In het droogdok van Jan Blanken

Oud-vrachtwagenchauffeur Eugene Kamer geeft leiding aan de dokploeg. beeld RD, Anton Dommerholt
7

Wie niet beter weet, denkt dat er aan de rand van Hellevoetsluis een amfitheater ligt. In werkelijkheid is het maritiem erfgoed: het dok van Jan Blanken. Na jaren van verval floreert het industriële monument weer, onder leiding van oud-vrachtwagenchauffeur Eugene Kamer.

De Betelgeuze, in 1950 gebouwd als loodsvaartuig, ligt keurig in het midden van het dok. Het vaartuig wordt nu gebruikt door Rotterdamse zeecadetten. „Je koopt zo’n ding voor een appel en een ei”, weet dokmeester Eugene Kamer, „maar je moet hem vervolgens wel onderhouden.”

Het vaartuig is ondergebracht in een aparte stichting. Een door de verzekeringsmaatschappij ingehuurde keurmeester meet de dikte van de scheepsplaten. Ondernemer John van der Wens, behalve jeugdleider bij de zeecadetten voorzitter van het stichtingsbestuur, volgt de verrichtingen met enige spanning. „Wij moeten met beperkte middelen dit oudijzer drijvend zien te houden.”

Marinehaven

Het dubbele droogdok aan de rand van Hellevoetsluis werd tussen 1798 en 1822 gerealiseerd onder leiding van de eigenzinnige vestingbouwer Jan Blanken. Om te voorkomen dat de bodem door de druk van het grondwater omhoog zou komen, werden er 5000 palen de bodem in geslagen. Die houden de aan de palen verankerde vloer nog altijd keurig op z’n plek.

Voor het leegpompen van het dok schafte Blanken een kolossale stoommachine aan, waar een fraai pand omheen werd gebouwd. Om het dok hermetisch te kunnen afsluiten, liet hij een houten deur in de vorm van een schip maken: een Franse uitvinding. De kiel van de schipdeur, vergelijkbaar met een gezonken schip waarin het water even hoog staat als in de haven ernaast, past precies in de sleuven achter de toegang van het dok. Aan het eind van de 19e eeuw werd het kolossale geval vervangen door een exemplaar van ijzer.

Na het kieldok bouwde Blanken het erachter gelegen timmerdok. De amfitheatervorm maakt het eenvoudig om alle delen van de scheepsromp te bereiken.

Zilvervloot

Door het vertrek van de marine uit Hellevoetsluis kwam het dok in particuliere handen, tot de gemeente het vervallen maritieme erfgoed voor een symbolisch bedrag aankocht. In 2005 werd het met Europese subsidie gerestaureerd en weer geschikt gemaakt voor gebruik. Het herbouwde pomphuis biedt onderdak aan een restaurant. Op de plaats waar de loods van de mastenmakerij en de touwslagerij stond, verrees een ontvangst- en expositieruimte.

Sinds elf jaar geeft Eugene Kamer (72), van origine internationaal vrachtwagenchauffeur, leiding aan de dokploeg. Op 61-jarige leeftijd ging hij met pensioen en besloot hij stadswandelingen te gaan verzorgen. Om bezoekers bekend te maken met de rijke historie van Hellevoetsluis, in de Gouden Eeuw de belangrijkste marinebasis en een haven voor VOC-schepen. „Piet Hein bracht hier de zilvervloot aan wal.”

Vanwege het beperkte aantal toeristen in Hellevoetsluis zocht hij naar een alternatieve daginvulling. „Op een dag fietste ik hier voorbij en vroeg ik of ze nog gidsen konden gebruiken. Dat bleek het geval.” Hij verdiepte zich in de geschiedenis van het dok en klom op tot gids eerste klas. „Toen er een museum bij moest, werd mij gevraagd iets te bedenken, samen met een kunstenaar uit de Hoeksche Waard.”

