Help, mijn hersenen zijn gehackt!

beeld SaltyStock, Gemma Pauwels
7

De hele dag Facebook bijhouden. Op elke whatsapp reageren. Voortdurend je Twittervrienden op de hoogte houden. Elk loos moment een YouTube filmpje kijken en ’s avonds ontspannen met Netflix. Herken je dit? Dan heb je een probleem: je hersenen zijn gehackt, schrijft Margriet Sitskoorn.

De hack van een brein begint met phishing. „Het begint met iets leuks, iets onschuldigs. Je wordt uitgenodigd te klikken, te proeven, te luisteren.” Het kost weinig energie om toe te geven. „Dan is de eerste haak in je hersenen geslagen”, schrijft Margriet Sitskoorn in haar nieuwe boek ”Hersenhack”. Het boek is gebaseerd op haar jarenlange ervaring als hoogleraar cognitieve neuropsychologie aan Tilburg University.

„Facebook, de suikerfabrikanten, de media, de game-ontwikkelaars, de tabaksfabrikanten, de seksindustrie, de populisten, ze zijn binnen. De link met je genotssysteem, lichamelijk of psychisch, is gelegd. Je hebt steeds meer nodig om hetzelfde genot te voelen. Dan wordt de code van genot, verlangen, herhaling en gewoonten gekraakt en volledig ingezet voor dat ene doel waar je genot bij voelde.” Weerstand bieden wordt steeds moeilijker, schrijft ze.

Vervolgens raken de hersenen en al zijn taken gericht op die ene handeling, die belofte van genot. Tenslotte worden de gehackte hersenen afhankelijk van de genotsprikkel. „De laatste stap van het hacken, de overname, is ingezet: je hersenen, dus je voelen, denken en doen zijn overgenomen.” Toegeven aan de prikkel is pure noodzaak geworden, het wordt op den duur zelfs een automatisme. „Je hebt het al gedaan voordat je erover nadenkt. Je hebt bovendien een steeds grotere dosis nodig om het aangename gevoel van genot en tevredenheid te bereiken. Zo raak je onvermijdelijk verslaafd.” En bedrijven en andere organisaties vergroten over de rug van hun slachtoffer hun rijkdom en macht.

Digitale fastfood

De hoogleraar neuropsychologie, die dit verslavingsmechanisme onderzocht, maakt zich grote zorgen over de dingen die ze om zich heen ziet gebeuren. licht ze toe op haar werkkamer van de Tilburg University. „Mensen voeden zich met digitale fastfood, maar krijgen niets van waarde binnen. De snelle digitale hap is als friet met veel zout: die prikkelt je genotssysteem, maar gezond is anders.”

Sitskoorn. beeld axians.nl

Wat is volgens de hoogleraar het probleem? „Als je vergif inneemt, krijg je meteen buikpijn of word je heel ziek. Dan merk je meteen dat je iets hebt gedaan wat niet goed voor je is. Wat je nu in de maatschappij vaak ziet, is dat je allerlei dingen binnenkrijgt die je in eerste instantie blij maken. En daardoor zou je verwachten dat het fijn of goed voor je is.”

Maar dat blijkt niet het geval. Sitskoorn: „We leven in een cultuur van: ik moet nú worden beloond. Deze roep om ”instant gratification” in combinatie met de steeds kortere spanningsboog versterken dit alleen maar. De wereld is helemaal ingericht op snelle prikkels. Dat moet je doen! Kom op, dat moet je nu doen!”

Mensen hebben vaak niet het inzicht dat clickbaits, pulpnieuws, playstationgames, filmpjes, alcohol, suiker of fastfood eigenlijk helemaal niet goed voor hen zijn. Maar omdat ‘het’ goed voelt, doen ze geen moeite meer om te zoeken naar wat echt goed voor hen is. „Ze bedenken te weinig: dit voelt nu wel lekker, maar heeft het tot doel mij of mijn kinderen verder te brengen?”

Chocoladebol

Met name mensen die met zogeheten planningsimpulsiviteit kampen, zijn hiervoor gevoelig, legt Sitskoorn uit. „Ze kunnen wel plannen, maar ze doen het niet. Ze hebben wel doelen en dromen, maar stippelen niet uit hoe ze daar moeten komen. Ze leven in het hier en nu en blijven altijd in het hier en nu.”

