Vechten om een normaal mens te worden

Reportages
4

Al jong hield hij zich bezig met diefstal, inbraken, bedreiging, afpersing en geweld. Maar Danny (26) in Dordrecht is „helemaal klaar” met zijn criminele verleden. Met hulp van onder andere het Leger des Heils werkt hij aan een nieuwe toekomst. „Moeilijk, moeilijk, moeilijk.”

„Ik ben opgegroeid met m’n moeder, stiefvader en oma. M’n vader was officieel onbekend, maar ik heb hem toch twee keer ontmoet. Thuis was er veel ruzie. Ik vluchtte daarom de straat op en kreeg verkeerde vrienden. Tijdens problemen met de buurman bedreigde ik hem met een mes. Daarvoor belandde ik 5,5 jaar in de jeugdgevangenis. In die periode overleed mijn moeder. Zij leed aan een chronische ziekte.

Toen ik vrijkwam, had ik niets. Geen moeder, geen geld, geen huis, geen werk, geen toekomst. Ik had alleen schulden. Al snel zat ik weer in de oude situatie met verkeerde vrienden en crimineel gedrag. Ik raakte verslaafd aan de drank, aan gokken, en ging blowen. In de gevangenis had ik wel vijftien diploma’s gehaald, van een EHBO-diploma tot een zwemdiploma, maar ik wist niet hoe ik mijn leven op orde moest krijgen.

Via de stichting Humanitas kwam ik bij het UWV terecht. Het is me gelukt een Wajong-uitkering te regelen. Eindelijk had ik een vast inkomen. Maar ik ging door met m’n oude leventje en bouwde nog meer schulden op. De politie en de deurwaarder kwamen langs om geld te halen. Gas, licht en water werden afgesloten. Ik leefde op straat en ging weer stelen en afpersen om aan geld te komen.”

Schorsing

„Anderhalf jaar nadat ik vrij was gekomen, werd ik opnieuw opgepakt. Dit keer vanwege een steekpartij. In die periode overleed m’n oma. Ik mocht van de rechter naar de begrafenis. Daarna verlengde hij mijn schorsing, zodat ik buiten de gevangenis, onder streng toezicht van de reclassering, de gebeurtenissen kon verwerken.

Ik kreeg via het Leger des Heils een prachtige woning in Papendrecht, met ambulante begeleiding. Het leek de goede kant op te gaan, maar ik ging te snel op mezelf wonen. Na twee weken pleegde ik alweer een strafbaar feit; met enkele vrienden beroofde ik drie jongens. De zaak kwam in het tv-programma Opsporing Verzocht. Ik werd herkend en opgepakt. Voor de derde keer zat ik vast. Ik werd veroordeeld tot negen maanden cel en dacht: Het komt nooit meer goed.”

Taakstraf

„Toen ik werd vrijgelaten, kon ik opnieuw bij het Leger des Heils terecht, in een beschermende woonvorm. Sinds twee maanden woon ik zelfstandig in een appartement van het Leger en doe ik mee aan een woon-werktraining. Ik kan hier maximaal anderhalf jaar blijven. M’n week is gevuld met gesprekken: met het Leger des Heils, de reclassering, de psychiater. En ik moet een taakstraf uitvoeren: 160 uur schoffelen en houthakken in de Biesbosch. Ik heb nog 26 uur te gaan. Verder sleutel ik thuis aan computers.

Voor m’n gevoel heb ik de knop nu echt omgezet. Ik ben helemaal klaar met m’n criminele leven. Ik ben het spuugzat om steeds weer terug te vallen. Maar ik ben nog erg onrustig in m’n hoofd; en depressief. Als ik de stad inloop en op bepaalde plaatsen kom of bepaalde mensen zie, herinneren die mij aan wat er is gebeurd. Dan voel ik een enorme spanning. Moeilijk, moeilijk, moeilijk. Maar ik vecht door. Ik wil voor m’n dertigste een normaal mens zijn.”


„Geef cliënt woning, begeleiding én werk”

Een woning, begeleiding en werk. Drie voorwaarden om ontspoorde mensen te helpen hun leven weer op de rit te krijgen, stelt Cornel Vader, landelijk directeur welzijns- en gezondheidszorg bij het Leger des Heils. Zijn organisatie heeft steeds vaker met deze cliënten te maken door bezuinigingen in de geestelijke gezondheidszorg (ggz).

„Het gaat om mensen met een complexe problematiek. Ze zijn verslaafd, lijden aan een psychiatrische stoornis, kampen met financiële schulden en hebben geen contact meer met hun familie. Een aantal van hen is door de problemen in aanraking geweest met justitie of heeft zelfs vastgezeten.”

