Terminale patiënt bezoekt nog één keer zijn boerderij

Aan de slag
Meneer Angenent is terminaal ziek en kan zijn bed niet uit. Leo Nootenboom (links) en medevrijwilliger Peter Scholten brengen hem per brancard naar de boerderij waar de oud-agrariër 65 jaar woonde.  beeld Paul Dijkstra

Hij is verknocht aan zijn oude boerderij in de polder van Woubrugge. Zou graag nog een keer het land ruiken. Maar hoe doe je dat als je het bed in je appartement nauwelijks meer uitkomt? Op pad met vrijwilligers van Stichting Ambulance Wens.

Een jaar, misschien nog maar een maand. Maarten Angenent (84) uit Woubrugge heeft niet lang meer te leven. Een jaar of acht tobt hij inmiddels met zijn gezondheid. Hij heeft COPD, een longziekte. Zijn hart pompt niet meer als vroeger. Een pacemaker geeft het orgaan zo nu en dan een opdoffer.

Ambulancewens

Het document kan niet getoond worden, omdat het mogelijk is dat het cookies plaatst die volgens uw cookie-instellingen niet toegestaan zijn.
Sta alle cookies toe om het document te tonen.

Kwakkelen deed zijn gezondheid al lang. Dit jaar kreeg hij een longontsteking. Gevolgd door een blaasontsteking. Eerste Paasdag viel hij op de grond. Twee weken ziekenhuis volgden. Daarna een maand revalidatie. Maar het vocht in zijn benen wil niet weg. De opgezwollen benen dragen zijn gewicht niet meer.

Vijfenzestig jaar was de agrariër te vinden op zijn boerderij. Nu woont zijn zoon daar. En ligt hij éénhoog in een bed.

„Wat zou u graag nog doen?”, vroeg kleinzoon Mike aan zijn opa. „Een rondje door de polder”, antwoordde de zieke man. „En naar de boerderij.” De familie pleegt een belletje naar Stichting Ambulance Wens. Die laat de laatste wens van terminale en bedlegerige patiënten in vervulling gaan. Binnen een week is de wens van Angenent geregeld.

Brancard

Voor chauffeur Leo Nootenboom is het de 127e laatste wens die hij in vervulling laat gaan. Zijn medevrijwilliger en verpleger Peter Scholten heeft zo’n veertig ambulancewensen op zijn naam staan. De mannen manoeuvreren een brancard door de hal van het appartement van echtpaar Angenent. Ik trek behulpzaam een kastje opzij. Ondanks de beperkte ruimte raken we niets. Het kaartje ”Je kunt Jezus niet volgen als je stilstaat”, blijft ongeschonden hangen aan een klembord.

De patiënt moet van zijn bed op de brancard. Nootenboom steekt zijn handen uit om hem op zijn zij te draaien. „Pak hem niet bij zijn arm”, roept een familielid verschrikt. „Dan trek je zo de huid eraf.” „Goed dat u het zegt”, vindt Nootenboom. Hij pakt Angenent bij zijn schouder en heup. Scholten schuift een glijzeil onder het lichaam van de patiënt. Ik help door me afzijdig te houden. Zo belandt Angenent op de brancard.

Spruiten

Vanuit de ambulance beziet de oud-agrariër het land. Het ziekenvervoer rijdt bijna stapvoets langs de percelen. Stopt dan. Nootenboom rijdt achteruit het land op. De brancard wordt uit de auto geschoven. Angenent snuift de geur op. De spruiten doen het goed, ziet hij. De uien hebben last van de droogte. De wind speelt met een dunne haarlok.

Scholten houdt met een schuin oog in de gaten hoe het met meneer gaat. De orthopedisch chirurg nam na een sabbatical twee jaar geleden gas terug van zijn werk. Hij zette zich in zijn vrije jaar in voor de ambulancestichting en besloot daarna nog slechts drie dagen „productiewerk” als arts te doen. „Met het ambulancewerk heb ik meer contact van mens tot mens. Dat geeft me veel voldoening.” Even later. „Meneer glimlacht, gewoon omdat hij de uien nog eens ziet. Geweldig toch?”

Verder gaat de rit, naar de boerderij waar Angenent zo lang heeft gewoond. Zijn zoon fokt er nu paarden. Behoedzaam duwen we de brancard over het hobbelige boerenerf. „Ik loop hier voor het laatst met hem. Dit is zijn laatste rit,” realiseert zijn vrouw zich. „Tot onze grote verwondering kan dit.”

De vrijwilligers parkeren het bed voor een stal. Een merrie steekt nieuwsgierig haar hoofd naar buiten. Likt aan de hand van de patiënt. Dan aan zijn oor. „Ik ben bang dat ze mijn gehoorapparaat pakt.” De familie lacht. Wij ook. Dan verschijnt in de mondhoeken van de patiënt ook een glimlach. Hij tilt zijn hand op en kriebelt het hoofd van de merrie.

Eenvoudig

Angenent is een van de zes terminale patiënten die vandaag op pad is met Stichting Ambulance Wens. Eén ambulance rijdt meerdere dagen rond in Hongarije. De andere voertuigen vertrokken vandaag uit Rotterdam naar plaatsen door heel Nederland om laatste wensen te vervullen.

„Van een eenvoudige wens als deze geniet ik het meest,” zegt Nootenboom. „Van mensen die gewoon nog een keer een plek willen bezoeken die speciaal is voor hen. En daar willen zijn met de mensen die om hen geven.”

Waarom dat nodig is? „Het geeft de mensen de gelegenheid hun leven af te sluiten, nadat ze soms van het ene op het andere moment uit hun thuisomgeving zijn weggerukt vanwege medische problemen. Het zal niet voor het eerst zijn dat een patiënt overlijdt in de nacht nadat zijn of haar wens in vervulling is gegaan.”

serie Aan de Slag

Redacteuren doen vrijwilligerswerk. Deel 1 in een serie: Arien van Ginkel rijdt mee met Stichting Ambulance Wens. Vrijdag deel 2.

De directe familie heeft maandagmiddag laten weten dat de heer Angenent is overleden.