Argentinië kampt met een lege kas

Maria Orellana kookt kippenstoof in de gaarkeuken van El Pobre de Asis, een stichting die hulp biedt aan armen en daklozen in Bue­nos Aires. beeld Julian Andres Galan
2

Ruim 35 procent van de Argentijnse bevolking leeft in armoede en 8 procent kan niet in de dagelijkse behoeften voorzien. Velen overleven dankzij hulp van de kerk en sociale organisaties, die bijspringen met gratis maaltijden, kleding en zorg. De president die zondag wordt gekozen, wacht een zware taak.

Het is halfvijf in Villa 31, in het centrum van Buenos Aires. De keuken van El Pobre de Asis, een stichting die hulp biedt aan armen en daklozen in een van Buenos Aires’ grootste wijken, geurt naar kippenstoof die in een gigantische pan op het fornuis staat te borrelen. Maria Orellana haalt een tweede pan gevuld met warme melk van het vuur en schept de melk in plastic bekers. Even later drommen de eerste schoolkinderen samen voor de deuropening, voor een beker melk en een handvol koekjes. Een moeder vraagt Orellana een frisdrankfles met melk te vullen. „Ik heb vijf kinderen”, zegt ze verontschuldigend.

Een halfuur en 220 bekers melk later is alles op. „Je had eerder moeten komen”, zegt Orellana tegen een meisje dat met een beteuterd gezicht voor de deur staat. „Kom maar om zes uur terug, dan hebben we avondeten voor je.”

Argentinië verkeert in economisch zwaar weer. Het land is voor de derde keer in vier jaar tijd in een recessie beland, nadat de regering een pakket aan bezuinigingen op regeringsuitgaven invoerde. De inflatie nam het afgelopen jaar toe tot ruim 54 procent, en in een jaar tijd halveerde de dollar in waarde. Als gevolg steeg de armoede in vier jaar tijd met 8 procent, en treft meer dan 35 procent van de Argentijnse bevolking. Onder kinderen is dat getal nog hoger: meer dan de helft leeft in armoede. De werkloosheid nam toe tot ruim 10 procent.

El Pobre de Asis opende in 2001 de deuren in Villa 31, op het hoogtepunt van de diepe economische crisis die Argentinië datzelfde jaar failliet zou doen gaan. Zowel kwetsbare stedelingen als daklozen kunnen bij de stichting terecht voor een gratis maaltijd, kleding, medicijnen en sociale hulp. Vooral het laatste jaar hebben de medewerkers van de gaarkeuken de toestroom weer zien toenemen. „Van daklozen, maar ook van families die niet meer kunnen rondkomen”, zegt Carina Corvalan, coördinator van de stichting.

Koopkracht

Hoewel bijna alle bevolkingslagen de gevolgen ondervinden van de crisis, worden de laagste inkomensgroepen het hardst getroffen. Hun koopkracht nam nog meer af dan die van de rest van de bevolking, een gevolg van de stijging van de prijzen voor voedsel en transport, waar een groot deel van hun inkomsten aan opgaan.

Een eenvoudige rekensom maakt duidelijk waarom. Volgens het Bureau voor de Statistiek van de Argentijnse overheid heeft een gezin van vier personen 620 dollar nodig om in zijn basisbehoeften te voorzien, meer dan twee minimumsalarissen van 280 dollar. Velen kunnen simpelweg de eindjes niet meer aan elkaar knopen.

Als gevolg zijn steeds meer Argentijnen afhankelijk van de gaarkeukens in de armere buurten van het land. De keukens worden veelal gerund door sociale organisaties en kerken, en ook veel particulieren openden de laatste jaren een gaarkeuken. Een deel van de keukens krijgt subsidies van de overheid, die afgelopen maand een noodwet aannam om het budget voor de voedselvoorziening met 50 procent te verhogen, nadat de Rooms-Katholieke Kerk en maatschappelijke organisaties met grote protesten maatregelen hadden geëist.

„Het is moeilijk om rond te komen”, zegt ook Orellana, die naast het werk als vrijwilligster voor de gaarkeuken werkt als hulp in de huishouding. „Vlees, melk en boter zijn onbetaalbaar geworden, dus die koop ik al bijna niet meer.”

Fabriekssluitingen

In de sloppenwijk Puerta de Hierro, in het stadje San Justo in de provincie Buenos Aires, is de situatie nog schrijnender. „Van de 4500 inwoners zijn er zo’n 3000 afhankelijk van de tien gaarkeukens in de buurt”, zegt Eduardo Garcia, bisschop van San Justo. „Een jaar geleden was dat nog maar de helft. Veel mensen zijn hun werk kwijtgeraakt door de sluiting van fabrieken het afgelopen jaar. Daarbij is er ook minder werk in de informele economie, omdat ook de middenklasse is getroffen door de crisis. Het eerste waarop mensen besparen zijn de schilder, de tuinman, de schoonmaakster. Daar merken de bewoners hier direct de gevolgen van.”

