Oorlog om bunkermuseum Dordrecht

De bunker aan de Dordtse Beerpolderweg is door hobbyisten ingericht als museum, compleet met periscoop, een gedekte tafel en poppen in uniform. Foto Arnold Leevenson Arnold Leevenson

DORDRECHT – Op het eiland Dordrecht liggen nog zo’n twintig bunkers –kazematten– uit de Tweede Wereldoorlog. Eén ervan, een Duitse bunker bij Willemsdorp, is op dit moment onderwerp van discussie tussen de gemeente en vijf hobbyisten die het bouwwerk de laatste vier jaar weer volledig hebben ingericht.

Een periscoop waarmee je het Moerdijkgebied onder Dordrecht kunt verkennen, een gedekte tafel, soldaten in uniform –poppen weliswaar–; het staat er allemaal. De bunker aan de Beerpolderweg bij Willemsdorp is door de vijf hobbyisten volledig ingericht als museum. Echter, de bunker staat op gemeentegrond. En de gemeente wil er geen museum in hebben. Daarom worden de vijf op 16 januari gedagvaard.

„We worden voor de rechter gedaagd omdat we hier niet willen vertrekken”, vertelt de 25-jarige Arnold Leevenson –een van de vijf initiatiefnemers– in de koude bunker. „Voordat wij hier kwamen, stond de bunker zo’n vijftien jaar leeg. Eerder zat er een champignonkwekerij in, en een motorclub. Dit paste waarschijnlijk ook niet in het bestemmingsplan, maar de gemeente heeft beide partijen getolereerd. Wij brengen de bunker terug in oude staat, en worden tegengewerkt.”

Volgens Mark Benjamin, woordvoerder van de gemeente, is er van tegenwerken geen sprake. „Een museum op die plek past niet in het bestemmingsplan van dit buitengebied. Denk eens aan de toeloop die je krijgt.”

Heeft de gemeente andere plannen met de bunker?

„Nee. De bunker stond leeg, zoals wel meer bunkers op het eiland. In de Biesbosch zijn ze een toevluchtsoord geworden voor vleermuizen. Ook een lege bunker is van cultuurhistorische waarde. De gemeente heeft daarom wel een fietstocht ontwikkeld die langs verschillende kazematten leidt. Maar een bunker inrichten als museum, dat gaat te ver.”

Verhuizen naar een bunker die niet op gemeentegrond, maar bijvoorbeeld op particulier terrein of op staatsgrond ligt, vindt Leevenson geen optie. „De staat is wel positief over ons initiatief, maar wij willen hier blijven. Vooral vanwege het unieke uitzicht dat je door de periscoop hebt over het landschap”, aldus Leevenson. „Dat is vrijwel hetzelfde gebleven sinds de Duitsers deze bunker hier in 1943 bouwde. Ook kunnen we met onze inrichting niet zomaar naar een andere bunker, want de meeste zijn Hollandse kazematten en die zijn anders qua indeling. Verder lag deze bunker destijds op een belangrijk strategisch punt voor de Duitsers. Dat maakt een museum hier uniek.”

Is er nog een kazemat die wel in aanmerking zou kunnen komen?

„Er ligt hier iets verderop een Duitse bunker begraven op de voormalige camping Bruggehof. Maar als we daar zouden zitten, zou je met de periscoop tegen vakantiebungalows aankijken.”

Al met al heeft Leevenson met de vier anderen heel wat geïnvesteerd in het project. Zonnepanelen, accu’s, ledverlichting, een beveiligingscamera, alles betaalden zij uit eigen zak. „We hebben zelfs de graffiti op de muren weggehaald, terwijl de gemeente eigenlijk het onderhoud voor haar rekening moet nemen.”

Treurig is de oorlogsfanaat niet over de moeite die hij –misschien tevergeefs– gedaan heeft. „Het is een hobby, en een hobby kost tijd en geld. En we zijn hier nog niet weg.”