Siebo Janssen: En nú is het tijd voor de verdieping van Europa

Drs. Siebo Janssen. beeld RD

De wereld stelt Duitsland voor een dilemma. Nu Europa op een tweesprong staat, kijkt iedereen naar Berlijn voor leiderschap. Maar Duitsland is veel te bang om leiding te geven. Dit land heeft de schrik van de Tweede Wereldoorlog nog altijd in de benen.

Het linnen tasje waarmee drs. Siebo Janssen door het centrum van Bonn loopt, heeft de opdruk van de EU-vlag: blauw met gele sterren. Voor hem is het tasje niet alleen gebruiksvoorwerp, maar minstens ook visitekaartje. De westerse wereld wacht immers op nieuwe stappen door de Europese Unie.

„Nu Trump Amerikaans president is, staat Europa alleen. Vroeger verdedigden we samen de mensenrechten in de wereld. Nu mag de EU dat doen. Dat stelt ons voor de vraag: wat is het Westen nog?”

Voor Janssen was de verkiezing van Trump een van de meest schokkende wereldgebeurtenissen in het afgelopen jaar. „Als hij alles doorzet, hebben we straks drie autoritaire blokken in de wereld: China, Rusland en de Verenigde Staten. De EU is altijd nauw verbonden geweest met de VS, maar staat nu voor de vraag hierop te reageren.”

Trump was niet het enige schokkende nieuws. Het referendum over de brexit was minstens zo erg. „Dat is een alarmsignaal dat het Europese integratieproject niet zo goed gefundeerd is als we dachten.”

Hoe belangrijk is Europa voor Duitsland?

„Europa is voor ons het andere vaderland. Na de Tweede Wereldoorlog hebben wij onszelf enorme beperkingen opgelegd, bang als we waren terug te vallen in het nationalisme. We kozen voor een rol als een Groot Zwitserland; economisch een reus, maar politiek een dwerg.

Na de verkiezing van Trump legde de New York Times de leiding van de wereld bij Merkel op de schouders. Maar Duitsland kan daar niet mee omgaan.”

Maar zonder Duitsland staat de EU stil.

„Dat is momenteel het centrale thema in onze verkiezingscampagne. Wij hebben geen echte pro-Europese partij, zoals D66 in Nederland. SPD-leider Martin Schulz heeft die overtuiging wel, maar op het grondvlak is zijn partij redelijk sceptisch.

De keus waar alle EU-lidstaten nu voor staan, is deze: teruggaan naar de natiestaat, zoals Marine Le Pen in Frankrijk. Of de Europese integratie uitbouwen. In de bevolking willen velen het eerste, het bedrijfsleven het tweede. Zelf kies ik ook voor het tweede. De politieke leiders moeten een kwantumsprong maken richting een verdiepte integratie.”

Heeft de EU wel toekomst?

„Is er iets anders? Ik denk dat dit het moment is over te gaan op een Europa van meerdere snelheden. Dat idee is al twintig jaar oud, maar nu kunnen we het niet meer ontlopen.”

Janssen pakt een bierviltje en trekt enkele cirkels om elkaar heen. „De buitenste ring is een vrijhandelszone. Misschien iets voor Polen en Groot-Brittannië. In het midden ligt het ”kern-Europa”. Daar ontstaat een nieuwe, Europese soevereiniteit. In de middenzone tussen de kern en de buitenring gaat het door zoals het nu is.

Vraag is welke landen er in die kern moeten zitten. Wat mij betreft de zes grondleggers van de EU: Duitsland, Frankrijk, Italië, België, Nederland en Luxemburg. Als de Fransen voor Macron kiezen in plaats van voor Le Pen, moet dat kunnen.”

In een Europa van meerdere snelheden kunnen lidstaten per onderwerp de snelheid kiezen. Kan dat in uw model ook?

„Nee. De Polen zouden misschien een Europese defensie willen tegen Rusland, maar dat kan niet zonder de euro. En bij de euro hoort ook een belastingpolitiek. Defensie hoort bij een gezamenlijk buitenlands beleid en een immigratiepolitiek. Dat is allemaal niet los verkrijgbaar. Dit is een nieuwe Europese soevereiniteit.”

Janssen zoekt in zijn tas het recente witboek van de Europese Commissie over de toekomst van de EU. „Dat kent vijf varianten. Ik zeg dat je die modellen tegelijkertijd kunt toepassen.”

Maar u zegt ook dat de bevolking aarzelt.

