Weerwoord: In het buitenland avondmaal vieren?

„Het heilig avond maal ís geen strikt lokale aangelegenheid. Het is een kernachtige, cultuuroverstijgende en woordloze samenvatting van het Evangelie.” beeld RD, Anton Dommerholt

Ik ben als christen in deze kerk te gast. De taal spreek ik niet. Gelukkig heb ik iemand naast me die flarden van de dienst vertaalt. De sfeer is eerbiedig. Vooraan staat een tafel met daarop een schenkkan en een schaal met brood. Straks zal het avondmaal bediend worden? Mag ik hier wel aan deelnemen?

NEE

Ik kan in deze gemeente niet deelnemen. Ik ben een vreemde, een voorbijganger. Het heilig avondmaal vier je in je eigen gemeente, waar je belijdend lid bent, en niet in een gemeente waartoe je niet behoort. Daarom zal ik de nodiging afslaan.

Nee, het zal er vast anders aan toegaan. Ik zie bijvoorbeeld geen stoelen om de tafel staan. Het brood is anders, en misschien gebruikt men zelfs geen wijn. Waarschijnlijk wordt de schaal doorgegeven en mag iedereen daarvan nemen, zonder onderscheid of separatie. Misschien nemen er kinderen deel aan het heilig avondmaal en ontbreken het toezicht en de tucht in deze gemeente.

Mogelijk is het in deze gemeente een gebruik om iedere maand avondmaal te vieren of misschien wel iedere zondag. Mogelijk houdt men er een te gewone opvatting over het sacrament op na en is hier avondmaalgang onder belijdende leden vanzelfsprekend.

Ik zal de nodiging afslaan, de schaal doorgeven en het kleine bekertje met wijn of druivensap weigeren. Mogelijk is deze kerk niet zuiver in de leer en onderschrijft men slechts de Twaalf Artikelen des Geloofs. Waarschijnlijk is er geen grondige kennis van de Bijbelse leer en heeft men hooguit een eenvoudige, oppervlakkige kennis van het Evangelie.

Ik volhard bij mijn weigering. Misschien is er een andere ambtsopvatting in deze kerk, is er geen tucht en gaan de ouderlingen de gemeente niet rond om zondaars te vermanen. Ik zou door deel te nemen mijzelf kunnen verontreinigen. Bovendien, hoe kan ik mij beproeven zonder voorbereidingsweek?

JA

Maar toch, als zo dadelijk de woorden klinken: „Zie, de Meester is daar en Hij roept u”, en gemeenteleden wenden hun vragende gezicht naar mij, wat doe ik dan? Hebben zij mij niet uitgenodigd om onder hen te zijn? Toonden zij bij binnenkomst geen gastvrijheid en waren zij niet blij om een christen uit een ander land te ontmoeten? Zullen zij mijn onthouding niet zien als een contrabelijdenis, alsof ik niet geloof dat het volbrachte werk van Christus de enige grond is voor mijn zaligheid?

En neemt bij Lukas en Paulus het gedenken van de dood en opstanding van Christus niet een grotere plaats in dan de waardigheid van de kerk en aandacht voor de door haar vastgestelde vormen en voorwaarden? Kan de beproeving zich ook niet nu in deze dienst voltrekken, in mijn komen voor Gods aangezicht? En heeft zij niet vooral betrekking op het hoe ik mij voorbereid op het ontvangen van het sacrament en niet op het of ik wel deel zal nemen?

De woorden van Augustinus komen mij in gedachten, namelijk dat de tekenen van brood en wijn een symbool zijn van de eenheid van de kerk, zoals het brood is samengesteld uit vele graankorrels en de wijn uit vele druiven. Is het niet Zwingli geweest die benadrukte dat het eten van het brood en het drinken uit de drinkbeker betekent, zich met andere broeders en zusters tot één lichaam te verenigen? Was het Calvijn niet die de vorm rekende tot de middelmatige dingen die door de lokale kerk zelf mogen worden bepaald?

Krachtiger nog en sterker dan al de voorgaande argumenten beginnen mij de instellingswoorden van Jezus te wegen. Kan ik de nodiging wel afslaan als ik in gedachten neem hoe Jezus aandrong op het gebruik ervan? Is het avondmaal niet een „doet dat tot Zijn gedachtenis?”

DUS

Het heilig avondmaal ís geen strikt lokale aangelegenheid. Het is een kernachtige, cultuuroverstijgende en woordloze samenvatting van het Evangelie. Het sacrament bevat naast een kerkelijke inbedding (lidmaatschap, toezicht, viering en vorm) een sterke persoonlijke dimensie (beproeving, versterking van het geloof, getuigenis van het Evangelie en gemeenschap met anderen).

Het is bovendien niet het eigendom van een lokale kerk, maar het is aan haar door Christus als een genade geschonken. Daarom kan een christen die in zijn of haar eigen gemeente toegang heeft tot het avondmaal ook elders het sacrament in dankbaarheid aanvaarden, mits de gemeente ter plaatse zelf geen belemmering opwerpt. Wonderlijke tekenen met een krachtige betekenis. Laat zondaren uit alle volken en plaatsen gezamenlijk hun harten met deze tekenen opheffen (”sursum corda”) tot hun Meester om te betuigen dat alleen in Hem het leven is. Totdat Hij komt.