Senioren passen op honden dankzij Stichting Oopoeh

Bauke komt wekelijks bij Peter Geleijnse over de vloer. beeld Gerhard van Roon
2

Oopoeh (Opa’s en Oma’s Passen Op Een Huisdier) slaat drie vliegen in één klap. Dankzij deze Amsterdamse stichting genieten talrijke senioren en honden wekelijks van elkaars aanwezigheid. En de baasjes weten dan hun dier in goede handen is.

Oudere die op een hond past, heeft meer contacten in de woonomgeving

Een actiever leven voor senioren en een leuker bestaan voor honden. Daar zet Oopoeh (Opa’s en Oma’s Passen Op Een Huisdier) zich voor in. Veel senioren en veel honden zitten volgens de in Amsterdam gevestigde stichting overdag alleen. Oopoeh brengt die bij elkaar. Inmiddels passen ruim 3300 ouderen via de stichting op een hond, en dat aantal groeit nog steeds.

De landelijke stichting bestaat inmiddels zes jaar en won in juni in Barcelona de Purina BetterwithPetsprijs. Genoemde prijs, een kleine 35.000 euro, is in het leven geroepen door Nestlé Purina PetCare, een producent van huisdierproducten.

Bedenker van Oopoeh is Sofie Brouwer. De Amsterdamse ontmoette als maker van televisieprogramma’s en reclamecampagnes vaak senioren. „Ze krijgen in Nederland niet het respect dat ze verdienen. De berichtgeving in de media is veelal negatief als zouden senioren een kostenpost vormen en vooral hulpbehoevend zijn”, zei ze eerder in het Reformatorisch Dagblad. „Mijn ervaring is anders. Ik leer veel van hen en beleef het nodige plezier met ouderen. Oopoeh biedt senioren de mogelijkheid om te genieten van dieren, stimuleert hen om activiteiten te ondernemen en levert nieuwe contacten op. En hondenbezitters laten hun dier met een gerust hart bij hen achter.”

Zowel 55-plussers als baasjes moeten zich inschrijven bij Oopoeh. Aan de hand van de postcode kunnen mensen nagaan of er een match in hun woonomgeving is. Blijkt dit het geval, dan volgt er een kennismakingsgesprek. Oopoeh bemiddelt bij de totstandkoming daarvan. Ouderen kunnen in dit gesprek aangeven hoe vaak en wanneer ze op een hond willen passen.

Wanneer de wensen van het baasje en de oppas overeenkomen, gaat het oppastraject van start. Om eventuele discussies te voorkomen, adviseert de stichting beide partijen een overeenkomst te sluiten. Hondeneigenaren betalen 15 euro per maand aan de stichting, een oppas hoeft niets bij te dragen. Met name in het begin houdt de stichting de vinger aan de pols. Daarna bellen medewerkers de senioren met enige regelmaat. Ze ontmoeten ook veel ouderen tijdens de maandelijkse uitjes van de stichting.

Accountants- en belastingadviseurbedrijf PwC ging in 2016 na welk effect het oppassen door senioren heeft. Tweeënzeventig procent van de ondervraagden gaf aan vaker dan één keer per maand op een huisdier te passen. Van deze senioren heeft 72 procent meer contact met mensen uit de buurt dan voorheen. Sinds er een hond over de vloer komt, merkt 71 procent van deze ouderen dat ze iets vaker tot flink meer bewegen. Tachtig procent van deze groep senioren geeft aan dat het contact met de oppashond hun mentaal goed doet. Bij 52 procent blijft dit effect na het oppassen aanwezig.

oopoeh.nl

Bauke fungeert als praatpaal

Buiten kwam hij weinig. Een gesprek op straat ontweek hij. Die tijd is echter voorbij, mede dankzij Bauke. Wekelijks past Peter Geleijnse (71) uit Scheveningen een dag op deze teckel. „Dan geniet ik.”

Geleijnse herinnert zich de eerste wandeling met Bauke nog goed, nu bijna drie jaar geleden. „Bauke wilde rechtsaf naar zijn eigen huis en ik linksaf in de richting van mijn woning. Hij zette zich schrap en zo bleven we minutenlang op het kruispunt stilstaan. Bauke is best eigenwijs en loopt het liefst de routes die hij kent.”

Geleijnse ging zes jaar geleden met pensioen na bijna veertig jaar te hebben gewerkt bij een ingenieursbureau dat luchthavens ontwerpt. Hij besloot niet dagelijks bij zijn vrouw Yolanda op de bank te gaan zitten. Inmiddels helpt hij senioren met computerproblemen en leert hij mensen in een rolstoel of een scootmobiel hoe ze met de tram kunnen reizen.

Strand

Tijdens een bezoek aan de 50PlusBeurs in Utrecht kwam de Scheveninger langs de stand van Stichting Oopoeh. Kort daarop meldde hij zich aan bij de stichting. „Bauke is van een echtpaar dat tien minuten bij ons vandaan woont. Omdat beiden werken, heb ik een sleutel van hun woning en haal Bauke iedere woensdag rond elf uur ’s morgens op. We lopen dan een uur door de Scheveningse Bosjes. Heerlijk.”

