Foltering en honger in vrouwenkampen Noord-Korea

De zwaarbewaakte grens tussen Noord- en Zuid-Korea. beeld AFP

Noord-Koreaanse vrouwen die tijdens een verblijf in China worden opgepakt en teruggestuurd, worden in detentiecentra in hun moederland fysiek en geestelijk mishandeld.

Dat staat in een onlangs verschenen rapport van het Hoge Commissariaat voor de Mensenrechten van de Verenigde Naties. De slachtoffers kregen onder meer te maken met fysiek geweld, foltering, belediging, onnodige visitatie, verkrachting, ondervoeding, dwangarbeid en gedwongen abortus.

Voor het onderzoek werd gesproken met meer dan honderd Noord-Koreaanse vrouwen die tussen 2009 en 2019 werden vastgehouden in detentiecentra – zowel politiecellen en ‘gewone’ gevangenissen als de beruchte strafkampen. Zij waren Noord-Korea ontvlucht naar China, waar zij werden gearresteerd en teruggestuurd. Het VN-rapport roept China en andere landen op Noord-Koreaanse migranten nooit terug te sturen naar hun land van herkomst, omdat ze daar te maken krijgen met mensenrechtenschendingen.

Miskraam

Alle ondervraagden stelden op enig moment te weinig voedsel te krijgen. Het eten dát zij ontvingen was vaak eentonig en van slechts kwaliteit. Ook werden vrouwen met tientallen opeengepropt in kleine ruimten vastgehouden. Vaak was sprake van collectieve straffen. „Als honderd mensen ergens werken en ik ben de enige die het quotum niet haalt, worden alle honderd werkenden gestraft”, getuigt een vrouw. „Dus mensen zorgen ervoor dat ze hun quota wél halen.”

Vrouwen die zwanger bleken te zijn, werden vaak zo ernstig mishandeld dat zij een miskraam kregen. Bij anderen werd hun pasgeboren kind direct na de bevalling weggehaald, vermoedelijk om vervolgens te worden vermoord. Ook krijgen zwangere vrouwen geregeld met gedwongen abortussen te maken. „Een vrouw die met mij gevangen zat, was in China zwanger geraakt”, vertelt een geïnterviewde. „Ze wilde haar kindje houden, maar werd tot abortus gedwongen.”

Vluchtelingen die in China contact met Zuid-Koreanen hadden proberen te leggen of die Zuid-Korea hadden trachten te bereiken, werden extra zwaar gestraft. „Als bekend werd dat iemand een Zuid-Koreaanse kerk had bezocht in China, was haar doodvonnis getekend”, vertelt een Noord-Koreaanse vrouw. „Ik probeerde daarom mijn leven in China niet te onthullen. Ik werd zo hard geslagen dat een rib brak. Ik voel de pijn nog steeds.”

Stalen pijp

Mishandeling, seksueel geweld en marteling komen in de strafkampen veelvuldig voor. Vaak wordt gedetineerden strafvermindering beloofd in ruil voor seksuele gunsten, al worden die beloften zelden nagekomen. Een vrouw omschrijft in het rapport hoe zij en een groep anderen werd gedwongen urenlang in dezelfde houding te blijven zitten. „We mochten zelfs niet met onze ogen rollen; bij de minste beweging werd je met een stalen pijp geslagen. Ik heb tot op de dag van vandaag last van hoofdpijn. Ik neem aan dat die het gevolg is van de aframmelingen die ik daar heb gehad.”

Het rapport sluit aan bij eerdere bevindingen van mensenrechtenorganisaties. In 2018 stelde Human Rights Watch in een rapport dat vrouwen vaak „vogelvrij” zijn in Noord-Korea en nergens terecht kunnen als zij te maken krijgen met (seksueel) geweld. De wetshandhavers zijn namelijk vaak zelf de daders. Ook maakten diverse VN-rapporten melding van de extreem gewelddadige toestanden in strafkampen, met name tegen vrouwen. Pyongyang doet alle onderzoeken naar de mensenrechtensituatie in het land categorisch als laster af.

Ieder jaar proberen duizenden Noord-Koreanen hun land te ontvluchten. Velen van hen verblijven enkel een tijdlang in China om geld te verdienen en keren dan weer terug naar Noord-Korea. Ook zij worden, als ze worden gepakt, naar een strafkamp gestuurd. „Het is hartverscheurend om deze verhalen te horen van vrouwen die hun land ontvluchten om de eindjes aan elkaar te knopen – en daar ook nog eens voor werden gestraft”, schrijf hoge commissaris Michelle Bachelet in het rapport.

Anderen proberen via China Thailand of Mongolië te bereiken, vanwaar zij doorreizen naar hun einddoel: Zuid-Korea. Meer dan 70 procent van de vluchtelingen zijn vrouwen, omdat zij in Noord-Korea meer bewegingsvrijheid genieten dan mannen, die vaak verplicht een staatsbaan krijgen toegewezen. Sinds het aantreden van Kim Jong-un als leider in december 2011 is het aantal Noord-Koreanen dat het land succesvol ontvlucht drastisch afgenomen.