Jaap Smit: burger van twee werelden

Het Gesprek
Jaap Smit, commissaris van de koning in Zuid-Holland. beeld Sjaak Verboom

Maar weinig mensen zullen zo’n divers curriculum vitae hebben als Jaap Smit. Hij was onder andere gemeentepredikant, legerpredikant, voorzitter van een vakbond en is nu commissaris van de Koning in Zuid-Holland. „Ik ben een burger van twee werelden.”

Een imponerende gestalte, een vorsende blik, een stevige handdruk. Jaap Smit (1957) is iemand die niet met zich laat spotten. Vóór alles wil hij de indruk wegnemen dat hij een soort evangelist is die met de Bijbel in de hand door ‘zijn’ provincie trekt om mensen het Evangelie te verkondigen. „Natuurlijk niet. Ik ben commissaris en probeer die functie op een goede manier uit te oefenen. En dat doe ik zeker niet door de blijde Boodschap te verkondigen. Dat doen de burgemeesters en Statenleden van SGP en CU trouwens ook niet. Dat zijn zeer bekwame bestuurders.”

Toch is Smit iemand die het belang van religie benadrukt, als hem wordt gevraagd naar zijn visie. Hij schuwt het bijvoorbeeld niet om in tv-programma’s kritiek te leveren op politici die religie willen wegstoppen achter de voordeur.

Bij een herdenking van de slachtoffers van de ramp met de MH17 zat hij tussen de ambassadeurs van Duitsland en het Verenigd Koninkrijk. „Die verbaasden zich over het strikt seculiere karakter van de bijeenkomst. Bij onze buren vindt zo’n gebeurtenis om te beginnen meestal plaats in een kerkgebouw. Met eventueel een mis. Er wordt gezongen en gebeden. In ons land werd de herdenking gehouden in een niet-religieus gebouw. Zelfs het Onze Vader werd niet gebeden, om maar niemand voor het hoofd te stoten. Maar wie zegt dat we daarmee niet juist mensen die behoefte hebben aan troostwoorden vanuit hun religie kwetsen?

In dit soort moeilijke momenten hebben mensen behoefte aan rituelen, aan woorden die belangrijk voor hen zijn, die vastheid geven. Daar moeten we niet zo krampachtig mee omgaan. Religie speelde nu alleen een rol in de bijdrage van de moslimweduwe van de copiloot van het toestel.”

Waarom ging u theologie studeren?

„Het was, eerlijk gezegd, een parkeerstudie voor me. Ik werd uitgeloot voor de studie diergeneeskunde. En dacht toen: dan ga ik maar theologie studeren tot ik een keer word ingeloot. Ik heb me daarna nog ingeschreven voor een studie medicijnen, maar ook daar werd ik uitgeloot. Dus ben ik doorgegaan met de studie theologie.

Aan het einde van het derde studiejaar belde de rector van mijn oude middelbare school. Hij wilde me graag op zijn school hebben als godsdienstleraar. Ik heb daar intensief over nagedacht en ben op zijn voorstel ingegaan. Juist toen ik het contract op zak had, werd ik ingeloot voor de studie medicijnen. Ik heb me toen heel diep beraden op wat ik wilde. De studie theologie toch afmaken? Of overstappen? Het werd doorstuderen in de theologie. Later was er de vraag of ik m’n kerkelijk examen wilde doen om predikant te kunnen worden. Ik heb veel gepraat met mijn toenmalige hoogleraren en besloot ook dat examen te doen. Zo ben ik eigenlijk het ambt ingerold.”

U bent gereformeerd opgevoed.

„Prettig synodaal gereformeerd opgevoed, zeg ik zelf altijd. Het was geen godsdienst van ge- en verboden. Natuurlijk waren er discussies thuis, maar de godsdienstige sfeer was bij ons thuis niet beknellend. Van die ontspannen sfeer heb ik natuurlijk veel meegekregen. Noem me bepaald geen orthodoxe dominee of zo. Het best kun je me situeren in de middenorthodoxie of de vrijzinnigheid in de Protestantse Kerk.”

U werd predikant in een gemeente.

„In de hervormde gemeente Ellecom en De Steeg. En predikant-zijn is niet niets. Je bent op zaterdag nog gewoon net afgestudeerd student, je wordt op zondag bevestigd in het ambt en kunt op maandag al aan een sterfbed zitten. Dat is zwaar. Maar het is ook prachtig werk. Je kunt er zijn voor mensen. De verhalen uit de Bijbel mag je zo brengen dat mensen zich erin herkennen. Dat het een decor wordt waarin ze zelf kunnen rondlopen. Dat is voor mij de functie van die oude en mooie verhalen.”

