Mensachtige robots bouwen blijft moeilijk

Bennie Mols met robot Pepper op een beurs. beeld Irma de Hoon
4

Niet alleen vergaande angst, maar ook buitensporige bewondering voor robots komt meestal voort uit gebrek aan kennis. Voor Bennie Mols was dat de reden om een robotboek speciaal voor leken te schrijven.

Mols houdt als wetenschapsjournalist de ontwikkelingen op het gebied van robotica en kunstmatige intelligentie al ruim tien jaar nauwgezet bij én probeert ze te duiden. Dat geeft hem naast zijn fascinatie een nuchtere kijk op robots. Een paar jaar geleden schreef hij ”Turings tango”, een boek over kunstmatige intelligentie dat de geruststellende ondertitel ”Waarom de mens de computer de baas blijft” draagt.

In zijn nieuwste boek ”Hallo robot” wil hij een breed publiek nader kennis laten maken met robots. Hij beantwoordt de vraag wat robots vandaag de dag kunnen en niet kunnen en voorspelt hoe dat in de toekomst zal zijn.

Mols heeft het boek geschreven samen met Nieske Vergunst. „We vullen elkaar prima aan. Zij studeerde cognitieve kunstmatige intelligentie, zelf heb ik natuurkunde en filosofie gestudeerd. Nieske is één generatie jonger en heeft daardoor misschien net weer een iets andere kijk op de materie. Daar komt bij dat robotica een echt mannending is. Met Nieske erbij hoop ik het onderwerp ook wat dichter bij vrouwen te brengen.”

Het lezen van het boek brengt de robot inderdaad een stuk dichterbij. Dat komt ook doordat er aan de lopende band robots worden voorgesteld. Sophia bijvoorbeeld, een robot die er zo menselijk uitziet dat het bijna griezelig is. Of de co-bot, die het imago van een traditionele robotarm (groot, zwaar, sterk en dom) wat moet opkrikken.

Fascinerend allemaal, maar al lezend blijft toch de vraag in het achterhoofd aanwezig: is een robot nu eng of niet? Dat komt misschien ook door de ondertitel ”De machine als medemens” waarvan me niet duidelijk is of die nu gerust moet stellen of juist de angst voedt.

Mols zelf heeft in ieder geval geen last van angst. Waar een ander misschien een beetje bang is of zich op zijn minst ongemakkelijk voelt, maakt hij breed lachend kennis met robot Pepper. „In contact met robots ben ik vooral nieuwsgierig. Pepper is ontworpen als maatje, dus ik heb geen enkele reden daar bang voor te zijn. Ik ben banger voor loslopende honden die achter je aan rennen en je, voor je er erg in hebt, in je kuit bijten.”

Vooral de kennis die Mols in de loop der jaren heeft opgebouwd, maakt dat hij geen enkele angst voelt. „Het is gemakkelijk om in je fantasie robots de wereld te laten overnemen. Maar wie goed kijkt naar wat robots werkelijk kunnen en hoe moeilijk het is om mensachtige robots te bouwen, ziet hoe extreem onwaarschijnlijk het is dat robots de wereld gaan overnemen.”

Toch kan Mols wel begrijpen dat mensen terugschrikken als het over robots gaat. „Technologische innovaties zijn een belangrijke reden van het succes van de westerse beschaving, maar op korte termijn zorgen ze vaak voor opschudding en onzekerheid. Mensen vragen zich af of ze hun baan wel kunnen houden en of de zorg niet onmenselijk wordt. Uitgangspunt zou moeten zijn dat de wereld met robots meer floreert dan zonder. Robots zijn er voor de mens en niet andersom.”

Energieslurpers

Hoe groot zijn bewondering voor robots ook is, Mols bekijkt de ontwikkelingen wel kritisch. Een krachtige mensachtige robot gebruikt veel energie, en dat realiseren mensen zich vaak niet. „De robotica is er nog niet in geslaagd om zuinigheid en kracht te combineren, zoals een menselijke spier dat wel doet. Energiezuinige robots rollen bij de minste of geringste tegenslag om. Dat wordt vaak niet beseft, en dan kun je ook niet goed afwegen welke toepassingen realistisch zijn. Natuurlijk wordt de robotica steeds beter en zal ook die barrière worden geslecht, maar zo ver is het nog lang niet.”

