Ria Kraa, strijdlustig boegbeeld van Frysk Deiblêd

Het Gesprek
4

Easterlittens, een dorp met 400 inwoners, in de buurt van Leeuwarden. Daar woont Ria Kraa, hoofdredacteur van het Friesch Dagblad, samen met Dooitze, haar levensgezel. Kraa is een vrouw met vaart, maar houdt ook van de „geheimenissen van het leven.”

Haar werkplek bevindt zich in Leeuwarden, in het grote gebouw van NDC mediagroep, het mediahuis van Noord-Nederland. In Kraas werkruimte liggen exemplaren van het Friesch Dagblad („myn krante”, zegt ze) op tafel, plus een stapeltje nummers van Het Goede Leven, het nieuwe maandblad van CW Opinie en het Friesch Dagblad. „Ik houd van het goede leven, we zoeken naar het goede, in jezelf, in de ander, in de maatschappij, in de wereld.”

Achter haar bureau hangt een Bijbeltekst in het Fries: „De Heare hat grutte dingen oan ús dien, dêrom ferbliidzje wy ús” (Psalm 126:3). Buiten schuift om het halfuur de intercity station Leeuwarden binnen.

Kraa is strijdlustig, een snelle prater en een diep denker. Ze heeft geen enkel zetje nodig om in het gesprek van start te gaan. In prachtig lange zinnen wil ze vertellen over haar krant, over haar leven, en over dingen waarover ze zich verwonderen kan.

Over het Friesch Dagblad: „Wij maken deel uit van een concern met een mooie missie. We willen behoren tot de verhalenvertellers van het noorden, noorderlingen aan elkaar verbinden en onze lezers behouden voor ons dagblad. We zijn een onafhankelijke en nieuwsgierige krant, hebben de ramen en de deuren wijd open en zijn stevig geworteld in de christelijke grondslag. Elke dag zitten we met collega’s aan tafel, waar we ons laten inspireren door onze grootste gemene deler.”

En die is?

„Onze identiteit. We hebben het daar misschien niet elke dag over, maar onze grondslag doet mee in wat wij hier doen. Dat verwachten onze lezers ook van ons. Daarom lezen ze het Friesch Dagblad. We hebben ook niet-christelijke journalisten in dienst, mensen die niet kerkelijk betrokken zijn, die minder gelovig zijn, maar we zwijgen onze identiteit niet dood, ook onderling niet. De ene collega zit op zondag vaak in de kerk, de ander heeft er niets mee, maar we blijven expliciet aanspreekbaar op onze identiteit.”

Aan de andere kant van de gang zit de redactie van de Leeuwarder Courant. Die is wel veel groter.

„Zesmaal groter, bijna zevenmaal groter. Maar de pluriformiteit houdt ons allebei scherp. Het is belangrijk dat er verscheidenheid in de berichtgeving is. Het Friesch Dagblad is een christelijke krant. Wij knopen regionaal en kerkelijk nieuws graag aan elkaar, want er zijn toch al zo weinig media die aandacht geven aan de kerken. Wij hebben iedere dag twee kerkpagina’s, op zaterdag zelfs drie. Onze lezers waarderen de rustige toon van onze berichtgeving, de bedachtzaamheid van de artikelen. We zijn constructief van aard, willen scherp en fris zijn in keuze en in vorm. In de krant zoeken we naar het goede en we zullen mensen niet zomaar beschadigen. Wat hier hoog genoteerd staat, zijn begrippen als: rechtvaardigheid, barmhartigheid en verdraagzaamheid.”

Ria Kraa. beeld Sjaak Verboom

In november 2018 werd Ria Kraa benoemd tot hoofdredacteur van het Friesch Dagblad, als opvolgster van Lútsen Kooistra, die met pensioen was gegaan. Even was Hildebrand Bijleveld tussendoor hoofdredacteur, maar dat duurde slechts vier maanden, vanwege verschil van mening over de te varen koers.

