Noord-Koreaanse vrouw is in China handelswaar

Noord-Koreaanse prostituee in Shanghai, China. In China werken tienduizenden Noord-Koreaanse vrouwen gedwongen in de seksindustrie. beeld Lei Han

Tienduizenden Noord-Koreaanse vrouwen worden in China als seksslavin of bruid verhandeld. Een kleiner deel eindigt voor een webcam om gedwongen seksuele handelingen uit te voeren.

Dat blijkt uit een deze maand verschenen rapport van onderzoeksgroep Korea Future Initiative (KFI).

In totaal levert de uitbuiting van Noord-Koreaanse vrouwen de Chinese onderwereld jaarlijks 105 miljoen dollar (circa 93,8 miljoen euro) op, een schatting die KFI „nog aan de lage kant” noemt. De meisjes of vrouwen zijn meestal tussen de 12 en 29 jaar. Zestig procent van alle vrouwelijke vluchtelingen krijgt met een vorm van mensenhandel te maken en een meerderheid wordt meer dan één keer verkocht. Er verblijven tussen de 50 en 200.000 Noord-Koreanen in China.

Het gros van de vrouwen eindigt in slavernij door misleiding. Zij worden in China benaderd door Koreaanstalige mannen die hen werk, voedsel of een vlucht naar het veilige Zuid-Korea aanbieden. Veel vrouwen accepteren het aanbod. Ook drijft angst om opgepakt en teruggestuurd te worden naar Noord-Korea de vrouwen in de armen van mensenhandelaars. Wie zich niet laat misleiden, wordt dikwijls ontvoerd.

Eenkindpolitiek

Tienduizenden vrouwen zijn sinds de jaren negentig als bruid verkocht aan Chinese mannen. Na decennia van eenkindpolitiek kampt China met een mannenoverschot, dat volgens de Chinese Academie van Sociale Wetenschappen in 2020 oploopt tot 40 miljoen. „Dit stimuleert de lucratieve mensenhandel, die tienduizenden ‘bruiden’ uit verarmde gemeenschappen langs de grens met China het land in lokt”, aldus het rapport. Hoewel gedwongen huwelijken formeel in China zijn verboden, wordt zelden tegen de praktijk opgetreden.

Noord-Koreaanse vluchtelingen in China zijn extra kwetsbaar. Wanneer zij gesnapt worden door de autoriteiten, sturen die hen terug naar Noord-Korea – waar hen vaak het werkkamp of zelfs executie wachten. Dit overkomt jaarlijks zo’n 6000 Noord-Koreanen. De vluchtelingen kennen de wereld buiten Noord-Korea nauwelijks, wat hen een gemakkelijke prooi voor mensenhandelaars maakt. Zij zijn pas veilig als zij een derde land, meestal Thailand, bereiken. Daar kunnen zij zich melden bij de Zuid-Koreaanse ambassade, die hen de Zuid-Koreaanse nationaliteit schenkt.

Een deel van de praktijken was reeds bekend, hoewel schattingen van aantallen vrouwen en ‘winstcijfers’ tot nu toe goeddeels ontbraken. Waar vroeger Noord-Koreaanse vrouwen vaker als bruid werden verkocht, toont het onderzoek aan dat sekshandel die praktijk voorbijgestreefd is. KFI sprak over een periode van twee jaar met 45 slachtoffers.

Hulp

De normaliter zo luidruchtige Noord-Koreaanse staatsmedia zwijgen in alle talen over het rapport. China spreekt van „gefabriceerde feiten” en zegt zich in te spannen om de legitimiteit van het huwelijk te beschermen en om misdaden tegen te gaan. Peking heeft het Vluchtelingenverdrag van 1951 getekend, waardoor de regering Noord-Koreanen in China zou moeten beschermen. Maar de praktijk is anders.

KFI heeft ook kritiek op Zuid-Korea. „Veel slachtoffers zijn in China verdwenen, terwijl kleinschalige hulporganisaties en christelijke zendelingen zich inspannen om het werk te doen dat de Zuid-Koreaanse overheid en internationale gemeenschap weigeren uit te voeren”, zo stelt het rapport. Zuid-Koreaanse christelijke groepen vangen Noord-Koreaanse vluchtelingen in China op en helpen hen een Zuid-Koreaanse ambassade veilig te bereiken.