Peter van Olst: Lessen leren van christenen op het zendingsveld

Het Gesprek
beeld Sjaak Verboom
6

Tien jaar Ecuador hebben hem scherper doen zien hoe individualistisch en verstandelijk Nederland is. Voormalig zendingswerker Peter van Olst (43) geeft nu godsdienstlessen aan Driestar hogeschool en belijdeniscatechisatie in zijn kerkelijke gemeente. Hij benadrukt daarbij het grote belang van de geloofsgemeenschap. „Dat de Heere het werk van mensen wil gebruiken, zijn we in ons rationalistische denken een beetje kwijt.”

Als jongetje speelde hij met zijn broer en zusjes bij de camper waarmee zijn ouders Bijbels smokkelden naar landen achter het IJzeren Gordijn. De betrokkenheid op de zending en het werk in Gods Koninkrijk werden hem met de paplepel ingegoten. „Wij keken of niemand het zag als pa de bodem openbrak. Ik herinner me bezoeken aan onder meer Roemenië, Hongarije en Tsjecho-Slowakije. Later, toen de grenzen open waren, ben ik zelf met een vriend nog eens voor Kom Over en Help naar Slowakije geweest, met literatuur en hulpgoederen.”

Met zijn vrouw Sofieke en hun vier zoons Theo (20), Thomas (18), Thijs (14) en Thimo (9) woont hij sinds 2016 weer in Waddinxveen. De oudste is door studie de hele week van huis. Het is bijna herfstvakantie. Met Thijs gaat Peter enkele dagen kamperen in de Belgische Ardennen, een door de Jeugdbond van de Gereformeerde Gemeenten georganiseerde vader-zoonontmoeting. Hij ziet er een beetje tegen op. „Beslist niet tegen het doel van de reis, de ontmoeting en de gesprekken met m’n zoon in een andere setting. Maar het kamperen ligt me niet zo, zeker niet in de herfst.”

De nieuwbouwwijk aan de rand van zijn woonplaats is op een doordeweekse dag het toneel van rust. De meeste forenzen hebben het almaar uitdijende dorp verlaten. Van Olst kocht de woning toen hij nog met zijn gezin in Ecuador verbleef. „Rechtstreeks van de plaatjes op internet.”

De huisvesting vormt een schrille tegenstelling met het drukke Portoviejo, de stad waar het gezin –na een taalcursus in de hoofdstad– vanaf 2006 tien jaar verbleef. Van Olst bracht er in de sloppenwijken het Evangelie.

Kort na zijn terugkeer naar Nederland werd een flink deel van het land getroffen door een zware aardbeving. „Dat was een bizarre situatie, we waren er net weg. De verwoesting was enorm. Kantoorgebouwen met zes of zeven verdiepingen stortten als kaartenhuizen in. Het gebeurde op een zaterdag. Er zijn honderden doden gevallen, maar op een doordeweekse dag was het aantal slachtoffers ongetwijfeld nog veel groter geweest.”

Drie jaar later is dankzij diverse hulpprogramma’s een deel van de verwoesting opgeruimd en zijn huizen en flats herbouwd. „In december hopen we met het gezin er enkele weken naartoe te gaan. Voor de eerste maal sinds ons vertrek. We kunnen dan met eigen ogen zien hoe het er nu uitziet.” Nog benieuwder zijn de gezinsleden naar de vele mensen met wie ze nauw contact onderhielden en die ze jarenlang niet zagen. „We kijken er echt naar uit.”

Van Olst begon zijn loopbaan bij het Reformatorisch Dagblad, waar hij eind 1997 aantrad. Zijn studie politicologie was nog niet helemaal afgerond.

Waarom politicologie?

„Al heel jong had ik twee liefdes: politiek en theologie. Dat laatste wilde ik wel graag, maar als de Heere me niet de weg naar de kansel zou wijzen, kon ik er alleen maar docent mee worden. En dat leek me toen niets, zodat ik voor politicologie heb gekozen.”

Daarmee kwam u in de journalistiek. Was dat een bewuste keus?

„Ik had er al iets van geproefd toen ik een tijdje correspondent voor het Reformatorisch Dagblad was tijdens mijn studie in Leiden. Eigenlijk was de interesse al ouder, want ik heb ook nog even overwogen om me in te schrijven voor de toenmalige Evangelische School voor Journalistiek, maar de keus voor een academische opleiding leek me toch beter. Door mijn contacten bij het RD kon ik al voordat mijn opleiding was afgerond op de politieke redactie in Den Haag aan de slag. Echt een droombaan.”

Toch verliet u die gedroomde functie acht jaar later. Waarom?

„De liefde voor de theologie was niet over. Ik begon vanuit Waddinxveen met de hbo-opleiding theologie van de Cursus Godsdienst Onderwijs. Tijdens die opleiding kwam steeds meer de vraag op me af of ik niet de taak had in Gods Koninkrijk werkzaam te zijn. Dat was een zoektocht, biddend én in veel gesprekken met mijn vrouw. Ik keek niet speciaal naar het zendingswerk. De Heere heeft ons die weg gewezen.”