Kraa werkte al sinds 1995 bij het Friesch Dagblad, als verslaggever, redacteur van de gecombineerde binnen- en buitenlandredactie, redacteur opinie, chef van de regioredactie en eindredacteur van de zaterdagbijlage Wykein. Na het vertrek van Bijleveld vormde ze met twee collega’s een interim-hoofdredactie. Uiteindelijk werd ze benoemd als hoofdredacteur.

Is het werk gelukt, sinds uw benoeming?

„Het is nooit gelukt. Er is nog heel veel te doen. Ik sta aan het begin, alles is nog maar pril naar mijn idee. Het is wel ontzettend leuk. Voorheen ging ik het liefst naar buiten, was ik graag op straat, of stond ik ergens met mijn pen en kladblok in het veld. Maar wat ik nu doe, boeit mij ook erg. Blijkbaar ben ik nu oud genoeg om te kunnen praten en luisteren, om te sturen en bij te sturen. Als hoofdredacteur ben ik een overlegpaal, een samenroeper, vaak het bruggetje naar de rest van het bedrijf. Ik zit met veel plezier op mijn plek, maar er moet wel veel gebeuren. Ik wil groeien in abonnees, wil geen abonnees meer verliezen.”

Ria Kraa is geboren in Twente, in het dorpje Enter. Daar werd ze gedoopt in de hervormde kerk. In Enter is ze „onbekommerd grootgegroeid.” „Enter is een vrolijk katholiek dorp, met twee rooms-katholieke scholen, een school met de Bijbel en onze hervormde school. We meden de katholieken, wilden hen nauwelijks zien. Zo scherp lagen de verhoudingen toen.”

Ze heeft „een heerlijke jeugd” gehad. „Elke zomer gingen we op vakantie naar Frankrijk. Dan verhuurden mijn ouders ons huis, anders kon zo’n vakantie in Frankrijk financieel natuurlijk niet uit.”

In de hervormde gemeente van Enter deed Ria Kraa belijdenis van het geloof. Vervolgens is ze „ver van het geloof afgedreven”, zegt ze. „Ik kon het op een gegeven ogenblik in de kerk niet meer vinden. Ik heb ontzettend getwijfeld aan de Drie-eenheid, aan het feit dat Christus aan een kruis is gestorven voor onze zonden, aan preken over de opstanding en de hemelvaart.”

Ze koesterde die twijfel niet, zegt ze. „Ik heb erover geprobeerd te praten met de predikant. De dominee sprak over een aangevochten geloof, maar ik voelde helemaal geen geloof, laat staan een aangevochten geloof. Ik had geen persoonlijke relatie met God. Het gesprek met de dominee hielp niet. Ik was boos. Nee, niet op God, wel op de kerk. Ik ben erop afgeknapt, had er even niets meer te zoeken, want de kerk hielp me niet om het geheimenis van het leven aan mij te openbaren.”

Ze heeft, zegt ze, jarenlang met plezier buiten de kerk geleefd. „Het leven was goed, het was vrij en blij. Ondertussen had ik nogal wat te schaften met mezelf, moest nodig eens uitzoeken wie ik was en wat ik wilde. Ik heb een wereldreis gemaakt, heb in Israël in Nes Ammim in een kibboets geleefd, heb in Amsterdam in een sleep-in, een echte toeristenfabriek, gewerkt. Na dat alles ben ik tevreden en verzadigd in Leeuwarden aan het werk gegaan bij het Friesch Dagblad. De liefde voor een Fries, voor de krant, voor het werk en voor Friesland hebben me hier altijd gehouden.”

Inmiddels is Kraa 53 jaar. „Ik kan nu weer verwijlen in het Bijbelse geheimenis. Ik houd weer van meditatie en bedachtzaamheid, geniet van de oude psalmen. Ik ken er nog heel wat. Dát is wat! Dat ik die oude psalmen nog ken.”

U verwijlt graag in het Bijbelse geheimenis. Hoe ziet dat eruit?

„Ik geniet van het leven, vind veel dingen leuk, heb grote waardering voor onze kerkpagina’s. Ik lees op de kerkpagina’s veel verstandige praat, bestemd voor hart en ziel en dat is ook nuttig voor de maatschappij en nodig voor de samenleving.”

