Motie SP drijft wig tussen christelijke partijen

Vrijheid van onderwijs
Het Van Lodenstein College in Amersfoort. beeld RD, Anton Dommerholt

CDA en ChristenUnie stemden dinsdag voor een motie van SP-Kamerlid Kwint waarin staat dat scholen geen ondertekening van identiteitsverklaringen door ouders mogen vragen als daarin homoseksualiteit wordt afgewezen. De SGP stemde juist tegen.

ChristenUnie-Kamerlid Bruins stelt in een reactie dat het eigenlijk niet uitmaakt of zijn fractie voor of tegen de motie van SP-Kamerlid Kwint zou stemmen. „Geen enkele school heeft in de identiteitsverklaring staan dat ze homoseksualiteit afwijst. In die zin is het een overbodige motie en konden we voor stemmen. Ik heb de identiteitsverklaringen gelezen en daarin staan mooie en liefdevolle passages over huwelijk en seksualiteit. En die opvattingen mogen er ook zijn.”

Bruins zegt dat hij niet is gezwicht voor de reuring die vorige week in links en liberaal Nederland ontstond over de identiteitsverklaringen. „Christenen hoeven zich niet te schamen. Reformatorische scholen weigeren namelijk geen leerlingen met een homoseksuele geaardheid. En ze werken aan een veilig schoolklimaat. Ook als christen kun je voor deze motie zijn. Die perkt namelijk de vrijheid van onderwijs niet in. Het is alleen een motie die uitspreekt dat de Kamer iets vindt.”

CDA-Kamerlid Rog was woensdagmorgen niet voor commentaar bereikbaar.

Feitelijk onjuist

De SGP stemde dinsdag als enige partij tegen de motie. SGP-Kamerlid Bisschop legde voorafgaand aan de stemmingen een uitgebreide stemverklaring af: „Het is feitelijk onjuist dat christelijke scholen geen oog hebben voor de moeilijke situaties waarin jongeren met een homoseksuele geaardheid kunnen verkeren. Het is evenzeer feitelijk onjuist dat de klassiek-christelijke visie op huwelijk en seksualiteit mensen met een homoseksuele geaardheid afwijst. Feitelijk onjuist is ook dat scholen anti-homoverklaringen hanteren. Feitelijk onjuist is bovendien dat het klimaat op christelijke scholen minder veilig is voor leerlingen met een homoseksuele geaardheid dan op andere scholen. De SGP zal dan ook tegen deze motie stemmen.”

Over de motie was vorige week veel te doen. Minister Slob verdedigde aanvankelijk het recht van de scholen om de verklaringen met een afwijzing van een homoseksuele leefwijze van ouders te vragen, maar zag zich vorige week dinsdag na maatschappelijke en politieke druk genoodzaakt te verklaren dat dergelijke verklaringen „een brug te ver” zijn. Hij beloofde onderzoek in te stellen en zo nodig de wet te wijzigen.

Respect

Een motie van SP-Kamerlid Van Dijk, waarin de regering wordt gevraagd om scholen op te dragen dat ze alleen respect voor de grondslag mogen vragen en geen onderschrijving ervan, kreeg ook een Kamermeerderheid. Van Dijk diende deze motie vorige week in tijdens een debat over integratie.

Deze SP-motie was mede-ondertekend door VVD, D66, GroenLinks en SP. De fracties van PVV, DENK, Partij voor de Dieren, 50PLUS, Krol en Van Kooten-Arissen steunden de Kameruitspraak. CDA en ChristenUnie stemden wel tegen deze motie.

Verder ging de Tweede Kamer dinsdag eveneens akkoord met de wet van minister Slob die extra eisen stelt aan burgerschapsonderwijs. Ook hier stemden de christelijke partijen verschillend. CDA en ChristenUnie stemden voor; SGP –met PVV, FVD en Van Haga– tegen.

De Kamer ging tijdens de stemming akkoord met een amendement van PvdA-Kamerlid Van den Hul waardoor de burgerschapsopdracht nu expliciet respect voor het gelijkheidsbeginsel en (seksuele) diversiteit oplegt.

Betreurenswaardig

In een gezamenlijke verklaring betreuren de reformatorische besturenkoepels VGS en VBSO de aangenomen moties en de wet. Ze wijzen erop dat voor veel reformatorische scholen het toelatingsbeleid een belangrijk middel is om een herkenbare identiteit op school vorm te blijven geven. Mede omdat de wet op de medezeggenschap vereist dat ouders inspraak hebben in het identiteitsbeleid.