Coronadagboek: Hamsteraar

Dagboek Mariska
beeld iStock

Iedereen heeft inmiddels een mening over hamsteraars. Maar wanneer ik voor onze vijf gezinsleden weekboodschappen insla, voel ik me toch wat ongemakkelijk onder die massale veroordeling.

Er hangt een papiertje op de deur van de supermarkt. „We vragen iedereen om een karretje te gebruiken”, staat erop.

Dat karretje was ik sowieso al van plan mee te nemen, want iedereen die pubers opvoedt, weet: er gaat bij hen wekelijks heel wat eten naar binnen. Zeker nu ze dag en nacht thuis zijn.

Ik mik drie broden, zes pakken melk, aardappels en kaas in mijn kar. Maar dat is nog maar een begin. Daar gaan de kwark, muesli, fruit en groenten. Ik kies noten en vis voor de nodige vitamines en mineralen. En nog wat frisdrank en chips, want je moet deze weken om het thuis leuk te houden wel eens een feestje kunnen vieren.

Dan zit de kar dus al bijna vol. Zeker als ik er ook nog wat vriezerspul in leg.

Slecht idee

Ik voel me er wat opgelaten onder, merk ik. En begin te tobben over wat de mensen wel niet zullen denken. Dat is altijd een slecht idee, maar nu helemaal, want ik weet dat ik ook nog wc-papier nodig heb. En zo’n groot pak moffel je niet even weg.

Ik zou willen dat er niet alleen aanplakbiljetten voor op de deur waren, maar ook voor op de winkelkar. Dan zou ik op het mijne iets zetten als ”Heeft pubers…”. Zodat mensen weten dat ik niet aan het hamsteren ben.

Vermoeid

Bij de kassa probeer ik uit te leggen dat het niet is wat de caissière (volgens mij) denkt. Ze kijkt me wat onbegrijpend aan. En vermoeid. „Sorry hoor”, zegt ze, „ik heb de laatste tijd vanwege dat hamsteren zo hard gewerkt dat ik wat langzamer reageer dan normaal.”

Met een rood hoofd loop ik de winkel uit. Maar de boodschappen zijn in ieder geval weer binnen.

Mariska houdt een dagboek bij over haar ervaringen tijdens de coronacrisis