ze nu? Puzzel mee en maak kans op een boek. Deze week aflevering 6: Een kink in de kabel.

beeld Sjaak Verboom

Een kink in de kabel

Louise trekt de achterdeur zo zacht mogelijk in het slot, loopt dan voorzichtig om het huis heen. Hopelijk ziet niemand haar. Ze maakt het hekje open. Ze loopt de straat op. Maar dan hoort ze rennende voetstappen op het grind.

Ze keert zich om, klaar om óók weg te rennen.

Het is Emily: „Wacht! Wacht even!”

Louise aarzelt. Wie kan ze vertrouwen?

„Niet weggaan!” zegt Emily. „Kun je mij niet vertellen wat er is? Ik zal het echt tegen niemand zeggen. Ook niet tegen mijn vader of moeder.”

„Luister”, zegt Louise. „Ik weet wat je denkt, ik weet wat voor bericht jullie gezien hebben. Maar ik ben niet gek, echt niet. Ik heb alleen iets… iets wat…” Ze weet niet goed hoe het zeggen moet. „Iets wat andere mensen óók willen hebben. Ik moet zorgen dat dat eerst op een veilige plek komt. En dan ga ik meteen naar huis.”

„Hoezo, iets wat andere mensen ook willen hebben?” zegt Emily.

Louise haalt haar schouders op.

„Je hebt toch niet iets gestolen hè?” dringt Emily aan.

„Nee”, zegt Louise.

„Wat dan?” zegt Emily.

Louise kijkt haar aan. Ze voelt wat ze gisteravond ook voelde: met Emily zou ze bevriend kunnen zijn, op een ander moment, op een andere plek.

Toch durft ze nog niet goed.

„Ik moet hier echt weg”, zegt ze.

„Kom”, zegt Emily, „we lopen het park in. Daar kan niemand ons zien.”

Louise laat zich meetrekken, onder de bomen, over een bruggetje, tot ze vlak bij het witte landhuis zijn dat zich weerspiegelt in de gracht die eromheen ligt.

„Ik wil je helpen”, zegt Emily. „Kun je het echt niet vertellen?”

Louise neemt eindelijk een besluit. Ze waagt het erop. Ze pakt haar rugzak, maakt hem open, haalt het pakketje eruit, wikkelt het bruine pakpapier los.

„Kijk”, zegt ze. „Komt dat je bekend voor?”

Drie kwartier later zit ze nog steeds op een bankje in het park, alleen. Ze wacht op Emily, die haar jas uit het huis is gaan halen, en ook wat eten en drinken om mee te nemen.

Ze moet lang wachten. Even staat ze zelfs op het punt om gewoon maar te vertrekken. Stel dat Emily tóch haar ouders ingelicht heeft?

Maar nee, dat gelooft ze niet.

Uiteindelijk wordt haar geduld beloond. Niet alleen krijgt ze haar jas en broodjes voor onderweg in handen gestopt, Emily heeft ook nog iets anders meegepakt. Haar moeders ov-kaart met een reizen-op-rekeningabonnement.

„Vond je moeder dat zomaar goed?” vraagt Louise.

„Ze weet er niks van”, zegt Emily. „Ik heb dat pasje gewoon uit haar portemonnee gehaald. Maar ze gebruikt het bijna nooit. Als ze erachter komt, ben jij allang waar je zijn moet.”

„Ik zal het zo gauw mogelijk bij jullie terugbezorgen”, belooft Louise.

„Als je de rekening achteraf maar betaalt”, zegt Emily.

„Daar kun je op aan”, zegt Louise.

„Kom”, zegt Emily, „dan gaan we nu eerst een Nokia voor je kopen. Dan kun je in elk geval bellen of sms’en.”

Louise laat zich meetronen naar de winkel, waar ze een minuut of tien moeten wachten: de deur gaat pas om tien uur open. En ook daarna duurt het even voor de man achter de kassa de mogelijkheden heeft uitgelegd. Uiteindelijk betaalt Louise zonder verder protesteren meer dan veertig euro voor een toestel en een prepaid simkaart.

„Heb je geld genoeg?” vraagt Emily.