Veelal worden deze mensen, al dan niet op bevel van de rechtbank, ondergebracht in opvangcentra. Vader: „Ze moeten daar een aantal weken of maanden verblijven om opnieuw sociale vaardigheden te leren, waarmee ze hun zelfstandigheid kunnen terugverdienen. Deze aanpak heeft zijn waarde bewezen. Toch gaan we steeds meer over op een andere werkwijze door deze mensen vanaf het begin zelfstandigheid te bieden. We huisvesten hen in een woning of appartement en geven hun ambulante begeleiding. Het voordeel is de klein­schaligheid. En de mensen geven zelf aan dat ze tevredener zijn over de kwaliteit van hun leven dan wanneer ze in een opvang­centrum zitten.”

Ombouwen

De trits ”woning, begeleiding, werk”, daar hecht Vader erg aan. Maar hij ziet knelpunten. „Er is een tekort aan goedkope huurwoningen van maximaal 300 euro per maand. Meer kunnen deze cliënten niet betalen. Corporaties bieden meestal duurdere woningen aan. We zijn daarom met ze in gesprek om leegstaande kantoorpanden en verzorgingshuizen om te bouwen tot goedkope appartementen met een woonkamer, keuken, slaapkamer en sanitaire voorzieningen. Meer dan 25 vierkante meter is niet nodig. Ik denk aan de oude portiekwoningen, waarvan er helaas vele zijn gesloopt.”

De ambulante begeleiding die het Leger des Heils geeft, loopt op zich goed, zegt Vader, maar of dat in de toekomst zo kan blijven, weet hij niet. „De bezuinigingen waarvan wij de gevolgen ondervinden, betreffen niet alleen het aantal bedden in de ggz, maar ook het aantal cellen in de gevangenis. Gedetineerden staan eerder op straat dan voorheen en moeten met hulp van derden hun leven weer op de rit proberen te krijgen. Gemeenten hebben daarvoor de sociale wijkteams, maar de problematiek waar het over gaat, is daar te complex voor. Er is specialistische hulp nodig. Het is de vraag of er voldoende geld beschikbaar blijft om deze hulp te geven. De regio­directeuren van het Leger des Heils zijn daarover in gesprek met de zorgkantoren. Dat zijn pittige onderhandelingen.”

Bedrijfjes

Om te resocialiseren, is een zinvolle dag­besteding essentieel. Dat wordt nog te weinig onderkend, constateert Vader. „Je kunt iemand een woning geven, maar als hij daar de hele dag in z’n eentje zit te kniezen, komt het niet goed. Werk is cruciaal om je leven structuur te geven. Daarom is het Leger des Heils bezig om overal in het land kleine bedrijfjes op te richten, waar deze mensen aan de slag kunnen. In de hout­bewerking, de catering en de winkelbranche voor bijvoorbeeld gebruikte kleding. We hebben zelfs een hotelconferentiecentrum dat door deze cliënten wordt gerund.”


„Sociaal netwerk visitekaartje Ontmoeting”

Stichting Ontmoeting, die onder meer in Rotterdam dak- en thuislozen opvangt, herkent het verhaal van het Leger des Heils. Teamleider Rudy Reijersen van Buuren: „Ook wij hebben te maken met een stijgend aantal hulpvragen van cliënten die in een ggz-instelling zouden moeten worden geholpen. Voor deze zorg dienen de mensen echter een eigen bijdrage te betalen. Dat valt niet mee als je moet rondkomen van een uitkering van 40, 45 euro per week. We merken dat deze mensen de zorg mijden en daardoor nog verder in de ellende komen.”

Via het inloopcentrum en veldwerk van Ontmoeting in Rotterdam komen de mensen in beeld, zegt Reijersen van Buuren. „Het zijn laagdrempelige voorzieningen. We bieden de cliënten ambulante woon­begeleiding, helpen bij het beheren van hun geld, maar geven geen verslavingszorg.”

Ontmoeting steekt veel energie in het aanleggen van een sociaal netwerk voor de cliënten. „Vaak is zo’n netwerk niet of nauwelijks aanwezig”, stelt de teamleider. „Wij hebben daarvoor veel vrijwilligers beschikbaar. Dat sociale netwerk houden we in stand, ook als de cliënten bij Ontmoeting zijn vertrokken. Sommigen gooien de handdoek in de ring, maar boren als eerste hun netwerk aan als ze weer hulp nodig hebben. Het is het visitekaartje van Ontmoeting.”