Natuurlijk is het fijn om af en toe een chocoladebol te eten, vervolgt Sitskoorn. „Maar voortdurend chocoladebollen naar binnen werken, brengt je wel in de problemen. Als je alleen maar afgaat op kortetermijnprikkels, en dus niet vooruit plant, dan doe je continu dingen waarbij je je goed voelt. Maar daar zit letterlijk geen toekomst in. Wil je een opleiding volgen, iets doen aan het klimaatprobleem, of afvallen, dan kun je dat niet alleen op het moment afhandelen. Dan moet je een plan maken.”

beeld SaltyStock, Gemma Pauwels

In navolging van de bekende Israëlische psycholoog Daniel Kahnemann onderscheidt de Tilburgse hoogleraar in haar boek twee manieren van denken, impulsief en reflectief. Juist voor impulsievelingen is de huidige maatschappij een vijandige omgeving. „Informatie komt bij dit type mens zo snel de hersenen binnen, dat ze daar voortdurend op moeten inspelen. En dat handelen kan gebaseerd zijn op foute informatie. Informatie die er niet toe doet, of informatie die zelfs bewust wordt aangeboden om je te misleiden. Dat gebeurt vandaag de dag op grote schaal.”

Bedrijven en organisaties maken ook gebruik van de zogeheten ”disrupt-en-reframemethode” en de ”fear-reliefmethode”. Ze doen iets geks, iets onverwachts, iets angstaanjagends, en weten van hun slachtoffer vervolgens gedaan te krijgen wat ze willen.

Verkopers aan de deur willen deze methode nog wel eens gebruiken om hun slachtoffer te dwingen tot iets wat niet in zijn voordeel is, vervolgt Sitskoorn. „Zo van: je krijgt 10 procent korting als je nu beslist. Een eerste reactie is: snel beslissen. Maar een consument kan veel beter tien tellen wachten. Slik maar even en haal maar een paar keer diep adem, zou ik zeggen. In die tijd kun je terugschakelen naar het hogere denkniveau en een rationele beslissing nemen. ”

Deze verkopers maken gebruik van een basaal mechanisme, dat inspeelt op het basale gevoel van overleven. Op het moment dat iemand angst wordt aangejaagd, of dat er iets raars gebeurt, is het aandachtssysteem meteen alert. Er ontstaat stress en de spieren spannen zich om aan te vallen of te vluchten. Het hogere denkniveau staat tijdelijk op een laag pitje. „Je gaat daardoor gevoelsmatig en op de automatische piloot reageren. Veel mensen hebben dat mechanisme niet door en voelen zich onder druk gezet. En ze gaan overstag.”

beeld SaltyStock, Gemma Pauwels

Spreekbeurt

Vandaag de dag zijn heel andere vaardigheden nodig dan vroeger. „Als ik in de jaren 80 een spreekbeurt moest voorbereiden, fietste ik naar de bibliotheek en haalde ik twee of drie boeken over het onderwerp. Dat was goede informatie, anders kwam die niet in boeken in de bibliotheek terecht. Maar zo werkt dat niet meer. Kinderen zoeken nu informatie op internet. Daarvoor zijn heel andere vaardigheden nodig”, weet Sitskoorn. „Je moet informatie op waarde schatten. En dat is voor volwassenen al heel moeilijk, dus zeker voor kinderen.”

Wat ook niet meehelpt, is dat veel mensen de meest basale vaardigheden onvoldoende beheersen. Sitskoorn refereert aan een recent Europees rapport waarin wordt gezegd dat slechts 20 tot 30 procent van de Europeanen het basisniveau van rekenen en taal beheerst. Naast slechte reken- en taalvaardigheden blijken veel mensen ook nog eens moeite te hebben met logisch, probleemoplossend denken. Tussen de 2,9 procent en 8,8 procent van de volwassenen scoort hoog op ”probleemoplossend vermogen in een technologierijke omgeving”. Ruim 90 procent heeft er moeite mee.

„Dat vind ik schrikbarend”, zegt Sitskoorn. „Wij leven in een wereld waarin data de dienst uitmaken. Als je die dus niet meer kunt interpreteren en op waarde kunt schatten, ben je continu afhankelijk van de mening en doelen van anderen.”

Dementie

Er is echter nog een reden om clickbaits, pulpnieuws, playstationgames, filmpjes, alcohol, suiker, fastfood of porno te laten staan. Wie zijn hersenen voortdurend voedt met digitale fastfood en geen moeite doet om ze kritisch te laten nadenken, leert steeds moeizamer; zijn hersenen gaan sneller achteruit. Maar wie ze voortdurend uitdaagt om na te denken, ontwikkelt een cognitieve reserve. Het brein veroudert dan veel langzamer, en dementie slaat minder snel toe, weet Sitskoorn. „Hoe spoor je mensen aan om dat te doen? Dat is heel moeilijk. Het moet thuis beginnen.”

beeld SaltyStock, Gemma Pauwels

Ouders en docenten hebben een belangrijke rol om kinderen te leren de ‘lekkere’ kortetermijndoelen te parkeren, en ze bij de hand te nemen bij het bereiken van langetermijndoelen. „Ouders moeten hun kinderen leren plezier te hebben in leren. Neem een kind dat leert lopen. Dat valt geheid. Dan raap je het op. Niet één keer, niet tien keer, maar duizend keer als het nodig is. Je vraagt jezelf niet af: dat heb ik nu al duizend keer gedaan. Je gaat ook niet tegen je kind schreeuwen: „Ga nou eens lopen! Ik heb het al tien keer uitgelegd.” Dat komt niet in je op.”