Wie hoge verwachtingen heeft van robots, moet zich volgens Mols goed realiseren dat niet elke taak even geschikt voor ze is. „Robots kunnen foutloos en zonder moe te worden de hele dag auto’s in elkaar zetten, maar hebben nog steeds veel moeite met lopen op twee benen in de complexe grotemensenwereld. Mensen zijn door hun grote kennis van alledag ook veel beter in staat om te interpreteren wat ze om zich heen zien. Het is voor een robot makkelijker om de wereldkampioen schaken te verslaan dan je huis te stofzuigen.”

Dat laatste verklaart ook waarom stofzuigrobots ondanks dat ze steeds beter worden toch maar zo’n 5 procent van de hele stofzuigermarkt beslaan. „Een stofzuigrobot functioneert prima in woningen met weinig spullen. Hoe meer er staat, des te moeilijker het is om in alle hoeken en gaten te komen. Hij zet geen dingen aan de kant en weet ook de waarde niet van alles wat hij tegenkomt.”

Praktische robots die hun werk goed en betaalbaar doen, dat is volgens de meeste robotici wat er echt toe doet. De Japanners, die al tientallen jaren showen met humanoïde robots zoals Asimo van Honda, kwamen daar pijnlijk achter toen ze na de Fukushimaramp in 2011 geen enkele robot hadden die in het rampgebied de schade kon opnemen, of slachtoffers kon zoeken. Daarvoor moesten ze wachten op een serie Packbots uit Amerika. Die zien er weliswaar niet echt oogstrelend uit, maar staan in rampgebieden wel hun mannetje.

>>hallorobot.nl

Vijfduizend dagen op Mars

Het robotautootje Opportunity, dat al sinds 2003 op de planeet Mars rondrijdt, vierde vorige maand een opmerkelijk jubileum. Het doet zijn werk op de rode planeet inmiddels al 5000 Marsdagen, terwijl het maar voor 90 dagen was ontworpen. De Marsdagen duren ook nog eens ruim een halfuur langer dan aardse dagen.

In die tijd heeft Opportunity ruim 45 kilometer afgelegd. Zijn tweelingbroertje Spirit heeft het een paar jaar geleden begeven.

Opportunity is met stip de favoriete robot van Bennie Mols. „Hij laat zo mooi de kracht van samenwerking tussen mens en robot zien. Het karretje wordt deels vanaf de aarde door mensen bestuurd en kan een aantal taken zelfstandig uitvoeren. Er is nog nooit een mens op Mars geweest, maar dit wagentje rijdt er al jaren rond.”

Juist een robot is volgens Mols uitermate geschikt om –als een soort geoloog– een planeetoppervlak te onderzoeken.

„Het overgrote deel van het heelal is extreem vijandig voor complexe levende wezens. Het verkennen ervan kunnen we dan ook beter aan robots overlaten. Spirit en Opportunity zijn de grootouders van alle robotgezanten die we in de toekomst nog de ruimte in zullen sturen.”

Prikkelend en choquerend

Bennie Mols mag dan vooral geruststellende woorden over robots spreken, dat kan niet voorkomen dat het zien van een filmpje van robothondje SpotMini van Boston Dynamics een nare bijsmaak nalaat. De robot is weliswaar gemaakt om bijvoorbeeld spullen op te halen en aan te geven, maar slaagt er ook in een deur te openen, terwijl een man dat probeert te verhinderen. „Zo’n filmpje is bedoeld om te prikkelen of misschien zelfs te choqueren, maar niet om te laten zien hoe het zou moeten”, meent Mols. „Commercieel verkrijgbare robots moeten zich houden aan onze regels. Een robot die dat niet doet, is slecht ontworpen. Wereldwijd lopen er talloze initiatieven om ethische principes op te stellen voor robots en kunstmatige intelligentie. Die zullen de komende jaren op verschillende manieren worden geïmplementeerd.”

Zo bezien verschilt het omgaan met deze nieuwe technologische ontwikkeling niet veel van de komst van bijvoorbeeld de auto en de wasmachine, of de manier waarop we met ons voedsel omgaan. „Ook daarvoor zie je wettelijke regelgeving, de invoering van richtlijnen en het ontwikkelen van certificaten of keurmerken.”

>>bostondynamics.com

Boekgegevens

”Hallo robot”, Bennie Mols en Nieske Vergunst; uitg. Nieuw Amsterdam, Amsterdam, 2017; ISBN 978 90 468 2292 0; 288 blz.; € 19,99.