Louise knikt zwijgend. Ze heeft niet heel veel meer, vijftig of zestig euro misschien. Maar ze denkt dat ze er wel mee komt. Ze is er bijna.

De vorige bus is net vijf minuten geleden vertrokken ziet ze, als ze bij de bushalte staat. Ze zal moeten wachten. Maar ze heeft genoeg speling. De bus rijdt straks –zonder dat ze verder hoeft over te stappen– naar Amersfoort. En vanaf Amersfoort duurt het niet lang meer.

Ze haalt de geprinte route uit haar rugzak en bestudeert de verschillende vertrek- en aankomsttijden. Zie je wel, ook met deze late bus is ze nog altijd om halfeen in Amsterdam. Tijd genoeg.

Het voelt ontzettend luxe om zomaar met een pasje in de bus te stappen, zonder dat ze hoeft te betalen. De rekening komt natuurlijk nog, maar toch…

Het is niet druk in de bus, ze vindt een mooi plekje bij het raam en loopt in gedachten het hele reisplan nog eens tot in details na.

Kan ze zomaar plompverloren op de stoep staan, als ze haar bestemming eenmaal bereikt heeft? Van tevoren even bellen is misschien beter.

Ze keert het idee om en om, ze weet het niet zeker. Maar uiteindelijk besluit ze toch dat ze dat gaat doen. Straks, als ze in Amersfoort is. Nog even uitstellen. Nog even achterover leunen, uit het raam staren en een beetje wegdromen op de cadans van de wielen.

„Je snapt dat het heel belangrijk is wat je me daar vertelt”, zegt de stem in haar oor.

„Ja”, zegt Louise. Ze staat op het perron waar over tien minuten de trein naar Amsterdam zal vertrekken. Aan de zijkant, een beetje uit het gedrang.

„Ik denk dat het beter is dat je blijft waar je bent. Dan kom ik je ophalen”, zegt de stem.

„Dat hoeft niet”, zegt Louise. „Ik kan er over een uur zijn.”

„Waar ben je nu?” zegt de stem.

„In Amersfoort”, zegt Louise. „Op het station.”

„Blijf daar alsjeblieft”, zegt de stem. „Ga desnoods even koffiedrinken of zo. Als je over een uurtje bij de hoofdingang staat, zie ik je wel. Ik kom er meteen aan.”

Louise kijkt verbaasd naar de Nokia in haar hand. De vrouw aan de andere kant heeft het gesprek afgebroken.

Zou die vrouw zelf in het complot zitten? Zou ze daarom niet willen dat ze het pakketje naar Amsterdam brengt?

Ligt het aan haar, of is dit gewoon echt vreemd? Ze heeft de inhoud van het pakketje dat ze met zich meedraagt nog maar heel zijdelings benoemd. Ze heeft alleen in vage bewoordingen gezegd dat ze misschien iets heeft wat daar in Amsterdam thuishoort. Iets wat ze daar misschien missen.

Maar het was alsof de vrouw die ze gesproken heeft meteen wist wie ze was en waarover ze het had. Zou ze contact gehad hebben met Mark, Boris, of een van de anderen die jacht op haar maken? Of, nog erger, zou de diefstal uiteindelijk een inside job zijn geweest, door iemand van binnenuit? Zou die vrouw zelf in het complot zitten? Zou ze daarom niet willen dat ze het pakketje naar Amsterdam brengt?

Nog maar één trein is ze verwijderd van haar bestemming. Maar als er ook maar een kleine kans is dat het waar is wat ze nu denkt, kan ze niet zomaar naar Amsterdam gaan. Dan moet ze het pakje ergens anders brengen, ergens waar het veilig is.

Ze heeft het vaker gemerkt, Louise: ze is in staat om snel te reageren en zich snel aan te passen. Daar heeft ze geluk mee, nu, want ze moet meteen beslissen wat ze gaat doen.

Even vraagt ze zich af of ze nu een complotdenker is geworden, iemand die achter elke boom vijanden vermoedt. Maar nee, dat gelooft ze toch niet. Ze neemt gewoon het zekere voor het onzekere. Dat is het veiligst.