„Ik heb met boefjes te maken”

Caroline Kasius is ambulant begeleider bij het Leger des Heils in Dordrecht. Ze heeft „een klik” met ontspoorde mensen. „Mijn man en ik deden in het verleden intensieve pleegzorg. We hadden, naast onze vijf eigen kinderen, vijf pleegkinderen voor vast en twee plaatsen voor crisisopvang. Soms waren er twaalf kinderen in huis. Ik wilde graag de achtergrond van hun gedrag weten. Daarom ben ik sociaal-pedagogische hulpverlening gaan studeren. Daarna ben ik gaan werken in een kliniek voor forensische psychiatrie, waar jongens worden behandeld tijdens het laatste deel van hun detentie.”

Kasius werkt op dit moment vooral met justitiële veelplegers. „Toen ik bij het Leger des Heils in Dordrecht kwam, viel me direct de behoefte aan woon-werktraining op. De stap van een beschermende woonvorm naar zelfstandig wonen is voor veel cliënten te groot. Dat ligt niet aan hen. Ze hebben gewoon de vaardigheden niet om zelfstandig te wonen.”

Elk nieuwe cliënt treedt Kasius „blanco” tegemoet. „Ik werk eerst aan de relatie. We kijken samen: wat heb je meegemaakt en wat heb je nodig om verder te komen? Als hulpverlener wil ik er zijn voor de cliënten. Ze mogen me appen, bellen, sms’en. M’n telefoon staat altijd aan, maar ik reageer niet altijd direct. De cliënten moeten wel weten: er is iemand die onvoorwaardelijk voor mij gaat. Ik veroordeel niemand. Het gezin waar deze mensen uitkomen, is vaak om te huilen. En als ze wel uit een normaal gezin komen, dan spelen psychiatrische problemen een rol.”

Kasius werkt met haar cliënten, gemiddeld achttien, aan huisvesting, dagbesteding, een sociaal netwerk en zingeving. „De mensen verblijven hier maximaal anderhalf jaar. Ze worden ingeschreven bij de woning­stichting. De GGD moet een urgentie­verklaring afgeven. Is die er, dan verhuizen ze. Wij blijven daarna nog een jaar doorgaan met de begeleiding, om terugval te voorkomen.”

Het leren omgaan met verslaving is een ander doel. „Ik zeg altijd: Zoek gezonde genoegens op in plaats van drugs of alcohol. We werken daarbij soms samen met afkickcentrum De Hoop. Een weekplanning maken is ook belangrijk. Wat doe je precies, elke dag? Achteraf spreken we de planning door. Heb je het echt gedaan? Of: Hoe komt het dat het niet is gelukt? Verder leren we mensen met hun geld omgaan en een gezond sociaal netwerk opbouwen.”

De nieuwe Wet maatschappelijke ondersteuning (WMO) ervaart Kasius niet als een vooruitgang. „Er wordt tijdens het zogeheten keukentafelgesprek kritisch gekeken naar wat mensen zelf kunnen, of wat door mensen uit hun directe omgeving gedaan kan worden. Bijna altijd wordt die zelf­redzaamheid overschat. Dat leidt tot te lage indicaties, dus tot minder vergoeding.”

Het Leger des Heils heeft ook het project Housing First, waarbij dakloze cliënten een huis krijgen toegewezen en met begeleiding proberen hun leven weer op de rit te krijgen. Kasius: „Een eigen huis is de belangrijkste bijdrage aan het herstel van het gewone leven. Naast het op tijd betalen van de huur en het zijn van een goede buur, stellen we weinig eisen. Als de cliënt nog een poos op de grond wil slapen, dan laten we dat zo. De behoefte aan een bed ontstaat vanzelf, net als de behoefte om van schulden af te komen. Ik noem het begeleiding met de handen op de rug. Het woon-werktraject is dwingender. Ik vind het fijn om met de reclassering samen te werken. Die stelt de kaders, ik baseer de doelen daarop. Ik heb met boefjes te maken. Wat je belooft, doe je. Die aanpak werkt.”

Al moet Kasius niets van zieltjeswinnerij hebben, ze zal geen mogelijkheid voorbij laten gaan om met haar cliënten over

zingeving te spreken. „Ik loop niet met de Bijbel op zak, maar probeer altijd wel te prikkelen. Als christen ben ik van mening dat de echte ommekeer in het Evangelie van Jezus Christus ligt. Ik draag bewust een davidsster en krijg er vaak een vraag over. Het is een kleine aanleiding voor een ongedwongen gesprekje over het christelijk geloof.”