Op dezelfde wijze zouden ouders ook hun oudere kinderen moeten begeleiden, vindt Sitskoorn. Hun verantwoordelijkheid en moraliteit bijbrengen, leren plannen, wapenen tegen verslaving. Maar dat gebeurt te weinig, weet de hoogleraar uit haar onderzoek. „Stel, je kind mag een half uur per dag achter het PlayStation gamen. Op gegeven moment heb je tien keer gezegd dat het kind moet stoppen. Dan zeg je geïrriteerd: „Ik heb het nu al tien keer gezegd.” Maar we vergeten dat digitale vaardigheden op eenzelfde manier moeten worden geleerd als lopen, alleen op een andere leeftijd. Je moet er dus net zoveel energie, liefde en consequent gedrag insteken om het kind verstandig te laten omgaan met gamen. Ze moeten oefenen. Opvoeden vergt tijd. Ouders moeten liefde geven, maar ook heel consequent zijn in hun gedrag. Zoiets als: „Mama houdt van je, en nu je kamer opruimen.””

Dwingend

Sitskoorn pleit er daarom voor dat gezinsleden echt met elkaar praten. „We leven in een maatschappij waarin we worden overladen met dingen die we moeten, heel dwingend. Daarom is het ontzettend belangrijk om op de juiste momenten met het gezin samen te zijn. Om echt contact te maken. Het te hebben over de dingen die er toe doen. Even weg van alles wat de hele dag door voortdurend in je hersenen wordt gestopt. We moeten gewoon weer met z’n allen aan tafel eten. Voor sommige mensen is dat gelukkig nog steeds heel normaal.”

Ze zat onlangs aan een diner en verbaasde zich erover dat iedereen zijn telefoon voor zich op tafel had liggen. „De mensen kijken voortdurend op hun scherm. Ze worden er steeds door afgeleid. Dat is toch vreemd, want je hebt er de moeite voor gedaan om elkáár te kunnen spreken.” Mensen moeten kennelijk de hele dag hun Facebook-timeline bijhouden. Op elke binnenkomende Whatsapp reageren. Voortdurend aan Twittervrienden laten weten wat ze aan het doen zijn. Ze worden geleefd door de sociale media.

omslag. beeld Prometheus

Sitskoorn neemt er bewust afstand van. „Ik heb geen WhattsApp, geen Facebook. Alleen mail en sms. Piepjes en schermmeldingen staan bewust uit. Ik bepaal zelf wanneer ik tijd heb om ernaar te kijken. En als het haast heeft, kunnen mensen me bellen.”

Ze stuitte bij de zoektocht naar een titel voor haar boek op het woord hacken. „Dat heeft de negatieve betekenis van binnendringen en overnemen, van je hersenen, je voelen, je denken. Maar hacken betekent ook dat je zelf verandering kunt aanbrengen. En dat is niet gemakkelijk. Je moet daar energie en moeite daarin steken. Het is zwoegen.”

Hersenhack. Update je brein, Margriet Sitskoorn, Prometheus, Baarn 2019, ISBN 9789044639124, 222 pag., €16,99

Afleiding pikt de zaadjes van de waarheid weg

Is het allemaal zo erg als prof. dr. Margriet Sitskoorn in haar boek ”Hersenhack” beweert? Jazeker, stelt de Amerikaan Tony Reinke in zijn boek ”Altijd en overal” (2017).

Uit zijn onderzoek onder ruim 8000 respondenten bleek dat 54 procent binnen enkele minuten na het wakker worden de smartphone pakt; 73 procent checkte e-mail en sociale media voor het ochtendgebed. „We checken onze smartphone zo’n 81.500 keer per jaar, elke 4,3 minuten van ons wakkere leven. Onze smartphone werkt verslavend. Net als verslaafden verlangen we bij het wakker worden meteen naar een shot.”