„Dat is inderdaad een moeilijke vraag. De bevolking accepteert de verdiepte integratie nóg niet. Die trekt zich nu nog op aan politici die op Brussel schimpen. De elite moet de Europese integratie echter veel beter uitleggen. We moeten het huidige schokmoment gebruiken om te vertellen dat we méér Europa nodig hebben.

Vergeet niet dat onder de Duitse bevolking nog altijd 60 procent achter de integratie staat. Dat is minder dan de 85 procent voor de hereniging, maar toch.

We weten ook dat EU-burgers een gezamenlijk klimaatbeleid steunen. Ik zou zeggen: laat het kern-Europa daarmee beginnen. Als dat werkt, kun je verdergaan, bijvoorbeeld met het invoeren van EU-belastingen. En natuurlijk een humaan asielbeleid.”

En de NAVO, heeft die toekomst?

„Ja en nee. Het blijft het gezamenlijk westers bondgenootschap. Maar als Trump zijn isolationistische koers doorzet, zal de NAVO aan betekenis verliezen. Het enige antwoord daarop is dat de EU een eigen leger ontwikkelt.

Europa kent trouwens belachelijke toestanden op defensiegebied. Wist je dat Oostenrijk een marine heeft, en Luxemburg een luchtmacht? Op dat punt hadden we de krachten allang moeten bundelen. Elk land kan zich concentreren op de sterke punten.”

Maar een eigen leger is de kroon op de nationale zelfstandigheid. Weinig leiders zullen zo’n symbool uit handen geven.

„De politieke elite houdt vast aan een verouderde visie op het monopolie van geweld. Maar de nieuwe bedreigingen in deze wereld bieden geen plaats voor deze oude visie. We hebben een moderne krijgsmacht nodig om onze gezamenlijke bevolking te verdedigen. De tijd dat de VS ons komen redden, is echt voorbij.”

Janssen weet dat binnen de EU eigenlijk alleen Commissievoorzitter Juncker pleit voor een EU-leger. Lachend: „Vergeet niet de liberale FDP-vertegenwoordiger uit Bonn in het Europees Parlement, Graf von Lambsdorff.”

Volgens Janssen is er serieus kans op een militair conflict in de achtertuin van Europa. In het voormalige Joegoslavië heeft de NAVO nog altijd een stabilisatiemacht in Kosovo. En ook Bosnië staat onder internationaal toezicht. „Internationale organisaties zijn bang dat de Amerikanen zich uit de Balkan terugtrekken. Dan zijn Kosovo en Bosnië overgeleverd aan krachten die deze landen willen destabiliseren: Rusland, Turkije en Saudi-Arabië. De terugkeer naar een gewapend conflict valt dan niet uit te sluiten. Vergeet niet: de wapens zijn er allemaal nog.”

Vormt Rusland een grote bedreiging voor Europa?

„Ik denk dat het momenteel redelijk verzadigd is. Door zijn successen in Syrië is Rusland weer helemaal terug op het wereldtoneel. Het heeft zijn invloedssfeer versterkt.

Ik verwacht niet dat Rusland zijn grondgebied wil uitbreiden. En Poetin zal zeker niet zo dom zijn om EU- en NAVO-lidstaten aan te vallen. Maar wel zal hij proberen de EU te plagen, in het bijzonder in de Balkan. Verder geeft hij geld aan anti-Europese partijen, zoals in Frankrijk aan het Front National en in Duitsland vermoedelijk aan Alternative für Deutschland.”

Onder president Obama zagen veel deskundigen dat de VS hun blik van Europa afwendden en zich op Azië oriënteerden. Gaat die ontwikkeling door?

„Ja, maar wel anders. Obama deed het heel slim. Hij zei: we zijn er als we nodig zijn, maar niet agressief. Dat is anders dan zowel zijn voorganger als zijn opvolger. Volgens Obama had Europa weinig aandacht nodig, omdat dit al democratisch is. En China zag hij als serieuze partner.

Trump zal zijn blik ook op China blijven houden, maar meer als vijand. Zijn telefoongesprek met de president van Taiwan was een belediging van de Chinezen, waarop ze trouwens verrassend gelaten hebben gereageerd. Sowieso is Trump tegen vrijhandel. Dus dat zal de relatie met de Chinezen zeker stroever maken.”

De wereld is een dorp, zegt men wel. Is vaderlandsliefde te verzoenen met mondialisering?