Na vier jaar, in 1988, sloeg de onrust toe.

„Die onrust en ambitie had ik altijd al wel in me. Zo van: is dit het nu? Blijf ik dit altijd doen? De kerkelijke wereld was te klein voor me, als ik het zo mag zeggen. Daarom had ik ook snel na mijn start als predikant het voornemen: ik doe dit een wijle en dan wat anders. Versta me niet verkeerd: ik vind het predikantsambt prachtig en zeer te respecteren. Ik had alleen het idee dat ik met mijn talenten en overtuiging ook op andere plaatsen van waarde kon zijn.”

Dat werd de krijgsmacht.

„Ik werd legerpredikant en was gelegerd in het Duitse Seedorf. Mijn vader was trouwens beroepsmilitair, dus ik wist wel iets van die wereld af. Maar het is natuurlijk weer heel wat anders om als man Gods in een volstrekt seculiere omgeving te staan dan als predikant in een gemeente. Voor veel dienstplichtige soldaten was ik de eerste predikant die ze ooit hadden gesproken. En in zo’n functie ben je natuurlijk vooral pastoraal bezig en opnieuw niet als evangelist. Was ik een psycholoog? Misschien, maar dan wel eentje met een verhaal. Het was een prachtige tijd die mij vormde.”

En toen?

„In 1992 heb ik een beroep aangenomen van de hervormde gemeente in Heemstede. Ik werd dus weer gemeentepredikant. Ik wist dat dit mijn laatste gemeente zou zijn en dat ik vervolgens een andere weg in zou slaan. Dat gevoel van claustrofobie bij de gedachte dat ik mijn hele werkzame leven predikant zou zijn, vloog mij aan.

Toen ik daar twee jaar stond, ben ik voor de helft van mijn werktijd in dienst getreden bij KPMG als coach en counselor. Ik was toen echt burger van twee werelden. ’s Ochtends een meeting met zakenmensen, ’s avonds op bezoek bij een ziek gemeentelid. Het was bij KMPG een seculiere vorm van pastoraat. Drie jaar lang heb ik het gecombineerd en daarna ben ik volledig overgestapt naar dit bedrijf.”

Wat deed het met u dat u de theologie achter u liet?

„Het was alsof ik voor de tweede keer het ouderlijk huis verliet. Ik heb destijds de rechten van een emeritus aangevraagd, waardoor het mogelijk bleef om zo af en toe voor te blijven gaan in kerkdiensten. Op die manier bezocht ik dus nog regelmatig mijn tweede ouderlijk huis. Dat preken doe ik trouwens nog steeds. Mijn laatste preek als gemeentepredikant ging over de Bijbeltekst: „Gij zijt het zout der aarde.” In de kerk was ik op smaak gebracht en ik ging vanuit die houding buiten de kerk werken.”

Een groot verschil: de kerk of het grote geld?

„Zeker, maar juist in die zakenwereld ontdekte ik dat het ook daar niet kan gaan om alleen geld. Dat werd ook wel duidelijk in de gesprekken die ik daar voerde en op de congressen die ik bezocht. Het gaat om veel meer. Om waarden. Zo viel het me steeds weer op dat er op allerlei bijeenkomsten steeds maar werd gesproken over wat we allemaal moeten. Maar ik vond dat we ook moesten praten over wat we wíllen. Over wat belangrijk voor ons is als mensen.

Na tien jaar was ik uitgeadviseerd. Ik wilde aan de andere kant van de tafel zitten en zelf een mooie maatschappelijke organisatie besturen. Ik las toen dat Slachtofferhulp Nederland een algemeen directeur zocht. Op die vacature heb ik gereageerd en ik ben het geworden. Weer een vorm van seculier pastoraat. Ik heb zeven jaar met veel plezier voor deze organisatie gewerkt en daar ook veel kunnen doen, als ik zo onbescheiden mag zijn. Maar na zeven jaar had ik het gevoel daar klaar te zijn en bezon ik mij op mijn verdere toekomst. Wilde ik promoveren? Of in een andere tak van sport aan het werk? Mijn headhunter wees me op de vacature van voorzitter bij het CNV. Prachtig werk. Want een vakbondsvoorzitter moet altijd een beetje tegen de stroom op roeien en opkomen voor de goede zaak.”