De kerk runt verschillende gaarkeukens in de buurt, evenals een rehabilitatiecentrum voor drugsverslaafden. „De voedselcrisis is slechts het topje van de ijsberg”, zegt Garcia, die elke dag een bezoek brengt aan het rehabilitatiecentrum. „Ons grootste probleem zijn de drugs, die de jeugd doen afglijden naar verslaving en criminaliteit. Het gebruiken van crack is in Argentinië wijdverbreid. Jongeren zien geen andere uitweg dan drugs te dealen en te gebruiken.”

Het rehabilitatiecentrum biedt onderdak aan 285 verslaafden, waar ze als onderdeel van hun re-integratie in de maatschappij zorgen voor de ouderen en gehandicapten uit de buurt, na een afkickperiode van twee maanden op het platteland. Wanneer deze verslaggever het centrum bezoekt, wordt het tweejarig bestaan gevierd met een mis en een gratis maaltijd waarop een paar honderd buurtbewoners zijn afgekomen. Twintigers zitten om de tafels in een sporthal met de afbeelding van paus Franciscus aan de muur, hun gezichten verwoest door jaren van crackgebruik, de tanden uitgevallen. Achter de sporthal staan barbecues met worstjes voor de lunch, voor het altaar staat een tafel met taarten voor een jarige buurtbewoner.

„Onze jeugd heeft veel pijn”, zegt de jonge priester Nicolas Angelotti, namens de rooms-katholieke kerk verantwoordelijk voor het rehabilitatiecentrum en de gaarkeukens in Puerta de Hierro. „We zijn hier samen om onze jeugd het geluk van een leven gedeeld met anderen te geven. Hier is niemand een wegwerpartikel, hier zijn we een familie.”

Herhaling

Een dalende peso, gierende inflatie, een economie in recessie en een gigantische staatsschuld: is Argentinië op weg naar een herhaling van de diepe economische crisis van 2001 en een negende staatsbankroet in slechts zeventig jaar tijd?

„Technisch gesproken is Argentinië al failliet, want in augustus heeft de regering de betalingen aan haar schuldeisers noodgedwongen uitgesteld”, zegt Miguel Zielonka, econoom van consultancybureau Econviews in Buenos Aires. „De regering noemt het een herprofilering van de schuld, maar in de praktijk is de staat bankroet, want hij heeft simpelweg geen geld om aan zijn betalingsverplichtingen te voldoen. De kas is leeg.”

In 2018 klopte de huidige president, Mauricio Macri, al bij het IMF aan voor een reddingsplan van 51 miljard dollar, de grootste lening van de geschiedenis van het fonds. In ruil daarvoor moest Macri wel een reeks bezuinigingen doorvoeren om het begrotingstekort terug te brengen.

Het mocht niet baten: na de voorverkiezingen van afgelopen augustus, met winst voor Macri’s peronistische tegenkandidaat Alberto Fernandez, kelderde de peso dusdanig in waarde dat de regering moest bekennen haar schulden voorlopig niet meer te kunnen afbetalen. Tot overmaat van ramp zette het IMF ook het reddingsplan in de wacht, waarvan in september 5400 miljoen dollar uitgekeerd zou worden. Pas wanneer er duidelijkheid komt over de nieuwe regering, waarvoor zondag verkiezingen zijn, besluit het IMF of Argentinië weer toegang krijgt tot krediet.

Reserves

Toch is de huidige economische crisis niet vergelijkbaar met die van 2001, stelt Zielonka. „In tegenstelling tot in 2001 is het onwaarschijnlijk dat er ook een bankencrisis ontstaat. De banken hebben genoeg reserves om normaal te blijven functioneren. Daarbij is de economie nu weliswaar in recessie, maar er is geen sprake van een diepe depressie zoals tussen 1998 en 2002.”

De toekomst zal afhangen van hoe snel de nieuwe regering over herstructureringvan de schulden kan onderhandelen, zegt Zielonka. „Maar daarvoor zal de regering akkoord moeten gaan met een streng bezuinigingsplan. Hoe langer daarmee wordt gewacht, hoe langer deze crisis voortduurt.”

Economische crisis in cijfers

Ruim een derde van de Argentijnse bevolking leeft onder de armoedegrens en 8 procent in extreme armoede. Begin 2016 was dat respectievelijk 30 procent en 6 procent, volgens cijfers van de overheid. Het afgelopen jaar daalde de koopkracht voor de hele bevolking met 13,8 procent. Voor de 40 procent Argentijnen met een laag inkomen nam de koopkracht nog sterker af, met 16,6 procent. Het afgelopen jaar bedroeg de inflatie 54,4 procent, tegen 40 procent in 2016. De hoge inflatie is een direct gevolg van de devaluatie van de dollar ten opzichte van de peso, die in het afgelopen jaar halveerde in waarde en vier keer minder waard is dan eind 2015.