Het werd Ecuador. Onbekend en ver weg.

„Er was een vacature en er ging een deur open naar dat land. Ik zag er eerst erg tegen op. We hadden al drie kinderen. Je weet dat je van hen missionkids maakt en dat vond ik best ingrijpend. Maar uiteindelijk zijn dat menselijke afwegingen. Ik heb er later de leiding van de Heere in gezien. Het is ook een heel mooie plek geweest.”

Zijn de kinderen echte missionkids geworden?

„Ze hadden toen we gingen nog niet heel veel met Nederland, de oudste was zes. De jongste is in Ecuador geboren, hij heeft een paspoort van het land. Alle vier zijn ze naar een Ecuadoraanse school gegaan en er goed geïntegreerd. We zijn bewust heel diep die cultuur ingegaan, in het besef dat goede integratie het ook weer gemakkelijker maakt als je terugkeert. Je leert dan relaties aangaan in verschillende omstandigheden. Ze hebben de afgelopen jaren hier alweer aardig hun plekje gevonden.”

Had u enig idee hoe lang het verblijf zou duren?

„Je gaat voor minstens vijf jaar. Dat is de afspraak. We hadden niet kunnen denken dat het zo’n lange periode zou worden. Voor de opleiding en de toekomst van de kinderen was terugkeer nodig. Bovendien hadden we tien jaar in dezelfde kleine zendingsgemeente gezeten en dan is het gezond dat iemand anders het overneemt.”

beeld Sjaak Verboom

De afgelopen tijd was het weer onrustig in het land. Hoe beoordeelt u de politieke situatie?

„Het is niet stabiel en mijn grote vrees is dat het nog eens de kant van Venezuela opgaat. Onrust en spanningen hebben altijd gevolgen voor het armste deel van de bevolking. Dat lijdt daar het meest onder.”

Mocht ondanks de instabiliteit het zendingswerk doorgaan?

„De Heere heeft Zelf het werk willen bevestigen. Er zijn verschillende gemeenten ontstaan, gegrond op het gereformeerd belijden. Recent zijn er twee mensen toegelaten van wie er één predikant en de ander evangelist zal worden. Heel verblijdend, daar is lang naar uitgezien.”

Heeft de periode in Ecuador uw blik veranderd?

„De laatste tijd zie ik scherper hoe rationalistisch Nederland is. Ik ging van een van de meest individualistische landen ter wereld –alleen de VS, Engeland en Australië staan nog hoger op de ranglijst– naar het op één na minst geïndividualiseerde land ter wereld. Naar een cultuur die heel veel gemeenschapszin kent. Het is verrijkend om dat mee te maken, en het bleek ook wel bij me te passen. Toen onze oudste geboren moest worden bad ik dat we samen met onze familie en omgeving hem of haar een christelijke opvoeding zouden mogen geven. „Wat zeg jij nou”, zei mijn vrouw na het amen, „dat is toch ónze taak als ouders, niet van de familie of de omgeving?” Pas veel later begrepen we samen dat dit met gemeenschapsdenken te maken heeft.”

Wat betekent dat in de praktijk?

Peinzend: „Na mijn uitzending heb ik Heere gevraagd om een bevestiging van mijn roeping. Of mijn werk ten minste voor één persoon tot zegen zou mogen zijn. In mijn tweede groepje belijdeniscatechisanten zat een vrouw met wie ik een gesprek van hart tot hart had. Ik informeerde of zij beter was dan haar vriendinnen die niet meer meekwamen. Of slimmer. Samen kwamen we terecht bij de verkiezing van eeuwigheid, en ze riep uit: „Als dát waar is, komt het goed met mij, ondanks al mijn twijfel en tegenstand.” Dat gaf op een mooie manier iets aan van die niet-rationalistische cultuur. Verkiezing en rekenschap geven van je eigen daden vormen er geen spanningsvolle tegenstelling, maar bestaan gewoon naast elkaar. Afhankelijkheid van Gods soevereiniteit wordt niet als een muur ervaren, maar er komt ruimte om iets te beleven van de troost van de uitverkiezing.”

Dat is in Nederland niet zo?

„Het is me opgevallen dat ook jongeren hier zijn besmet door een rationeel en individualistisch denken. Wat bij de Dordtse vaderen nog bij elkaar ligt, dat God zonder ons in ons werkt én dat Hij daarbij middellijk te werk gaat, gaat maar moeilijk meer samen. In Ecuador heb ik dat anders meegemaakt. Hoe gemeenten werden gevormd en hoe mensen elkaar bemoedigden vanuit het Woord van God.”

Wat is dan de rol van de gemeenschap?