Hij wijst uit het raam van zijn grote kamer in het Haagse provinciehuis. „Ik heb een schitterend uitzicht op het Malieveld. Daar stond ik dus destijds te stampvoeten tijdens demonstraties. Schitterend toch?”

Via het Malieveld naar de hoogste functie in het provinciehuis. Een grote stap.

„Ik zeg altijd dat als je kunt zwemmen het niet uitmaakt hoe diep het water is. Daarbij gaat het ook in deze functie weer om een vorm van pastoraat in de zin van aandacht schenken aan mensen en organisaties. Natuurlijk, ik geef leiding, maar ik spreek ook heel veel met mensen in allerlei geledingen. Ik ben hier niet de dominee, maar schaam mij niet voor mijn afkomst. Ik ben zeer voor de scheiding van kerk en staat. Maar die scheiding betekent niet dat je religie en spiritualiteit dus maar uit het publieke domein moet bannen.”

Wie is God voor Jaap Smit?

„Begrijp me goed: ik ben niet zo’n vrome man. Ik ga niet iedere week naar de kerk. En ik heb ook een tijd gekend van crisis en vragen. Zo van: moet ik dat hele geloof niet definitief achter me laten? Ik was alles kwijt, als ik eerlijk ben. Ik sprak daarover met een hoogleraar. Die raadde me aan alle vragen te stellen die bij me bovenkwamen en te proberen daar op een nieuwe en eigen manier antwoorden op te formuleren. Dat heb ik gedaan. Ik heb antwoorden gezocht en kwam tot de conclusie dat het christendom voor mij een van de beste levensfilosofieën is. De taal van de Bijbel is mijn religieuze taal. En daarvan spreek ik als protestant een dialect en mijn subdialect is dat van de middenorthodoxie. En God? Die is voor mij het Adres waar ik dingen neer kan leggen waar ik mee zit. Ik zie Hem niet als de straffende, boze God. Dat godsbeeld willen mensen die religie achter de voordeur willen wegstoppen natuurlijk ook uitbannen. Maar niet zelden wordt de boze, straffende God dan ingeruild voor de boze publieke opinie. Daar zijn we dan zo bang voor dat die publieke opinie ons handelen bepaalt. Wat ben je dan opgeschoten?”

Politiek en religie blijven voor veel mensen bijna onverenigbaar. Hebt u tips?

„Neem de Matthäus Passion die op Goede Vrijdag door veel politici wordt bezocht. Het kan niet zijn dat je daar alleen zit voor de muziek. Nee, je moet ook luisteren naar het verhaal waarin het gaat over schuld, vergeving en verzoening. Die noties zijn soms helemaal verdwenen in de maatschappij. Politici worden soms om poppenzonden volledig afgebrand. En een tweede keus wordt hun zelden gegund. Maar mogen mensen ook nog feilbaar wezen?”

Aan de muur van uw werkkamer in het provinciehuis hangt de bekende plaat van de brede en de smalle weg.

„Ik heb die gekregen van iemand toen ik een column had geschreven over integriteit en de wijze waarop wij daar in deze tijd mee omgaan. Dat heeft soms iets weg van wat op die plaat wordt afgebeeld. In dat verhaal vertelde ik over een oude vrouw die ik jaren geleden had gesproken en die bang was voor de dood omdat ze vreesde niet voldoende het smalle pad te hebben bewandeld. Ik heb weleens, in een lezing voor bestuurders, gezegd dat ik op deze plaat van de brede en de smalle weg het begaanbare pad mis.

Ik weet niet wat er is na dit leven. We zullen het zien. Maar wel ben ik ervan overtuigd dat we religie een plaats moeten geven in ons doen en laten. Omdat ieder mens ten diepste een religieus wezen is dat zich afvraagt waar hij vandaan komt en waar hij naartoe gaat.”

Levensloop Jaap Smit

Jaap Smit (1957, getrouwd, twee kinderen, lid van het CDA) werd geboren in Doornspijk. Sinds 1 januari 2014 is hij commissaris van de Koning in Zuid-Holland.

Smit studeerde aan de Rijksuniversiteit Leiden en de Universiteit Utrecht en behaalde daar zijn doctoraalexamen theologie en massacommunicatie en pr.

Hij werkte negen jaar als predikant en vier jaar als geestelijk verzorger voor de Koninklijke Landmacht in Seedorf. Daarna was hij werkzaam voor meerdere adviesbureaus en als algemeen directeur van Slachtofferhulp Nederland. Van 1 juni 2010 tot 1 januari 2014 was Smit voorzitter van het CNV.