Stort refozuil door secularisatie in? „Dat is maar de vraag”

Prof. dr. Hans Boutellier. beeld RD, Henk Visscher

Of de reformatorische zuil door verwereldlijking binnen een paar decennia is verdwenen? Voor prof. dr. Hans Boutellier (66), die al jaren onderzoek doet naar publieke moraal in Nederland, is dat nog maar de vraag. „Mensen leggen een sterke religieuze identiteit niet zomaar af.”

Met zijn analyse van de secularisatie in de jaren zestig van de vorige eeuw maakte prof. Boutellier een röntgenfoto van religieus Nederland. Over enkele weken stopt hij als wetenschappelijk directeur van het Verwey-Jonker Instituut, een organisatie die maatschappelijke vraagstukken onderzoekt. Donderdag zwaait hij af als hoogleraar Veiligheid en veerkracht aan de Vrije Universiteit Amsterdam. Voor beide instituten blijft de maatschappijvorser komende jaren wel in deeltijd werken.

Een van zijn belangrijkste publicaties is ”Het seculiere experiment. Hoe we van God los gingen samenleven” uit 2015. Dit jaar verscheen er een update. De ondertitel veranderde in: ”Over westerse waarden in radicale tijden”.

Psychologe Rita Kohnstamm noemde de penicilline en de pil twee aanjagers van secularisatie. De penicilline bevrijdde de mens van de angst voor een ontijdige dood en via anticonceptie bepalen mensen zelf hun gezinsgrootte. Zit er wat in die analyse?

Boutellier, zelf rooms-katholiek opgevoed: „Ik heb ooit drie woorden gebruikt om de razendsnelle secularisatie in Nederland, zeker vanaf de jaren zestig, te duiden: pil, auto en tv. Die gaven een slinger aan de verwereldijking. Dat heeft alles te maken met de opkomst van de welvaartssamenleving. Veel mensen vonden een christelijke gemeenschap te beknellend.”

Ook in reformatorische kring gebruiken velen anticonceptie en omarmen velen de amusementsindustrie. Betekent dit dat de refozuil binnen enkele decennia in elkaar zakt?

„Dat vind ik een lastige vraag. Mensen in reformatorische kring hechten veel waarde aan een eigen identiteit. Die leggen ze niet makkelijk af. Als mensen serieus bezig zijn met hun geloof, ebt dat niet zomaar weg. Ik kan me zelfs voorstellen dat er sprake kan zijn van een tegengestelde beweging: dat jongeren in deze onzekere tijden serieuzer bezig zijn met hun geloof dan hun ouders. Die trend zie je in ieder geval in islamitische gemeenschappen.”

De mechanismen achter secularisatie in de jaren zestig kun je niet zomaar toepassen op deze tijd?

„Inderdaad. Het lijkt erop dat de secularisatie in de jaren zestig een vrij unieke, West-Europese ontwikkeling was. Kijk je mondiaal, dan blijkt geloof vaak nog wel degelijk een grote rol te spelen. Een land als Polen is roomser dan ooit. In de Verenigde Staten hebben grote groepen christenen forse invloed in de politiek. Het is ondenkbaar dat een Amerikaanse president zich afzet tegen het christelijk geloof. Heel lang dachten godsdienstsociologen dat naarmate de modernisering voortschrijdt het geloof minder betekenis krijgt. Maar dat is niet waar, althans wereldwijd bekeken.”

Dat alles laat onverlet dat in Nederland het christendom afkalft, terwijl de orthodoxe islam relatief gezien terrein wint, signaleert Boutellier. „Naarmate de kerkklokken minder luiden, klinken er vanaf moskeeën vaker gebedsoproepen.”

De Amsterdamse Blauwe Moskee liet deze week weten als eerste moskee in de hoofdstad gebedsoproepen per luidspreker te willen verspreiden. De islam moet worden genormaliseerd, stelt die moskee.

„Zo’n initiatief toont de emancipatie van de islam. Ik betwijfel of zo’n publieke gebedsoproep wenselijk is. Het is een demonstratieve actie. In Nederland verdwijnt het christendom steeds meer uit het publieke leven. De islam manifesteert zich wél in de publieke ruimte. Denk aan vrouwen met een hoofddoek.”

Kan de opkomst van de islam ertoe leiden dat als het ware sluimerende christenen weer meer belangstelling krijgen voor het geloof?

„Dat zou kunnen. In ieder geval is er nu veel aandacht voor identiteitspolitiek. De snelle secularisatie betekent niet dat Nederland een volstrekt atheïstisch land werd. Onderzoek van het Sociaal en Cultureel Planbureau wijst uit dat 20 procent van de Nederlanders zichzelf als absoluut wél gelovig beschouwt en 30 procent als absoluut níét gelovig. Dus de helft zit daar tussenin. Mensen die wel in iets geloven en bijvoorbeeld geraakt zijn door de Matthäus Passion.”

Een partij als FVD flirt met het christendom. Wat vindt u daarvan?

„Het is niet meer dan een flirt. Ik vind het wonderlijk dat populistische politici pleiten voor behoud van tweede pinksterdag, terwijl ze waarschijnlijk nauwelijks weten wat Pinksteren inhoudt. Het oppervlakkige cultuurchristendom van de FVD is erop gericht de islam buiten de samenleving te plaatsen. Daar heb ik ernstige bedenkingen bij.”

Sentimenten

De populariteit van bijvoorbeeld FVD heeft onder meer te maken met het feit dat Nederland uitgroeide tot wat Boutellier noemt een „pragmacratie.” Met andere woorden: politici handelen pragmatisch, naar bevind van zaken. Ze bepalen hun beleid op grond van sentimenten in de samenleving. „Premier Rutte is de vleesgeworden pragmaticus”, licht Boutellier toe. „Zijn regering wilde eerst de dividendbelasting afschaffen, om zo grote bedrijven ter wille te zijn. Binnen een jaar draaide Rutte om, onder druk van protesten uit de samenleving. De dividendbelasting blijft wél bestaan. Rutte en de zijnen zeggen nu dat ze vooral de middenklasse willen helpen.”

Weliswaar kunnen door die pragmatische politiek problemen snel worden aangepakt, grote nadeel is dat veel burgers zich er toch niet happy bij voelen, schetst Boutellier. „Er zit geen bezielend verhaal achter zo’n wijze van politiek bedrijven. Mensen lopen er niet echt warm voor.” En dat ongemak drijft hen in de armen van populisten, analyseert hij. „Die doen voorkomen dat ze wel een duidelijke visie hebben. Bovendien spelen populisten in op altijd heersende verontwaardiging in de samenleving over van alles en nog wat. Zeker op sociale media.”

Ongemak over politiek Den Haag leeft er ook onder orthodoxe christenen. Zij zien bijvoorbeeld voorstellen om euthanasie op ernstig zieke kinderen mogelijk te maken als het toppunt van secularisatie. Kunt u zich dat ongemak voorstellen?

„Ja. Inbreng van bijvoorbeeld ChristenUnie en SGP in dit soort discussies is zeker nuttig. Die partijen kunnen ontwikkelingen op dat terrein in zekere zin remmen. Zelf sta ik achter de euthanasiewetgeving. Ik denk dat medici niet lichtvaardig zouden besluiten om het leven van een ernstig lijdend kind te beëindigen.”