Misschien zit Ria Kraa nog steeds vol met twijfel.

„Maar ik zie twijfel niet meer als unheimisch. Ik houd er zelfs van, want twijfel is voor mij geen vertwijfeling, meer een geheimenis. Daar kan ik mij in verblijden, in de verwondering en in de intense dankbaarheid voor alles wat we hebben. Twijfel hoort bij mij en het past bij het vak van de journalistiek. Journalisten willen vragen stellen, eigenwijs doen en overal tegenaan schuren. En misschien ben ik ook wel blij dat ik juist bij een christelijke krant werk, hoewel ik er soms ook van baal dat dit niet een veel grotere krant is.”

U bent een dankbaar mens. Dat veronderstelt de aanwezigheid van een ander die je dankbaar bent.

„Ik ben dankbaar, jegens iets, of jegens Iemand.”

Ria Kraa. beeld Sjaak Verboom

Kraa is ook hoofdredacteur van het nieuwe magazine Het Goede Leven. Het maandblad verscheen eind januari voor het eerst, als papieren exponent van een gelijknamig landelijk digitaal platform voor verdieping en bezinning. Volgens het colofon bevat Het Goede Leven artikelen over waar het in de samenleving écht om draait: zingeving, verdeling, democratie, rechtsstaat, duurzaamheid. „In Het Goede Leven willen we mensen opzoeken, de dialoog aangaan, zo nodig een pittig gesprek met de ander voeren, samen nadenken over geloof, zorgzaamheid en politiek. Het leven is dat waard, want het leven is goed, niet allereerst in hedonistische zin, dat we altijd maar moeten genieten van alles en nog wat, hoewel dat natuurlijk ook wel leuk is. Want van aardse geneugten mag je best genieten.”

Hoe gaat het met de kerk in Friesland?

„Friesland heeft de grootste kerkdichtheid van Europa, maar de onkerkelijkheid is groot. We hebben ontzettend veel van die prachtige kleine kerkjes en overal staan er wel tien kerktorens om je heen, als markeerpunten van de gemeenschap. Iedereen geniet van die kerkjes en iedereen tobt ermee. Kerken staan vaak leeg, maar zijn wel staaltjes van architectuur met een lange geschiedenis. We moeten het met elkaar meer over de kerk hebben, niet alleen over hoe we de stenen kunnen behouden, maar ook over alle verhalen die de kerk heeft opgeleverd, de grote verhalen van God en de kleine verhalen van de mensen.”

Hoe vaak komt u er zelf op zondag?

„Sa no en dan. Net sa faak.”

Ria Kraa. beeld Sjaak Verboom

De Friese taal is een taal om van te houden, vindt Kraa. „Het Fries is net zo mooi als het Twents, maar ik maak me wel ernstig zorgen over het voortbestaan van beide talen. Het is ook best lastig om consequent Fries te spreken en te schrijven. Toen ik bij het Friesch Dagblad kwam werken, moest ik van de baas verplicht op Friese taalles. Je moet het goed spreken, of je moet het niet spreken. Nu ik al zo’n 25 jaar in Friesland woon en werk, ben ik het Twents een beetje verleerd. Dan komt der allegearre Frysk trochhinne.”

Friezen hebben de status een eigenzinnig volk te zijn, zegt Kraa. „Kijk maar naar de Zwarte Pietendiscussie, die vooral hier wordt gevoerd, waar veel Friezen zich trouwens ook wel voor schamen. Maar Friezen zijn ook trots op hun provincie, met hun eigen taal, skûtsjesilen op het water, kaatsen en fierljeppen op het land, en de Elfstedentocht. Ik heb hier vaak het gevoel dat ik op vakantie ben, met al die mooie dorpjes, de luchten en de winden, al die rust en ruimte. Friesland zou best iets meer zelfbewustzijn mogen hebben, want het is natuurlijk niet voor niets dat Leeuwarden in 2018 uitgeroepen werd tot culturele hoofdstad van Europa. Toen ik in Friesland kwam nam ik een zekere inzichzelfgekeerdheid waar, zo van: „It is niks en it sil noait wat wurde.” Maar Friesland heeft Den Haag niet alleen iets te vragen, we hebben ook veel moois te bieden.”

