„Behoud gebouwen schietbanen Leusderheide”

Ronald Polak en Johan de Kruijff voor het wachtlokaal. beeld Saskia Berdenis van Berlekom

Het gebouwencomplex bij de voormalige schietbanen op de Leusderheide bij Amersfoort moet behouden blijven, vinden amateurhistorici De Kruijff en Polak. „Vergeten militair erfgoed verdient erkenning.”

Tussen de bomen en struiken langs de Doornseweg, dicht bij rijksweg A28, vallen de gebouwen nauwelijks op. „Wie er voorbijrijdt zal niet vermoeden dat daar belangrijke militaire cultuurhistorie verscholen ligt”, beseffen Ronald Polak, voorzitter van de Historische Kring Leusden (HKL), en Johan de Kruijff, vrijwilliger van Nationaal Monument Kamp Amersfoort.

Voor duizenden dienstplichtigen en andere militairen uit de kazernes in Amersfoort en Utrecht die op de Leusderheide hun schietoefeningen hadden, is het complex bekend terrein. De Kruijff en Polak bekommeren zich vooral om de objecten van voor de Tweede Wereldoorlog. „Zoals de houten schijvenloods uit 1925. Schietschijven werden daar op maat gezaagd en geschilderd voor gebruik op de schietbanen.”

De Kruijff en Polak koesteren ook het wachtlokaal, dat ongeveer een eeuw oud moet zijn. „Soldaten op schietoefening kwamen in deze kantine, tot aan het sluiten van de schietbanen in juni 2009. Burgers van de Nationale Reserve maakten er in de weekeinden gebruik van. De barak is van grote cultuurhistorische betekenis. Dit monument staat model voor het type houten gebouwen dat in de periode tussen de twee wereldoorlogen, vooral ook tijdens de mobilisatie van 1939-1940 bij het ministerie van oorlog in gebruik was. Zulke barakken stonden ook in Kamp Amersfoort, in de Tweede Wereldoorlog doorgangs- en strafkamp van de Duitse bezetter.”

Het verleden van het wachtlokaal is deels beladen. „De executiepelotons die in de oorlogsjaren op de Leusderheide politieke gevangenen doodschoten, werden er na afloop met een borrel op hun gemak gesteld”, aldus de historici.

Gasmaskers

Tot de gebouwen behoort ook een ‘masker-oefenruimte’, eveneens uit 1925, waarin nog altijd het gebruik van gasmaskers wordt beproefd.

Wat er met de gebouwen gaat gebeuren, is onduidelijk. Navraag bij Defensie en het Rijksvastgoedbedrijf levert geen uitsluitsel op. Het complex is op voordracht van de HKL opgenomen in het zogeheten ”parapluplan cultureel erfgoed” dat de gemeenteraad van Leusden in maart bespreekt. Het plan kenmerkt de gebouwen als behoudenswaardig: „van groot algemeen belang voor de gemeente”. Woordvoerster Barbara Pronk: „Als dat plan wordt aangenomen, valt het complex voortaan onder het gemeentelijke vergunningenstelsel. Defensie moet dan als eigenaar een sloopvergunning bij ons aanvragen als ze de gebouwen zou willen slopen. Daarmee hebben we een mogelijkheid om mee te denken over het behoud ervan.”

Veteranen

Het Veteranen Search Team, dat sinds de zoektocht naar Anne Faber vorig jaar oktober overheidsdiensten ondersteunt bij vermissingen, heeft belangstelling voor het complex. De Stichting VST telt zo’n duizend leden, merendeels veteranen. „We zijn op zoek naar een centraal gelegen locatie vanwaaruit we in alle hoeken van Nederland kunnen werken”, zegt woordvoerder Inno Rutting. „We willen daar kantoor houden en ons materieel opslaan: voertuigen, tenten, een boot, alles wat gebruikt kan worden voor een zoektocht. Onze interesse hebben we nog niet officieel bij Defensie kenbaar gemaakt.”

Ook herinneringscentrum Kamp Amersfoort ziet graag dat het complex wordt behouden. Woordvoerder Reiding: „Voor ons is het een relevante plek, verbonden met Kamp Amersfoort en de fusillades op de Leusderheide.” De Utrechtse Stichting voor Industrieel Erfgoed wil samen met de provinciale afdeling van erfgoedvereniging Bond Heemschut in een gesprek bij de gemeente Leusden ook aandringen op behoud.