Boring helpt raadselachtige herkomst zwerfkeien oplossen

Henri van ’t Hof (l.) voerde dinsdag samen met Stef Heerema (r.) een 70 meter diepe boring uit bij het Drentse Langelo. beeld Stef Heerema

De 70 meter diepe put die Henri van ’t Hof en zijn collega dinsdag in Langelo boorden, is bedoeld voor de brandweer, maar levert ook informatie op over de ondergrond. En helpt mogelijk de raadselachtige herkomst van enorme zwerfkeien in Nederland op te lossen.

Nieuwsgierig beklimt Jean-André de Luc in 1778 de Martinitoren in Groningen. Met zijn verrekijker verwacht de Zwitser een bergketen in de buurt op te sporen. De geoloog is ervan overtuigd dat van grote hoogte omlaag glijdende gletsjers de zwerfkeien in de Nederlandse bodem verklaren.

De bergen vond De Luc niet. Toch is opmerkelijk genoeg deze uitleg vandaag de dag breed aanvaard als verklaring voor grote zwerfstenen in Nederland.

De aanwezigheid van de stenen wordt als volgt verklaard. Het noordelijk halfrond is voor een groot deel bedekt geweest met een ijskap. In Noord-Amerika, Noord-Europa en Noord-Azië zijn verplaatsingen tot 1500 kilometer zuidwaarts vastgesteld. Daarbij zijn tot 44.000 kilogram zware hunebedstenen meegezeuld, schurend over de bodem. Vanuit Zweedse en Finse gletsjers gleed het ijs de Oostzee in, omhoog over Denemarken en zo verder naar Noord-Nederland en Duitsland. Dit zou ook betekenen dat transport zonder aandrijfkracht in staat is geweest heuvelruggen, zoals de Sallandse en de Utrechtse heuvelrug en de Veluwe, meer dan 100 meter hoog op te stuwen.

Raadselachtige zwerfkeien

Het document kan niet getoond worden, omdat het mogelijk is dat het cookies plaatst die volgens uw cookie-instellingen niet toegestaan zijn.
Sta alle cookies toe om het document te tonen en ververs dan de pagina.

Van ’t Hof voert beroepsmatig geregeld boringen uit in de Nederlandse bodem. Hij zet grote vraagtekens bij deze verklaring. Het is niet aannemelijk om van een ijsmassa zo’n enorme horizontale verplaatsing te verwachten, aldus Van ’t Hof.

Tijdens een lezing hoorde hij een verklaring die hem waarschijnlijker in de oren klonk. Tijdens de zondvloed zou dikke bewolking de zonnewarmte hebben weerkaatst. De daardoor veroorzaakte afkoeling kan vervolgens hebben geresulteerd in een enorme op het water drijvende ijskap. Toen aan het einde van de zondvloed de continenten onder het ijs omhoogkwamen, persten ze het water eronder weg. De daarmee gepaard gaande catastrofale waterstromingen sleten zuidwaarts tunneldalen uit en verplaatsten stenen over soms wel 1500 kilometer.

De brandput die Van ’t Hof met zijn collega dinsdag in Langelo boorden, bood opnieuw de gelegenheid om de Nederlandse ondergrond te bestuderen. Uit de put moet de brandweer per uur 90 kubieke meter bluswater kunnen pompen.

De boring is uitgevoerd met een holle boor. Van het omhoog gezogen zand wordt per meter diepte een bodemmonster genomen, dat later kan worden bestudeerd.

De boor ging dwars door een laag heen die de Peeloformatie heet. Deze formatie, een catastrofaal zuidwaarts uitgesleten tunneldal, bevat nog steeds zoet water uit zijn ontstaanstijd. Sinds de eeuwwisseling erkennen ook seculiere geologen zoals de Canadees John Shaw dat de zwerfkeien kunnen zijn verplaatst door catastrofaal zuidwaarts stromend water in tunneldalen.