U woont in Easterlittens, een stip in het landschap, iets ten zuiden van de lijn Leeuwarden-Franeker. Er wonen 400 mensen. Is daar genoeg te doen?

„Easterlittens is een enorm levendig dorp, met een stuk of zestien verenigingen, een groot multifunctioneel dorpscentrum en een prachtig kerkgebouw. Je kunt er naar de toneelvereniging, voetballen en badmintonnen, naar de praatgroep van de kerk, meedoen met de koudwaterzwemclub, waar ik zelf vol trots lid van ben. In Easterlittens doen mensen veel samen. We ontmoeten elkaar op dorpsfeesten en tijdens fietstochten. Bij ons kennen we nog echt de ouderwetse noaberschop en de mienskip, oog voor de onderlinge gemeenschap.”

U zingt op een oratoriumkoor. Wat doet dat met u?

„Meestal kom ik tijd tekort, maar een tijd geleden merkte ik dat, als ik eens even niets omhanden had, ik niets beter wist te doen dan het huis schoonmaken. Maar dat wil ik dus niet, het huis schoonmaken omdat er niets anders te doen is. Sindsdien zing ik op het christelijke oratoriumkoor Immanuël in Franeker. Van ademsteun en resonantie had ik nog nooit gehoord, maar ik beleef veel lol aan een avond zingen. We hebben een halfjaar de Johannes Passion van Bach geoefend, daarna het Deutsches Requiem. Geweldig. Wat een muziek. Soms ben ik na een dag hard werken helemaal flauw en in elkaar gezakt, maar na een avondje zingen kom ik met nieuwe energie thuis.”

Kunt u ook niets doen?

„We wonen aan de rand van Easterlittens en ik kan heel goed een uur lang op een stoel zitten en naar buiten kijken, de weilanden over, zonder aan het werk of de krant te denken. Ik kan best lummelen en scharrelen.”

Gaat het goed met het Friesch Dagblad?

„Ja en nee. Alle regionale kranten hebben het moeilijk. Wij ook. Vorig jaar hebben we weer abonnees verloren en daar baal ik van. We hebben er nu zo’n 10.000. Digitaal experimenteren we met een doneermodel. We bieden zo’n twaalf artikelen aan, als etalage van wie we zijn. We zouden veel meer kunnen doen, maar dan wel met een betaalmuur ertussen. Ik hoop ook op groei van het aantal digitale lezers buiten de provincie.”

Het Friesch Dagblad besteedt meer dan vroeger aandacht aan identiteit, stelt Kraa. „We hebben een nieuwe rubriek: ”Leerhuis”. Daarin duiken vijf specialisten samen met de lezer dieper in Bijbelteksten en hun betekenis. Wat staat daar nu precies, wat is de context van deze tekst en wat betekent die voor mij, nu, vandaag? Die rubriek vinden we een verademing. De Bijbel draagt ons al 2000 jaar door de geschiedenis heen. Het is een boek dat al vele eeuwen standhoudt, terwijl het Friesch Dagblad maar een krant is die gemaakt wordt voor één dag.”

Ria Kraa

Ria Kraa wordt op 19 april 1966 geboren in Enter, loopt in middelbareschooltijd een week stage bij dagblad Tubantia, doet de Evangelische School voor Journalistiek in Amersfoort, studeert geschiedenis en Europese Studies in Amsterdam en werkt sinds 1995 bij het Friesch Dagblad. Daar werd ze in 2018 benoemd als hoofdredacteur.

Kraa woont samen met Dik Nauta (in het Fries heet Dik „Dooitze”), is moeder van een dochter, heeft drie volwassen stiefzonen plus een kleindochter. Met haar gezin woont ze in Easterlittens.