Wat te doen als zondag tv-ploeg bij de kerk staat?

Kerk en corona
Staphorst. beeld ANP, Vincent Jannink
3

Journalisten wisten zondag Staphorst te vinden. Bewapend met camera’s bevroegen ze kerkgangers op het coronabeleid. Nu de schijnwerpers zijn gericht op gelovigen, kan zomaar een tv-ploeg op het kerkplein staan. Waar doen gemeenteleden en predikanten wijs aan?

Zo moet het dus vooral níet. Dat dacht Jan van Klinken toen tijdens een rollenspel predikanten en schooldirecteuren uit reformatorische kring tegenover een seculiere tv-journalist begonnen over de Drie Formulieren van Enigheid. „Een seculiere journalist weet echt niet waar het dan over gaat. Die heeft de Drie Formulieren heus niet op zijn nachtkastje liggen”, zegt Van Klinken, die tal van leidslieden uit reformatorische kring trainde in omgang met de media.

„Zelfs voor schooldirecteuren uit de gereformeerde gezindte, die toch wel gewend zijn eenvoudige taal te gebruiken, blijkt het lastig te zijn om geloofskwesties op een begrijpelijke manier uit te leggen aan seculiere media. Besef dat de meeste tv-journalisten een theologische term als predestinatie echt niet begrijpen.”

Onnodige weerstand

Daarmee betoogt Van Klinken niet dat gelovigen water bij de wijn moeten doen. „Predikanten hoeven voor een camera als het ware niet extra braaf te zijn, om zo sympathie van de kijkers te winnen. Zeg maar gewoon wat je vindt. Maar let op de bewoordingen. Dat maakt echt uit. Beeldvorming speelt in het maatschappelijke debat nu eenmaal een grote rol. Roep niet onnodige weerstand op.”

Mediatrainer Jan van Klinken. beeld RD, Henk Visscher

In Staphorst mepte afgelopen zondag een boze kerkganger apparatuur van een journalist weg, terwijl een jonger gemeentelid voor de camera beheerst uitleg gaf over de coronamaatregelen in de hersteld hervormde gemeente. Wat is wijs? „Ga niet slaan en schoppen en niet tegen een microfoon slaan. Daar heb je allemaal niks aan”, benadrukt Van Klinken, die voorheen tientallen jaren verslaggever was bij het Reformatorisch Dagblad.

Adviezen van predikanten aan gemeenteleden om media te mijden, werken volgens hem niet. „De praktijk leert dat sommige kerkgangers toch wel wat zeggen tegen journalisten.”

Hogere kaste

Breng de christelijke boodschap op een positieve manier voor het voetlicht, raadt Van Klinken kerkgangers en predikanten aan. „Als zij alleen maar zeggen: „Geen commentaar”, vind ik dat niet sterk. Zo’n antwoord doet journalisten vermoeden dat kerkgangers van alles te verbergen hebben.”

De mediatrainer vindt dat kerkgangers terughoudend moeten zijn met het hameren op de specifieke juridische ‘voorrechten’ van kerken. „Er valt inderdaad niets af te dingen op de stelling dat een kerk meer rechten heeft dan een sportclub. Toch zou ik dat tegenover seculiere media niet benadrukken. Zo van: Wij mogen meer dan een sportclub. Wij zijn een hogere kaste. Dat soort opmerkingen zijn zó slecht voor de beeldvorming over kerken. Ik was blij met het optreden van SGP-leider Van der Staaij in tv-programma Op1, waarin hij het opnam voor Staphorst. Van der Staaij betoogde dat de hersteld hervormde gemeente feitelijk niets verkeerd deed en wees erop het besmettingsrisico in kerken miniem is. Hij stond dus niet met lege handen.”