„Dat hangt af van de vorm van vaderlandsliefde. In het Duits spreken we van ”Verfassungspatriotismus”: de liefde voor onze grondwet. Dat is niet zozeer een identiteit, maar het delen in een gezamenlijke samenleving en instituties. In die zin ben ik zelf ook patriot: ik ben er trots op dat we dit na 1945 hebben gebouwd. Deze vaderlandsliefde is heel goed te combineren met wereldwijd denken.

Met het klassieke nationalisme ligt dit natuurlijk anders. Dat denkt in collectieven en maakt het eigen land tot centrum van de identiteit.

Globalisering is het tegengestelde. Dat is individualistisch en kent geen grenzen. Eerlijk gezegd voel ik me er wel in thuis. Maar ik geef toe, ze mist een anker. Zeker voor laagopgeleide mensen is het heel moelijk in zo’n wereld te overleven. Velen van hen voelen zich slachtoffer van de mondialisering, want daardoor is hun baan verdwenen. Uit reactie sluiten ze zich op in hun eigen kring. Daarbuiten zijn de vijanden: politici en vluchtelingen.

De uitdaging voor de globalisering is om zich meer op mensen te oriënteren. Alleen dan heeft ze een kans.”

Sommige denkers zien demografische verschuivingen in de wereld, met een krimpend Europa tegenover een exploderend Afrika en India. Hoe ziet u dat?

„We weten dat we in Europa elk jaar minstens 850.000 mensen tekortkomen om weggevallen banen in te nemen. Door de vergrijzing zijn er bijvoorbeeld veel verpleegkundigen nodig. Ik denk dat je nuchter tegen Afrika en India kunt zeggen: jullie goed opgeleide mensen kunnen bij ons een werkvergunning krijgen, met na vijf jaar perspectief op een EU-paspoort.

Dat lijkt natuurlijk simpel, maar ik denk dat dit nodig is. Op een andere manier zullen wij de vergrijzing nooit kunnen opvangen.”

West-Europa is een van de weinige delen in de wereld die sterk geseculariseerd zijn. Snappen wij nog wel hoe de rest van de wereld denkt?

„In ons land leefde men vroeger in kleine kring, waarin de kerk een grote plaats had. Ik denk dat het een groot voordeel is dat religie is teruggedrongen. Maar hierdoor voelen mensen zich ook onveilig. Met haar gestructureerde wereldbeeld biedt religie immers vastigheid.

Momenteel zien we een herleving van religie. Dat betreft niet alleen de conservatieve islam, maar ook de evangelicalen en de nieuwe katholieken in Zuid-Amerika. Dit zijn in wezen antimoderne reflexen, maar ik kan die wel begrijpen. Zelf ben ik een liberale protestant, maar de groei zit vooral bij de orthodoxe protestanten.

Als je commentaren van seculiere mensen op dit punt leest, proef je een zekere verachting. Ik vind het goedkoop om orthodoxe gelovigen van alle kleur af te wijzen als achterlijke fundamentalisten. Ik zeg dan: denk aan je eigen geschiedenis. Pas door Luther en de verlichting is onze samenleving veranderd. Maar inhoudelijk deel ik deze opvatting wel. De kerk had vroeger een te grote greep op de mensen.

Toch heeft de mens behoefte aan transcendentie, anders word je technocraat. Religie biedt een waardesysteem en draagt bij aan een positief zelfbeeld. Dat moeten we in Europa niet vergeten.”

Levensloop Siebo Janssen

Drs. Siebo Janssen MA werd in 1969 in Keulen geboren. Zijn vader komt uit Esens in Oost-Friesland, maar trok door de Tweede Wereldoorlog naar het Rijnland.

Janssen studeerde politicologie en internationale betrekkingen aan de universiteiten in Bonn, Keulen, Münster en Nijmegen. Later dit jaar promoveert hij aan de Rijksuniversiteit in Groningen op een proefschrift over de invloed van het protestantisme op de buitenlandse politiek van christelijke partijen in Nederland en Duitsland tussen 1918 en 1933. Zelf is hij actief in de protestantse volkskerk (Evangelische Kirche) en schaart zich bij de „liberale vleugel.”

Aan de universiteit van Keulen doceert hij internationale betrekkingen. Hij is regelmatig in de Duitse media, onder meer als vertegenwoordiger van het Kölner Forum für Internationale Beziehungen und Sicherheitspolitiek (KFIBS). Hij is lid van de sociaaldemocratische SPD.

serie Blik op de wereld: Het Europese project kreunt, de terrorist dreigt, de populistische trom roffelt en de Russische beer brult. Vier perspectieven op een veranderende wereld. Deze week: Siebo Janssen uit Bonn (Duitsland).