Zuid-Korea in ban van verkrachtingszaak Noord-Koreaanse vluchtelinge

Grenspost van Zuid-Korea (onder) en Noord-Korea (op de heuvel), bij de grensplaats Paju. beeld EPA, Jeon Heon-Kyun

Noord-Koreaanse vluchtelingen zijn uiterst kwetsbaar in Zuid-Korea, met name vrouwen. Dat toont een recente verkrachtingszaak.

Zuid-Korea is in de ban van een verschrikkelijke zedenzaak. Een Noord-Koreaanse vluchtelinge zegt tientallen malen te zijn verkracht door een militaire inlichtingenofficier die haar moest beschermen. Die dwong de vrouw bovendien tweemaal tot abortus.

Na ruim een jaar verzamelde de vluchtelinge, van wie de naam niet is bekendgemaakt, de moed om het misbruik te melden aan de leidinggevende van de verkrachter. Die voerde de vrouw echter dronken en dwong haar eveneens tot geslachtsgemeenschap. Hij zou de vrouw eenmaal misbruikt hebben.

De vrouw zegt meerdere zelfmoordpogingen te hebben ondernomen. „Ik zocht vele keren per dag naar manieren om mijzelf om het leven te brengen”, vertelde ze in tranen aan Zuid-Koreaanse media. „Ik heb het hartje van de baby gehoord en heb nachtmerries dat ik een moordenaar ben.”

De vrouw arriveerde in 2016 alleen in Zuid-Korea. Zij had geen familie bij zich en had bij aankomst in Zuid-Korea geen vrienden of kennissen.

Noord-Koreaanse vluchtelingen worden in Zuid-Korea eerst ondervraagd en krijgen daarna voor een periode van doorgaans drie maanden onderricht in het functioneren in de Zuid-Koreaanse maatschappij. Daar leren zij onder meer solliciteren, pinnen en boodschappen doen. Het vrije en welvarende Zuid-Korea voelt voor veel Noord-Koreaanse nieuwkomelingen als een buitenaardse planeet vergeleken met hun straatarme en dictatoriale thuisland.

Na deze periode krijgen Noord-Koreaanse vluchtelingen doorgaans een ‘beschermingsofficier’ toegewezen, die hen wegwijs maakt in Zuid-Korea en af en toe controleert of alles goed gaat met de migrant. De officier die de vrouw in kwestie toegewezen kreeg, stelde haar voor aan twee militaire inlichtingenofficiers. Die spraken gedurende ruim een jaar vele malen met de vrouw af.

De vrouw heeft een van hen, aangeduid met zijn achternaam Kim, aangeklaagd voor ”quasi-verkrachting”. Dat is de term in het Zuid-Koreaanse strafrecht voor een verkrachting waarbij de misdadiger misbruik maakt van een slachtoffer dat buiten bewustzijn is of niet in staat is weerstand te bieden. De vrouw heeft daarnaast zowel Kim als diens leidinggevende aangeklaagd voor seksueel misbruik door het misbruiken van autoriteit.

De zaak toont hoe kwetsbaar Noord-Koreaanse vluchtelingen, met name vrouwen, zijn in Zuid-Korea. Zij arriveren vaak alleen in een land waar zij de cultuur, wet en gebruiken niet kennen. Daardoor zijn Noord-Koreaanse vluchtelingen vaak het doelwit van kwaadwillende oplichters, die hen geld proberen af te troggelen. Veel Zuid-Koreanen zien en behandelen de vluchtelingen als tweederangsburgers.

Het werkloosheidscijfer en zelfmoordpercentage onder Noord-Koreaanse immigranten ligt hoger en het gemiddelde inkomen lager dan bij Zuid-Koreanen. Meer dan 70 procent van de circa 33.000 Noord-Koreaanse vluchtelingen in Zuid-Korea is vrouw.

De broer van de vrouw, die nog in Noord-Korea verblijft, is daar mogelijk in een strafkamp beland door het werk van de twee officieren. Zij regelden een telefoongesprek voor de vrouw met haar broer en eisten in ruil hiervoor van hem informatie. Dit gaf hij, waarna hij later door de Noord-Koreaanse autoriteiten gearresteerd werd voor spionage.

Het ministerie van Defensie bevestigde donderdag dat de militaire inlichtingendienst een onderzoek heeft ingesteld naar de twee verdachten.