Als een predikant een tv-ploeg vanwege de zondagsrust niet op zondag te woord wil staan, doet zo’n dominee er verstandig aan „in begrijpelijk Nederlands” zijn gemoedsbezwaren uit te leggen, raadt hij aan. „Nodig de journalist uit voor een kop koffie en zeg eventueel dat hij de volgende dag welkom is.”

Gordijntje

Soms kan één tv-fragmentje er inhakken. „Ooit was een reformatorische predikant in opspraak. De journalisten gingen ook langs bij de pastorie. De vrouw van de predikant weigerde de deur open te doen. Even later schoof ze een gordijntje opzij, in de veronderstelling dat de tv-ploeg was afgedropen. Een cameraman maakt echter een beeld van de vrouw die het gordijntje weer dichtschoof. Zo’n fragment versterkt de indruk bij veel tv-kijkers dat die zware gereformeerden gluiperds zijn.”

Van Klinken ziet „selectieve verontwaardiging” bij media. „Er is toestemming gegeven voor een evenement in Den Bosch. Daar mogen dit weekend 600 mensen naar binnen. Ik ben benieuwd of de pers dan ook in rijen van drie bij de ingang staat opgesteld. Ik weet nu het antwoord al.”

Dun koord

Ophef ontstond afgelopen dagen over een via sociale media verspreid fragment uit een preek van afgelopen zondag van ds. A. T. Huijser, predikant van de gereformeerde gemeente te Sliedrecht. Moeten predikanten zich er meer bewust van zijn dat bijvoorbeeld via YouTube uitgezonden diensten voor de hele wereld te volgen zijn? „Een predikant moet zijn uitspraken altijd kunnen verantwoorden. Een kerk is geen geheim genootschap. Sowieso moet een predikant zo preken dat niemand in de kerk denkt: Ik heb er geen snars van begrepen. Ik zie ook wel in dat een dominee voor zijn eigen gemeente niet altijd onder kerkgangers bekende termen gaat uitleggen. Het is dus bij online uitgezonden preken ook wel weer dansen op een dun koord.”

Gevoelig

Als kerken per dienst 600 mensen toelaten, zaaien ze bij de buitenwacht vooral „ongeloof en hoon”, benadrukt mediatrainer Peter van der Maat. „Zulke grote groepen mensen toelaten en ook nog eens zonder mondkapje laten zingen: het ligt allemaal zó gevoelig. Temeer als je bedenkt dat voetbalsupporters in stadions niet mogen zingen, zich binnen koren nogal wat besmettingen voordoen en allerlei instellingen gebonden zijn aan maximaal 30 bezoekers.”

Mediatrainer Peter van der Maat. beeld Marjoleine Brons

Als christenen tegenover seculiere media beginnen over godsdienstvrijheid of over Gods ingrijpen in de coronacrisis, stuit dat bij de buitenwacht op een muur van onbegrip, zegt Van der Maat. Hij werkte jarenlang bij de televisie, onder meer voor de NOS. „Mensen hebben in dit land gelukkig het recht om te zeggen dat corona puur te maken heeft met de goddelijke voorzienigheid. Net als het inslaan van de bliksem volgens christenen van God komt. Seculiere journalisten schrijven dat soort uitspraken heel graag op. Gelovigen moeten wel beseffen dat zo’n zienswijze voor de buitenwacht als wereldvreemd overkomt. De meeste tv-kijkers schudden dan hun hoofd: Hoe kunnen mensen zo denken?”

Nors

Als kerken die nu honderden mensen toelaten bij de seculiere bevolking toch enig begrip willen kweken, kunnen ze maar het best „nuchter feiten benoemen”, adviseert Van der Maat. „Ze kunnen betogen dat ze RIVM-protocollen in acht nemen en niet in strijd handelen met welke regelgeving dan ook.”

Net als Van Klinken vindt ook Van der Maat dat „een norse en afhoudende” houding of „geen commentaar” roepen de kerken alleen maar zal benadelen. „Dergelijke reacties zijn het slechtste commentaar dat je kunt bedenken.”