Om halftwee gaan de zesjarige mannetjesteckel en zijn oppas weer de deur uit voor een wandeling van een uur. „In de winter mag je met honden op het strand. Bauke loopt dan met andere honden te dollen, ik klets met hun baasjes en geniet van de buitenlucht. Daarna gaan we nog even naar huis en rond vier uur breng ik Bauke weer weg.”

Geleijnse praat snel, af en toe hapert hij. „Ik heb veel last van stotteren gehad en ontweek mensen. Het stotteren stond een goed contact in de weg. Mensen vonden het ongemakkelijk en het lukte mij niet om onder woorden te brengen wat ik wilde zeggen.”

Katten

Bauke, die aan de voeten van Geleijnse ligt, krijgt een klopje van zijn oppas. „Ja, ouwe, je bent een lieverd.” Wat is er veranderd sinds de komst van de teckel? „Bauke is voor mij een therapiehond. Mede dankzij hem heb ik het stotteren overwonnen. Ik vind het inmiddels heerlijk om naar buiten te gaan. Hondenbezitters praten vaak met elkaar. Sowieso is contact maken makkelijker als je met een hond loopt.”

Geleijnse houdt van dieren. „De twee katten die ik al zeventien jaar had, moesten weg vanwege de allergie van onze zoon. Yolanda en ik hebben er weleens aan gedacht om een hond te nemen, maar de gebondenheid weerhield ons ervan. Nu hebben we wel de lusten, maar niet de lasten.”

De oppas heeft regelmatig contact met de eigenaren van Bauke. „En af en toe worden Yolanda en ik bij hen uitgenodigd op de koffie.”

Senioren genieten dankzij Oopoeh

De donderdag was nog leeg. Tijdens haar zoektocht naar een invulling voor die dag stuitte Marleen Stolk (70) uit Zwijndrecht op Stichting Oopoeh. Sindsdien komt Ruben wekelijks bij haar over de vloer. „Het is zo’n gezellige hond.”

Er klinkt zes jaar later nog altijd verbazing door in haar stem. „Ik keek in 2012 een keer op tv naar het RTL Nieuws. Dat deed ik nooit”, vertelt de weduwe. „Die dag kwam een item over Stichting Oopoeh voorbij. Ik vond het zo’n leuk initiatief dat ik nog dezelfde avond de site van de stichting heb bekeken. Rubens baasje en ik blijken ons vrijwel gelijktijdig te hebben aangemeld.”

Rubens baasje, een alleenstaande onderwijzeres, komt haar hond ’s morgens rond acht uur brengen en haalt hem vijf uur ’s middags weer op. „Ze blijft dan meestal een halfuurtje kletsen. Ik geniet van die momenten.”

Ligkussen

Als Ruben zijn naam hoort noemen, gaat zijn kop omhoog en kijkt hij met zijn bruine ogen naar de oppas. Om zich vervolgens weer ontspannen op zijn ligkussen neer te vleien. Stolk: „Als Ruben arriveert, zit ik de krant nog te lezen. Zodra ik mij ga aankleden, begint hij rondjes te draaien, want hij weet dat we daarna naar de markt gaan.”

’s Middags trekt Stolk er met de auto op uit. „We bezoeken dan recreatiegebieden in de wijde omgeving, vaak plekken waar ik vroeger ook met mijn man en de hond van onze zoon heenging. Ik kom ook graag met Ruben in herdenkingsbos De Vlinder in Dordrecht. Daar hebben we twee eiken gepland, één voor mijn man en één voor mijn zoon.”

Stolks man en enig kind overleden beiden aan kanker. Haar man in december 2011, haar zoon bijna twee jaar later. „Al tijdens zijn ziekteproces adviseerde onze huisarts om door te gaan met de activiteiten die ik deed. Die boden structuur en ik bleef daardoor onder de mensen komen.”

Fietsclub

Op maandag is Stolk bijrijder op een seniorenbus, op dinsdag gymt ze en gaat ze zwemmen, de dag erna trekt ze er met een fietsclub op uit. De donderdag houdt ze vrij voor Ruben en jarenlang paste ze vrijdags op haar kleindochters. „De meisjes zijn groot geworden, dus is oppassen niet meer nodig. Tegenwoordig trek ik er vrijdags regelmatig op uit met vriendinnen en binnenkort ga ik op vrijdagmorgen sporten.”

Stolk houdt van honden, maar wil er zelf geen nemen. „Waar moet hij blijven als er iets met mij gebeurt?” Ze geniet met volle teugen van Ruben, die afkomstig is uit een Spaans asiel. „Hij is makkelijk, een nachtje blijven slapen vormt geen enkel probleem. Ik praat veel tegen hem. En als we samen op pad zijn, spreek ik veel mensen.”

Ruben staat op en loopt naar zijn oppas toe. „Grappig hé? Af en toe komt hij een knuffel halen.”