Een huis vol houten bootjes

Senioren
Oud-bakker Mathijs den Bleker maakte tientallen houten miniatuurboten. beeld RD, Henk Visscher
10

Wie erop let, ziet in het huis van het echtpaar Den Bleker in Zeist overal houten bootjes. Het zijn er wel dertig en elk exemplaar is een kunstwerk. Van brood naar boot is zo’n grote stap niet, zegt oud-bakker Mathijs den Bleker (82).

„Ik ben blij dat we veel ruimte hebben”, zegt Ina den Bleker (80). Ze ziet haar met zorg ingerichte huis liever niet veranderen in een modelbouwmuseum. Tot nu toe gaat het goed. „Ik kan het allemaal nog kwijt. Maar het houdt een keer op.” Met een blik op haar man: „Hij werkt gewoon veel te snel.”

Op zijn twaalfde maakte Mathijs zijn eerste bootje: van een houten klompje. Het bleek een bezigheid waarmee eindeloos viel te variëren. In de 35 jaar dat het echtpaar een bakkerij in Zeist runde, was het Den Blekers vaste avondhobby. Dat was best behelpen, beseft hij nu. „We woonden bij de zaak en hadden niet veel ruimte. Elke keer moest ik alles opruimen.”

Na een verhuizing naar een grotere woning, was het gedaan met bijzaken die Den Bleker afhielden van het echte werk. „Ik heb hier mijn eigen hobbykamer en beneden in de kelder is een mooie, grote werkplaats.” Elk vrij moment is hij in een van beide ruimtes te vinden, zeker als het geen weer is om in de tuin te werken, een andere favoriete bezigheid van het echtpaar.

Beroemde schepen

In de hoek van de woonkamer staan twee pronkstukken: enorme replica’s van beroemde schepen. „Het donkere exemplaar is De Zeven Provinciën”, vertelt Den Bleker. „Ik heb er vijf jaar aan gewerkt, het was in de tijd dat we de bakkerij nog hadden.” De tijdsinvestering houdt hij normaal nooit precies bij, maar over dit bijzondere object heeft hij een paar feiten genoteerd. „De bouwtekening heb ik cadeau gekregen van onze kinderen toen we een huwelijksjubileum vierden.”

Den Bleker heeft er enorm veel plezier aan beleefd. Maar of hij zelf 190 gulden had betaald voor zo’n kopie? Het is de vraag. Veel geld uitgeven aan zijn hobby wil hij namelijk niet. Het is ook niet nodig. Hout en andere materialen scharrelt hij hier en daar bij elkaar. „Mijn schoonzoon is aannemer en mijn broer is meubelmaker. Wat overblijft, krijg ik.”

Soms koopt hij wat klein spul op de markt of bij de Hema; kraaltjes bijvoorbeeld, om de boten mee te decoreren. Priegelwerk is het af en toe wel, maar problemen heeft Den Bleker er niet mee. Een foutje herstelt hij, als het nodig is keer op keer, want het eindresultaat moet om door een ringetje te halen zijn. Geduld en creativiteit heb je nodig voor deze hobby, vat zijn echtgenote bewonderend samen.

Rederij Goudriaan

Hoe zijn belangstelling is ontstaan? „Als jongen wilde ik graag gaan varen. Ik had een neef die dezelfde droom had. Dat leek ons mooi. De vrijheid, het avontuur...” Zolang die toekomst niet binnen bereik was, hielden de jongens het bij miniatuurboten maken.

Op advies van zijn vader leerde Den Bleker het bakkersvak. „Brood hebben mensen altijd nodig, zei hij tegen me.” Ook op zee, dacht de jonge Den Bleker erachteraan. Op zijn achttiende ging hij aan de slag als kok en bakker bij de Rotterdamse rederij Goudriaan. De boot die zijn werkplek werd, de Accor, maakte hij ooit na van suiker. Niet bedoeld om op te eten. Eenmaal getrouwd, openden Den Bleker en zijn vrouw een zaak in Zeist. Die had het echtpaar tot 1995.

Naast De Zeven Provinciën in de woonkamer staat het Italiaanse zeilschip Amerigo Vespucci. „Met een kopietje van de bouwtekening kon ik een heel eind komen, alleen de precieze kleuren wist ik niet. Toen ik hoorde dat het schip in 2005 naar Sail Amsterdam kwam, ben ik ernaartoe gegaan en heb ik heel veel foto’s gemaakt. Zo kreeg ik een goed beeld van de kleuren.”

Kleinkinderen

Op dit moment werkt de hobbyist aan vijftien identieke bootjes voor zijn vijftien kleinkinderen. Er zijn er inmiddels tien klaar. Het zijn replica’s van de Vollenhovense bol – een vissersschip– de Neeltje Jacoba. In plaats van die naam wordt op elk schip de naam van een kleinkind geschilderd.

Ina den Bleker zucht onhoorbaar en zegt bijna verontschuldigend: „We zijn allebei bezige bijtjes. Van lezen houden we niet zo.” De vijftien kleinkinderen hebben ook weer kinderen. Nummer 22 is onderweg. Krijgen zij straks een handgemaakt bootje van hun overgrootvader cadeau? Den Bleker is er nog niet over uit. Tot nu toe is er ook nog geen enkel klein- of achterkleinkind in de voetsporen van (over)opa getreden. Spijtig lijkt hij het niet te vinden. Schouderophalend: „Ze studeren allemaal.”

Voor 65-plussers is een hobby wel belangrijk, promoot hij. „Creatief bezig zijn na je pensioen geeft veel voldoening. En begin er op tijd mee, dus niet twee weken voor het zover is. Als je altijd negentig uur per week werkt en dan in een keer stopt zonder iets om handen te hebben, dan val je in een enorm gat. Ik zie het om mij heen. Dus kijk ruim voor je met pensioen gaat of er bezigheden zijn die je interessant vindt.”

Wat zijn eigen hobby betreft, die kan hij iedereen aanraden. „Maar ik denk dat modelbouw aan het uitsterven is. Waar zie je nog modelbouwwinkels? Ze lijken allemaal te verdwijnen.” „Wat wil je?” reageert Ina. „Ze werden niet echt rijk van jou.”