„De Heere wil het werk van mensen gebruiken. Genade is persoonlijk, maar niet individualistisch. De Heere werkt in de lijn van de geslachten door de christelijke geloofsgemeenschap, door het christelijk onderwijs, in de sfeer van doop en verbond. Dat geeft een hoopvolle verwachting, zonder daar een derde weg van te maken. Genade blijft een wonder, maar we mogen en moeten jonge kinderen wijzen op de Heere Jezus. Het liefst wil je hen bij Hem brengen. Als je alleen maar meegeeft dat „je maar veel moet bidden om een wonder” is dat wel erg mager. Leren we in de kerk geloven of twijfelen? Ik spreek in dat verband graag over geloofsoverdracht, maar net als de term geloofsopvoeding is dat woord gekaapt door de andere kringen.”

Gaat het wat dat betreft de verkeerde kant op?

„De schrik slaat me om het hart als ik hoor dat een proponent in onze gezindte de kinderdoop en belijdenis afwijst omdat die in zijn ogen halfrooms zijn. Dan raken de uitersten van evangelisch en bevindelijk rationalisme en individualisme elkaar. Het middellijke gemeenschapsdenken is het slachtoffer. Als je hypercalvinistisch gaat denken, is er ook geen zendingswerk nodig. We moeten echt oppassen dat we niet te verstandelijk worden.”

Tijdens een bijeenkomst met studenten waarschuwde u voor verstarring. Waarom?

„Het gevaar bestaat dat we heel zuiver worden in het brengen van de waarheid, in een taal die daarbij aansluit, terwijl tegelijkertijd de pastorale benadering vermindert. Het gunnende van de Nadere Reformatie gaat er dan uit. Dan houden we wel de vorm maar niet de inhoud. Daarom heb ik tijdens die bijeenkomst de vinger gelegd bij de gevaren van traditionalisme, isolationisme en rationalisme. Dat zit in ons en in ons denken.”

Studenten uit de Gereformeerde Gemeenten staan opener dan vroeger tegenover evangelischen, zo bleek recent tijdens een bijeenkomst. Een goede ontwikkeling?

„Onze maatschappij is postchristelijk en we leven in een pluriforme samenleving. Er zijn plaatsen waar honderden nationaliteiten door elkaar heen lopen en geen enkele groepering de meerderheid heeft. Daarin past geen zwart-wit wij-zijdenken. We zullen groepen zoals evangelischen hard nodig hebben. Dat wil niet zeggen dat we daarmee ons belijden moeten verlaten. Zeker niet. Ik hoop dat onze jongeren diepgeworteld zijn in de gereformeerde leer, om zo met open vizier andere groepen tegemoet te treden. Je houdt hen niet meer onder een stolp, of je dat nu leuk vindt of niet.”

De reformatorische zuil is niet meer voldoende?

„Zeker niet. Die brokkelt af en veilige haventjes zijn er nauwelijks meer. Maar je moet je niet laten leiden door angst of een terugtrekkende beweging maken. Daar raak je jongeren mee kwijt. Je moet naast hen zitten. Ze hebben ouderen nodig en daarbij past ook de steun vanuit de geloofsgemeenschap.”

Wat is de rol van een ex-zendingswerker daarin?

„Ervaringen vanuit het zendingswerk kunnen daarbij helpen. Tijdens mijn lessen, op school en in de kerk, probeer ik te laten zien wat er essentieel is en van alle tijden. Het doet me daarom veel als er vanuit de kerk kritiek wordt uitgeoefend op het bevindelijke gehalte van zendingswerkers of ex-zendingswerkers. Wat blijft er dan nog over van de wederkerigheid die bij het zendingswerk hoort? Juist van je zendingswerkers kun je leren wat in deze postchristelijke maatschappij wezenlijk en cultuuroverstijgend is, ook als het om zoiets teers als de bevinding der heiligen gaat.”

En dat is?

„De kern van de boodschap blijft ellende, verlossing en dankbaarheid. Dat overstijgt alles. Net als de rechtvaardiging van de goddeloze, waarmee de kerk staat of valt. Maar wel is van belang dat er over taal- en cultuurkloven heen aandacht is voor hoe klein en teer de geestelijke kennis kan beginnen, zoals mannen als Brakel en Comrie dat beschrijven. Je moet in elk geval nooit jezelf of jouw cultuur vereenzelvigen met het Woord. Het Woord moet kracht doen, in steeds wisselende culturele omstandigheden.”

Blijft het bij één uitzending?

„Het is altijd de vraag of er sprake is van een kerkelijke roeping. Als ik terugblik zie ik dat de Heere, ondanks ons, het werk heeft willen zegenen. De toekomst is in Zijn handen verborgen, maar ook zeker. Voor de Kerk en voor mij.”

beeld Sjaak Verboom

Peter van Olst

Peter van Olst (1976) groeit op in Kampen. Hij studeert in Leiden politicologie. Later doet hij de Cursus Godsdienst Onderwijs-E. Van 1997 tot 2005 is hij redacteur politiek bij het Reformatorisch Dagblad. Als zendingswerker in Ecuador volgt hij een theologische master aan het Miami International Seminary. Van Olst is nu docent godsdienst, voorzitter van de vakgroep godsdienst en coördinator internationalisering aan Driestar hogeschool. Hij is ouderling in de gereformeerde gemeente van Moerkapelle.