Vijf minuten later zit ze in de trein naar Utrecht. Wat er ook aan de hand is, die vrouw zal haar in Amersfoort niet zomaar terug kunnen vinden. En evenmin in Amsterdam. Ze kan lang wachten, voor Louise daar opduikt.

Terwijl de trein begint te rijden, tollen de gedachten door haar hoofd. Hoe kan ze haar pakketje veilig afleveren, zodat het op de juiste plek terechtkomt? Zonder naar Amsterdam te gaan, en zonder naar de politie te gaan? Ze wil nog altijd Mark uit de wind houden, denkt ze. Hij zou eens moeten beseffen wat ze allemaal voor hem overheeft.

Het idee valt haar zomaar in, terwijl ze naar de voorbijflitsende bomen van het omringende bos kijkt. Dát is de oplossing. Ze gaat het pakje ergens afgeven waar ze er zeker zuinig op zullen zijn. En waar ze de kanalen kennen om het geruisloos terug te bezorgen bij de eigenaar.

Alleen, die nieuwe bestemming ligt niet naast de deur. Hoe komt ze daar het snelst?

Ze heeft haar iPhone nodig nu. Of een computer met internet. Die hebben ze vast wel in de Utrechtse bibliotheek, maar hoe ver is dat lopen vanaf het station? En heeft ze daar een pasje voor nodig? En zou je dan contant kunnen betalen? Ze vreest van niet.

Ze hoort de conducteur omroepen dat de trein Utrecht nadert, ze hoort hoe hij de volgende stations aankondigt. En dan weet ze wat ze doet. Ze blijft gewoon zitten tot ze de stad hebben bereikt waar ze studeert. Dat duurt maar twintig minuten, en daar kan ze zó naar de bieb. Daar heeft ze een pasje, daar weet ze hoe alles werkt. Dat is de beste oplossing.

Ze voelt zich een beetje alleen op de wereld, als ze vanaf het station langs de singel naar de bibliotheek loopt. Haar ouders met vakantie, haar medestudenten niet thuis, een broer die ze wantrouwt, en geen iPhone om leuke berichtjes te lezen. Voelt ze zich daarom zo betrokken bij het pakketje in haar rugzak? Omdat ze zich op de een of andere manier verwant voelt met de vroegere eigenares?

Ze kan haar ogen bijna niet geloven. Neemt de reis echt zó veel uren in beslag?

In de bieb is het rustig. Het duurt niet lang, dan heeft ze alles gegoogeld wat ze nodig heeft. Het adres en de openingstijden van haar nieuwe bestemming. De namen van de medewerkers, voor zover ze die vinden kan, want niet iedereen staat op de website vermeld. Ze heeft gezocht naar betrouwbare gezichten, en ze denkt dat ze weet wie ze hebben moet.

Nu alleen de route nog.

Ze tikt de adressen van haar begin- en eindpunt in op 9292.nl. Ze staart naar de vertrek- en aankomsttijden en ze kan haar ogen bijna niet geloven. Neemt de reis echt zó veel uren in beslag?

De plek die ze uitgezocht heeft is blijkbaar nauwelijks met openbaar vervoer te bereiken. Je moet gewoon vanaf de laatste bushalte nog een halfuur lopen. Wat betekent dat ze op z’n vroegst om vijf uur aankomt – om vijf uur, als de deuren dichtgaan en de mensen vertrokken zijn.

Dat is een zware tegenvaller.

Wat nu?

Moet ze nóg een keer onderdak zoeken voor de nacht, en heeft ze daar geld genoeg voor? Of zal ze gewoon naar huis proberen te gaan – met het risico dat Mark haar daar opwacht? Of hopen dat misschien een van haar medestudenten niet op vakantie is? Of kijken of er misschien een nachttrein is?

Ze weet het even niet meer. Maar één ding is duidelijk: opgeven is geen optie.

Oplossing gevonden? Stuur je antwoord in via puzzel@rd.nl en maak kans op een prijs.

Dit is de zesde aflevering van een vervolgverhaal dat de hele zomer duurt. Volgende week deel 7: Treinen in de nacht.