Geschokt door gebrek aan respect

Uitgenodigde vluchtelingen
Liever telt de Congolese vluchtelinge Brigitte Shabani (46), die de zorg voor haar gezin combineert met een intensieve opleiding, haar zegeningen. Beeld Sjaak Verboom Sjaak Verboom
3

Ze ervoer meer dan eens dat ze als Afrikaanse in Nederland onheus werd bejegend, maar wil er niet te veel woorden aan vuil maken. Liever telt de Congolese vluchtelinge Brigitte Shabani (46), die de zorg voor haar gezin combineert met een intensieve opleiding, haar zegeningen.

In de vrijstaande woning van de Congolese familie in het Brabantse dorp Nuland is het deze dinsdagmiddag even na vijven spitsuur. Moeder Brigitte komt net terug van haar stageplek. Ze neemt plaats op de bank in de kamer, naast een aquarium. Dochter Zhura (11) zet thee en popcorn op tafel.

Ze is een van de zes kinderen, in de leeftijd van 4 tot en met 20 jaar, die nog thuis wonen. De oudste twee wonen op kamers, maar Hakim (22) is vandaag ook in het ouderlijk huis. Hij kijkt voetbal op tv, terwijl een van zijn broers zich achter de computer vermaakt. Intussen bereidt oma het avondeten. Even later komt vader Mohamed uit zijn werk; hij heeft een baan als chauffeur.

Na de geboorte van haar jongste zoon, Fahim, in januari 2006 richtte Brigitte zich eerst grotendeels op de zorg voor haar gezin. Later moest ze vijf dagen per week voor een inburgeringscursus naar school. Aansluitend startte ze op het ROC Uden een opleiding administratie, die ze in juli hoopt af te ronden.

Momenteel gaat ze een dag per week naar school en loopt ze vier dagen stage bij een bedrijf in Schaik. „Post verdelen, formulieren invullen, archiveren”, zo somt ze enkele werkzaamheden op. Na de afronding van haar opleiding hoopt ze een baan in de administratieve sector te vinden. Dat sluit enigszins aan bij het werk dat ze vroeger in Congo deed. „Ik was boekhouder.”

Ze heeft een druk bestaan, erkent Brigitte. „Als ik thuiskom, zorg ik voor de kinderen en vraag hun wat ze die dag hebben gedaan. ’s Avonds studeer ik tot 11 uur. Ik heb weinig tijd voor mezelf. In Afrika had ik naast de zorg voor mijn gezin ook een baan, maar hadden we thuis een bediende. Nu is mijn moeder gelukkig bij ons. Zij doet veel in huis.”

Het opbouwen van contacten met Nederlanders valt Brigitte niet mee. „We hebben een paar goede buren, maar de mensen in dit dorp zijn nogal gesloten”, zegt Hakim, die het gesprek volgt. Zijn moeder is blij dat ze nu in ieder geval de taal redelijk beheerst. „In het begin kon ik geen gesprek voeren. Als ik ergens verdwaald was, kon ik niet eens de weg vragen.”

Ze herinnert zich dat een Nederlandse vrouw ooit iets tegen haar zei wat ze niet begreep. „Toen ik vroeg wat ze bedoelde, reageerde ze: „Kom je soms uit de jungle?” Daar ben ik heel boos om geworden”, zegt Brigitte.

De eerste jaren in Nederland deden zij en haar gezin meer negatieve ervaringen op, die de integratie niet bevorderden. „Bij een voetbalveldje waar Hakim regelmatig kwam, stond op een dag geschreven: „Zwarte mensen mogen hier niet komen.” En iemand uit het dorp die zijn fiets kwijt was, liep zonder iets te zeggen bij ons de garage in om te kijken of-ie daar stond.”

Brigitte relativeert deze voorvallen met de opmerking dat er overal „domme mensen” wonen en zegt dat ze de laatste anderhalf jaar geen last meer heeft gehad van respectloze of discriminerende opmerkingen. Liever benadrukt ze dat ze in Nederland vooral „echt gelukkig” is. „Ik heb vrede in mijn hart.”

Welke verschillen met Afrika springen het meest in het oog? „In vergelijking met onze cultuur hebben kinderen hier veel meer vrijheid om te zeggen wat ze willen en om zelf beslissingen te nemen”, zegt Brigitte.

Het is een van de trekken in de Nederlandse samenleving waarvan ze hoopt dat haar kinderen er niet door worden besmet. „Ik hoorde een keer een jongen van een jaar of twintig slechte woorden zeggen tegen een man van ongeveer vijftig. Dat vond ik heel raar. Het is ondenkbaar dat mijn zonen zoiets zouden doen. Jongeren moeten respect hebben voor ouderen.”

Dit is het derde en laatste deel in een serie artikelen waarin Afrikaanse vluchtelingen terugblikken op hun eerste vijf jaar in Nederland.refdag.nl/asielzoekers


Brigitte Shabani

Brigitte Shabani (46) groeide op in wat nu de Democratische Republiek Congo heet. Na haar huwelijk met Mohamed Kabaseke (52) ging ze in Benin wonen. Als gevolg van de oorlog ontvluchtte ze in 2000 haar land. Ze vond onderdak in Uganda. Vanwege de hartklachten van Mohamed kreeg het gezin sinds 2002 ondersteuning van de VN-vluchtelingenorganisatie UNHCR. In januari 2005 kwamen Brigitte en Mohamed met hun kinderen naar Nederland, samen met Brigittes moeder. Na enkele maanden in een asielzoekerscentrum in Almere te hebben gewoond, kreeg het gezin een woning in Nuland toegewezen, waar in januari 2006 het jongste kind werd geboren.