Jarig NAP heeft de wereld dan toch veroverd

beeld RD

Het Normaal Amsterdams Peil (NAP) bestaat zondag 200 jaar. Misschien geen reden voor een groots festijn, maar de referentiehoogte biedt de wereld meer gemak dan we beseffen.

Vraag Petra van Dam iets over het NAP en het hart van de waterstaatshoogleraar (Vrije Universteit Amsterdam) maakt een sprongetje. Een stukje cultureel erfgoed, noemt ze het. Ooit een maat voor de lokale waterbeheersing rond de hoofdstad, door de jaren heen uitgegroeid tot een huzarenstukje waar de halve wereld bij gedijt. Maar zoals we vaak de bijzonderheid niet herkennen van dingen die dichtbij ons staan, geldt die tragiek ook voor het NAP. We zijn het als iets gewoons gaan beschouwen.

„Ons land kende de afgelopen eeuwen zeer knappe landmeetkundigen”, zegt Van Dam. „Na het succes van het NAP nodigde Japan enkele van onze ingenieurs uit om daar een soortgelijk stelsel op te zetten. Dat leidde in 1891 tot de vaststelling van het Tokyo Peil. Cornelis van Doorn heeft daar een standbeeld gekregen. Soms komen er Japanners naar Nederland om meer over hem te weten te komen. Hier vinden ze niets, terwijl hij daar een nationale held is.”

Koninklijk besluit

Maar eerst het begin. Het is Koning Willem I –de Kanalenkoning genoemd vanwege zijn aandacht voor de waterinfrastructuur in Nederland– die er per koninklijk besluit voor heeft gezorgd dat alle hoogtes in Nederland voortaan ten opzichte van hetzelfde niveau worden gemeten.

Van Dam: „In die tijd had elke stad zijn eigen peil. Tot de Middeleeuwen was dat geen probleem. Steden waren zelfvoorzienend. Maar toen regio’s meer gingen samenwerken en er een soort nationaal waterbeheer ontstond, werd dat anders. Het beheer van grote rivieren vroeg om een strak beleid, want we hadden nogal eens met overstromingen te maken.”

Een uniform nulpeil moest uitkomst bieden. Zodat iemand die in Zutphen over „plus 50 centimeter” sprak, dezelfde hoogte bedoelde als iemand in Rotterdam. De keuze viel op het reeds bestaande Amsterdams Peil: de N van Normaal is later toegevoegd. Het stond vrijwel gelijk aan het niveau van de Noordzee. Het is een misverstand dat het NAP daar nog steeds gelijk aan staat, omdat het zeeniveau in de tussentijd ruim twintig centimeter is gestegen.

Drones

Het NAP helpt ons met elke vorm van hoogtemeting. Op het water bijvoorbeeld, wanneer schippers willen weten of het ergens diep genoeg is om doorheen te varen. Maar inmiddels ook aan land, legt de Amsterdamse waterstaatshoogleraar uit. „Alle bouwprojecten werken inmiddels met de standaard. Bij de aanleg van tunnels, bruggen en snelwegen kunnen we niet meer zonder het gebruik van de referentiehoogte. Wil je een rij huizen bouwen die even hoog zijn, dan meet je dat ten opzichte van het NAP. En ook de vlieghoogte van drones wordt op deze manier bepaald. Zelfs GPS werkt ermee. Het NAP is uitgegroeid van een instrument voor waterbeheersing tot iets waar iedereen –meestal zonder het zelf in te zien– mee te maken heeft.”

Monument

Na de invoering van het NAP in 1818 zagen andere landen ook het belang in van een uniform systeem. Eerst nam Pruisen het peil over en aan het begin van de twintigste eeuw werd het peil in steeds meer landen in Europa gestandaardiseerd.

Ook andere delen van de wereld kregen naar Nederlands voorbeeld een eenduidig nulpunt. Het is een prestatie die we zelf wellicht onvoldoende bevatten. Al gaan we er ook niet helemaal aan voorbij, zegt de waterstaatshoogleraar: „Want we hebben in het Amsterdamse stadhuis wel een NAP-monument. Daar kun je het absolute nulpunt van Nederland ervaren.”