Vlaggenschip

Onenigheid tussen de directeur en de toenmalige dokmeester bezorgde Kamer zijn huidige functie. De dokmeester meldde zich ziek terwijl er twee kotters uit Scheveningen onderweg waren. „Ik liep al een jaar met die man mee om het vak te leren, dus de directeur vroeg me of ik zijn taak op we wilde nemen. De dokploeg stemde daar unaniem mee in.”

Na de kotters ontving de oud-vrachtwagenchauffeur de Russische replica van het vlaggenschip van tsaar Peter de Grote. „Het was een enorm ding met 60 meter hoge masten. Gaat zoiets mis, dan heb je een probleem. Ik heb contact opgenomen met Keppel Verolme in Rozenburg en een gesprek met een van de directieleden aangevraagd. Die is hier met een collega wezen kijken. Ze waren dolenthousiast en vroegen wat ze voor me konden betekenen. Over het antwoord hoefde ik niet lang na te denken. „Ik zou graag een jaar lang geholpen worden door een ervaren dokmeester. Kosteloos, want ons budget is beperkt.” Binnen een uur was het geregeld. Na dat jaar kon ik het zelfstandig.”

Professionalisering

Scheepseigenaren kunnen via internet een aanvraag voor gebruik van het dok invoeren. Na acceptatie door Kamer wordt een concrete afspraak gemaakt. „Soms gaan er drie kleinere schepen tegelijk naar binnen. Hebben we alle gegevens van een schip, dan maken we een tekening. Een kielschip vraagt andere voorbereidingen dan een platbodem of een rondbodem. Ik denk minstens twee, drie vaartuigen vooruit. Het ene schip blijft een week, een ander schip twee weken of een maand; 2018 was met 34 schepen een topjaar.”

De dokmeester wordt bijgestaan door elf vrijwilligers, variërend van een ingenieur tot een gepensioneerde schipper. Het tekenwerk besteedde hij uit aan de docent techniek in de dokploeg. „Ik deed het heel simpel, deze man levert precisiewerk. Ieder z’n vak.” De gedokte schepen staan op blokken die per stuk 50 ton kunnen dragen. Het plaatsen daarvan, op basis van het dokplan, is handwerk. „Op donderdag of vrijdag roep ik twee man op. Een van de vrijwilligers draait op zondag de twee afsluiters open, zodat het water vast in het dok loopt. Maandagmorgen staat het binnen net zo hoog als buiten en pompen we het water uit de schipdeur, waardoor die omhoogkomt. Daarna trekken we de deur naar buiten en vaart het schip naar binnen tot de door ons gespannen loodlijn. Dan fixeren we het met staalkabels, waarna we het dok leegpompen en het schip op de blokken zakt.”

Probleem

De dokmeester uit Hellevoetsluis verricht zijn werk nog steeds als vrijwilliger, zij het met een vergoeding. „Dat was voor mij een voorwaarde toen ik ermee begon. Ik wil vrij zijn en bepaal ook zelf de dokprijs. Als ik moet overleggen met het gemeentehuis, weet ik hoe het gaat. Van de opbrengst onderhouden we het dok en betalen we de vergoeding voor de vrijwilligers.”

Elk jaar trekt het dok tussen de 10.000 en de 15.000 bezoekers. Een film in de ontvangsthal biedt een beeld van de restauratie van het dok van Jan Blanken. Er zijn ook museale stukken te zien, zoals het door Blanken gemaakte model van het dok, waarmee hij zijn opdrachtgevers over de streep trok. Een gids leidt de bezoekers aansluitend door de oude watergangen van het dok. Eugene Kamer zorgt ervoor dat er vrijwel altijd een schip in ligt.

„Als ik ermee stop, heeft de gemeente een probleem”, verzekert de dokmeester. „Niemand binnen de dokploeg wil mijn taak overnemen. Het bestuur zal iemand in loondienst moeten nemen voor twee, drie dagen. Nou ja, dat is mijn probleem niet. Voorlopig hoop ik het nog te doen.”

www.droogdok.nl