Sociale media zijn de pr-firma van het merk ”Ik”, stelt de Amerikaan. „Dwangmatig checken we onze feeds en het blijkt bijna onmogelijk onze ogen van ons tweede ik af te houden. Bovendien willen we lijken op de rolmodellen die we vereren: we gaan lijken op wat we liken.”

Vooral Facebook gooit hoge ogen. In 2014 logde 70 procent van de gebruikers dagelijks in, gemiddeld voor 50 minuten per dag. „Als je dagelijks Facebook gebruikt, heb je dezelfde dwangmatige routine als een miljard anderen.”

Waarom doet ‘iedereen’ dat? Reinke is er glashelder over. „Ongezonde digitale verslavingen floreren omdat we de gevolgen ervan niet beseffen.” Die gevolgen zijn volgens hem ernstig. „Deze afleidingen verstikken onze ziel doordat ze de zaadjes van de waarheid wegpikken, de vrucht van het Evangelie afsnijden en de hoop van het Evangelie irrelevant doen lijken. We verdwalen in de bikkelharde tredmolen van onze dagelijkse taken en vergeten naar de stem van Christus te luisteren. We vergeten te bidden.”

Facebookupdates, blogs en breaking news; elk op hun eigen manier vechten alle sociale media om een steeds groter aandeel van onze aandacht, ten koste van de langdurige concentratie die nodig is voor het lezen van een boek, stelt Reinke. „Want teksten, snaps en tweets maken deel uit van een eindeloze borrel met talloze gesprekken. Heb je ooit geprobeerd tijdens een feestje iets te lezen? Zou dat dan wél lukken op een feest dat nooit is afgelopen?”

De haast waarmee sociale media worden gelezen, beïnvloedt ook het Bijbellezen. „Hoe meer tijd ik besteed aan tiensecondentweets en willekeurige online-artikelen, hoe grotere invloed dat op mijn spanningsboog heeft; het verzwakt de ‘spieren’ die ik nodig heb om lange stukken uit de Bijbel te lezen”, weet Reinke uit ervaring. „We trainen ons om steeds meer van die oppervlakkige pleziertjes te willen. Vluchtige verstrooiing wordt het enige plezier dat we kennen.”

Onschuldig is dat allerminst, weet de Amerikaan. „Gods Woord vraagt onze hoogste concentratie. Vergelijk dat niet met de oppervlakkige praatjes tijdens een borrel, maar met het verbondsgewicht van huwelijksbeloften. Om die beeldspraak op waarde te schatten, moeten we ons leven lang diep in de goddelijke Schriften duiken.”

Informatiebubbel, echokamer, kaasstolp

Mensen blijken niet alleen gevoelig voor een hersenhack, maar ook voor alternatieve feiten. Ze gaan online niet per definitie op zoek naar informatie die hen het meeste voordeel brengt, die het beste aansluit op wat er in de wereld gaande is. Maar ze voeden zich bewust of onbewust met informatie die hun visie ondersteunt. Terwijl andere informatie buiten beeld blijft.

Ze kunnen terechtkomen in een zogeheten ”informatiebubbel” of, zoals dat maandag door communicatiewetenschapper Judith Möller (Universiteit van Amsterdam) en politicoloog Rebekah Tromble (Universiteit Leiden) in de Volkskrant werd genoemd, een „echokamer.”

„Hoewel de hersenen zijn gemaakt om zich aan te passen aan nieuwe informatie, blijven ze in zo’n geval ronddraaien onder hun eigen kaasstolp. Daar kunnen ze op den duur nauwelijks meer uitkomen”, beschrijft Margriet Sitskoorn, hoogleraar cognitieve neuropsychologie aan Tilburg University, dit verschijnsel.

Zo’n echokamer ontstaat doordat mensen het liefst klikken op berichten die hun wereldbeeld bevestigen en negeren wat daarmee niet overeenkomt. Volgens Judith Möller is een filterbubbel ernstiger. Die is het resultaat van algoritmen van zoekmachines en sociale media. Doordat afwijkende meningen het scherm niet meer bereiken, versterken ze het effect van bestaande echokamers.

Volgens Rebekah Tromble heeft vooral YouTube een duidelijk sturende werking. „De algoritmen hebben de neiging mensen steeds extremere inhoud voor te schotelen.” Simpelweg omdat extremere filmpjes goed scoren. Op deze manier kunnen gebruikers belanden bij complottheorieën.

