„Een goeie slaapzak betekent veel”

Straatkrantverkopers
Willem ten Cate. Foto RD RD

Hij leeft al zo’n twintig jaar grotendeels op straat. Zijn dagen vult hij met het verkopen van het Amsterdamse magazine Z. Op een koude middag drinkt hij bij het afhaalpunt in Amsterdam-Oost een kop koffie. Willem ten Cate (47): „Op dit moment voel ik me beroerd.”

Hij groeide op in Groningen. Intussen verblijft hij alweer vele jaren in Amsterdam, de stad die hij kent als zijn broekzak. Aan de Nieuwe Weteringstraat heeft Willem -grijs baardje, ingevallen gezicht, oorring- een eigen verkoopplek en trekt hij een groepje vaste klanten. Toch hoopt hij binnenkort naar een andere locatie te kunnen verkassen. „Ik word hier de laatste tijd geterroriseerd door een straatkrantverkoper die een poosje geleden is geschorst.”

Voordat hij op straat magazines ging verkopen, werkte Willem regelmatig via uitzendbureaus. De leukste baan die hij heeft gehad, was die van kraanmachinist, zegt hij. „Vooral met mooi weer. Dan zat ik lekker boven in de kraan en keek ik uit over de stad. Ik heb dat werk een aantal jaren gedaan. Het bedrijf wilde me in vaste dienst nemen, maar dat ik heb ik kunnen afhouden. Waarom? Het verdiende te weinig.”

De vraag hoe hij op straat is beland beantwoordt Willem indirect. „Zou jij een vrouw en een kind op straat zetten?” Hij wil ermee zeggen dat hij zelf zijn koffers heeft gepakt toen zijn huwelijk in 1988 op de klippen liep. „Ik ben daarna driekwart jaar bezig geweest mijn financiën op orde te krijgen. Een huis kreeg ik niet. Dat gaat voor een gescheiden vrouw makkelijker dan voor een man. Ik wist niet waar ik heen moest, waar ik kon slapen. Zo ben ik op straat terechtgekomen.”

Hij heeft na zijn scheiding ooit nog een periode samengewoond. Daaraan kwam een einde toen hij met zijn vriendin door een deurwaarder op straat werd gezet. Met zijn financiën is het sindsdien nooit meer goed gekomen. Hij heeft al jaren geen uitkering meer. Voor een buitenstaander valt het lastig te begrijpen, maar voor Willem staat het vast dat de verhouding tussen hem en de sociale dienst voorgoed is verstoord.

„Voor het aanvragen van een uitkering moet ik opgeven waar ik de afgelopen tien nachten heb geslapen. Als de politie dat komt controleren, krijg ik een boete voor het buiten slapen. Ik heb de politie al te vaak achter me aan gehad. Dan krijg ik weer 75 euro aan m’n broek. Dat schiet niet op.”

Pogingen om via het maatschappelijk werk een plek in een project voor begeleid wonen te krijgen, liepen op niets uit. „Dat is niks voor mij. Dan zit je met allemaal verslaafden. Dat kan ik niet”, zegt Willem. „Er wordt gezegd dat er in 2010 geen daklozen meer op straat zullen slapen. Het is allemaal lariekoek.”

De Amsterdamse adressen voor nachtopvang zijn aan de dakloze niet besteed. „No way. Je betaalt 2,50 euro voor een nachtje slapen. Dan kan ik net zo goed naar een hotel gaan. Betaal je iets meer, maar heb je diner en ontbijt erbij. Ben je ook de baas over je eigen spullen en word je ’s ochtends niet om halfacht buiten de deur gezet. Kun je tenminste uitslapen.”

Het leven op straat is volgens Willem niet alleen kommer en kwel. „Ik heb mijn vriendin, Annet, op straat gevonden. We trekken veel samen op. Zij verkoopt ook straatkranten. Of ik nog dromen heb? Natuurlijk. Huisje, tuintje, boompje, beestje. Samen met mijn vriendin. Daar droomt toch iedereen van?”

Hij vindt het verkopen van het Amsterdamse straatmagazine Z een „relaxed” baantje. „Ik kom met een heleboel mensen in aanraking. Op deze manier word ik geen kamerplantje. Anders zit je alleen maar in je eigen wereld.”

Meer dan eens maakt hij een praatje met zijn klanten. „Soms krijg ik vervelende reacties, maar daar sta ik boven. Ik ben een flierefluiter, zogezegd. Sommige kopers vinden Z een perfect blad, anderen noemen het waardeloos. Ik zou zeggen: Maak het wat boeiender. Schrijf meer over wat er met de daklozen gebeurt, wat de politie en de instanties met ons doen.”

Gemiddeld levert een dag magazines verkopen hem 20 tot 25 euro op. „Op een slechte dag ben ik blij als ik 10 of 15 euro heb. Ik heb in ieder geval elke dag een paar centen om wat eten te halen. Het goedkoopste van het goedkoopste. Maar als er geen straatkrant zou zijn, zou ik moeten roven en stelen. Daar heb ik geen behoefte aan.”

Op dit moment voelt Willem zich beroerd. „Niks wil lukken. Maar ik probeer er weer bovenop te komen. Ik wil de moed niet laten zakken. Als ik het even niet zie zitten, zeg ik tegen mezelf: Kom op, je redt het wel. En dan ga ik weer verder.”

Wat vindt hij het moeilijkste in zijn daklozenbestaan? „Ik heb pijn aan mijn poot”, zegt Willem. „Dat is lastig. En verder is het koud. Maar ik ga goed gekleed en een goeie slaapzak doet ook veel. Ik overleef het wel.”

Naam: Willem ten Cate
Leeftijd: 47 jaar

Verkoopt: Z straatmagazine

Locatie: Amsterdam

Opbrengst per nummer: 70 cent

Dit is de eerste aflevering van een serie interviews met straatkrantverkopers. Volgende week vrijdag deel 2.