Sitskoorn: „Als iemand een complottheorie gelooft, is het heel moeilijk om die op te geven. Hij moet dan erkennen: wat ik altijd dacht, blijkt niet zo te zijn; ik heb het fout gehad. En hij moet afstand nemen van de groep waarbij hij zich thuisvoelt. Zo’n gebeurtenis van cognitieve dissonantie is feitelijk een leermoment. Maar voor veel mensen is dat een brug te ver. Dan kiezen ze toch vaak voor hun ego en de groep. En ze blijven zo’n complottheorie aanhangen.” Mensen staan er nauwelijks voor open om hun eigen ideeën kritisch tegen het licht te houden, weet de Tilburgse hoogleraar. „Een kind neemt klakkeloos voor waar aan wat hem wordt verteld. En dat is maar goed ook, want het vertrouwt erop dat zijn ouders hem zullen begeleiden naar de volwassenheid, net als de docenten op school.”

Maar hoe meer iemand denkt te weten, hoe moeilijker het voor hem is om een eenmaal aangenomen overtuiging bij te schaven. „De gangbare patronen zijn een soort ingebouwd automatisme in je hersenen geworden. Je moet dus uit je comfortzone stappen. Dat is ontwikkelen. Een kind denkt immers ook niet: „Kruipen gaat me zo goed af, ik begin maar niet met lopen.” En dat brengt hem uiteindelijk heel veel.”

Informatiebubbels vormen overigens ook een gevaar voor hoogopgeleiden. „Tijdens mijn onderzoek ontdekte ik dat ook experts er gevoelig voor zijn. Ik vond het choquerend. Zij zijn ook nog eens extra bedreven in het opzoeken van en selecteren van informatie en in het onderuithalen wat daarmee niet overeenkomt. Dat was voor mezelf ook een eye-opener.”

Grenzen stellen kan bijvoorbeeld zó

1. Zet alle niet-noodzakelijke meldingen uit.

2. Verwijder apps die je niet meer gebruikt.

3. Leg de telefoon buiten de slaapkamer.

4. Gebruik een echte wekker in plaats van de smartphone.

5. Bewaak je stille tijd ’s morgens en ’s avonds.

6. Gebruik apps die je helpen grenzen te stellen aan je smartphonegebruik.

7. Reageer op een vaste tijd op binnenkomende berichten.

8. Lees je e-mail op vaste tijden.

9. Vraag je huisgenoten om feedback op je smartphonegebruik.

10. Leg je telefoon tijdens maaltijden uit het zicht.

11. Zet je telefoon uit tijdens Bijbellezen, kerkdiensten, autorijden en gezamenlijke momenten met familie en vrienden.

12. Neem digitale sabbaticals om af te kicken, bijvoorbeeld tijdens vakanties.

Uit: Altijd en overal, Tony Reinke; De Banier, Apeldoorn 2017, ISBN 9789402903447, pag. 236.

Bezinning voor gehackten

Sommige initiatieven maken van de nood een deugd. Nu toch bijna iedereen is gehackt door sociale media, kunnen mensen via de gewraakte kanalen ook bezinning binnenkrijgen. Een paar gratis initiatieven waarvoor fervente smartphonegebruikers zich kunnen aanmelden:

maartenluther.com, de hersteld hervormde Hugo van Woerden stuurt geregeld via de e-mail een vertaald stuk tekst van Maarten Luther.

albertmohler.com/the-briefing biedt de dagelijkse podcast ”The Briefing” van de Amerikaanse baptistentheoloog Albert Mohler.

youtube.com/channel/ levert de wekelijkse podcast ”Even stil” van zendingspredikant J. IJsselstein van de ZGG.

dagelijksebroodkruimels.nl van Bram Markus verspreidt Bijbelteksten via Facebook.

vomradio.net, elke week een interview met een vervolgde christen in de e-mailbox of in de app.

biblword.net van zendeling Marten Visser verzorgt de verspreiding van Bijbelteksten via Twitter.

dagelijkswoord.nl levert via verschillende kanalen elke dag een Bijbeltekst in elke gewenste vertaling.

preken kunnen worden beluisterd via de websites of de apps van kerkomroep.nl en kerkdienstgemist.nl.

Verder lezen

Trots op je kind; klikken en delen – of niet.

Je aandacht is een schat die bescherming verdient.

Een ”thermometer van de ziel”.

Maatpak of harnas.

Online porno is uitgegroeid tot enorm probleem.

Puber gebruikt media op ongezonde manier.

Moreel probleem media dieper dan vaak gepeild.

Opvoeder moet Snapchat snappen.

’t Is uit met de liefde voor de smartphone.

Naakt op de app of in een snap.

„Gezond online” met app van Yona.

Tien uur per dag op sociale media geen uitzondering.

Gematigd smartphoneverslaafd.

Filosoferen over digitale detox.

Waarom zou je op zondag de smartphone uitzetten?

„De duivel is al wakker als de wekker gaat”.

„Christenen lijken op wat ze liken”.