Dr. Rijk van Ginkel is altijd beschikbaar bij nood, crisis en misère

Het Gesprek
Dr. Rijk van Ginkel. beeld Sjaak Verboom
8

Zitvlees heeft dr. Rijk van Ginkel niet. Het liefst combineert de gedreven arts een aantal banen. Rode draad in zijn carrière is het bieden van hulp, nationaal en internationaal, bij voorkeur in crisissituaties. „Als er dan tóch ellende is, ben ik er graag bij om wat te kunnen doen.”

De achterliggende maanden was Rijk van Ginkel pionier in eigen land. Na de uitbraak van het coronavirus meldde hij zich aan als arts infectieziektebestrijding. GGD Brabant Zuid-Oost haalde hem met graagte binnen. Via Airbnb regelde hij een kale kamer in een oud herenhuis in Eindhoven, waar hij van maandag tot donderdag de nachten doorbracht.

Waarom ging u weer aan de slag in uw oude vak?

„Mijn internationale werk voor verschillende organisaties kwam stil te liggen en de GGD’en in Nederland zaten te springen om mensen. Tot 4 juni heb ik voor Brabant Zuid-Oost gewerkt, nu ben ik twee dagen per week actief bij Hollands-Midden in Leiden. De rest van de week werk ik bij het Rode Kruis, als adviseur publieke gezondheidszorg, en voor ZOA. Eind vorig jaar heb ik een consortium gevormd van ZOA, Light for the World, Leprazending en African Disability Forum en vervolgens het schrijven van een conceptvoorstel voor het ministerie van Buitenlandse Zaken gecoördineerd. Eind mei kregen we te horen dat onze aanvraag is geaccordeerd. We hebben om 40 miljoen euro gevraagd, over het uiteindelijke bedrag moet nog onderhandeld worden. Nu zijn we bezig met het maken van een uitgewerkt voorstel.”

U had in zeventien jaar tien banen, zag ik op uw cv.

Lachend: „Is dat zo? Ik heb ze nooit geteld. Toen ik mijn eerste vaste contract kreeg aangeboden, bij het Rode Kruis, zei ik tegen mijn vrouw: „Dat klinkt heel eng: een váste baan.” Toch heb ik het daar prima naar mijn zin gehad. Ik moest stoppen vanwege een beroerde resistente bacterie, waarschijnlijk opgelopen in Haïti. Om de haverklap lag ik in het Havenziekenhuis. Een aantal maanden liep ik rond met een via de borstkas ingebrachte Hickmankatheter, voor de toediening van antibiotica. Op een gegeven moment heb ik toch maar besloten ander werk te gaan zoeken. Het is niet zo handig als tijdens een reis, ergens in de woestijn tussen Kenia en Somalië, die bacterie weer actief wordt en in je bloed kruipt.”

Dr. Rijk van Ginkel. beeld Sjaak Verboom

Blijft staan dat uw cv de indruk van een zekere ongedurigheid geeft.

„Dat zal mijn vrouw beamen, al vindt ze me in het contact met patiënten juist heel geduldig. Kijk, werk moet voor mij uitdaging hebben. Toen ik bij die GGD in Brabant aan de slag ging, bleek dat er door tekort aan personeel nog geen outbreak management team was en het klantencontactcentrum te weinig begeleiding ontving. Ik ben begonnen met het opzetten van een goede structuur. Dat is mijn manier van werken als ik ergens kom. Hoe doen ze de dingen hier en wat kan beter? Zo’n houding kan tweeërlei uitwerking hebben: mensen voelen zich bedreigd of ze zijn er juist blij mee. Voor mij is de aardigheid eraf als alles goed loopt.”

Bij Kom Over en Help hield u het precies een jaar vol. Dat is erg kort.

„Het bestuur had de organisatiestructuur gewijzigd, waardoor het schip twee kapiteins kreeg. Dat bleek geen succes. Daar kwam bij dat mijn manier van werken voor sommigen te snel was. Het heeft erin geresulteerd dat ik na een jaar afscheid heb genomen. Met pijn, al zijn er ook mooie herinneringen. Mij was gevraagd om projecten voor werk en inkomen goed op poten te zetten. Een grote sponsor gaf voor dit doel een ton. Van dat geld zijn via een partner in Armenië schapen gekocht voor een paar straatarme dorpen. Onlangs hoorde ik dat het project als een tierelier loopt. Zo’n bericht doet me heel goed.”

Dr. Rijk van Ginkel. beeld Sjaak Verboom

Na uw vertrek ging u in uw eentje het Pieterpad lopen. Om de frustraties weg te wandelen?

„Ik wilde het allang. Mijn jongens zeiden weleens: „Papa, ga nou voordat je het met de rollator moet doen.” Toen ik onverwachts een maand verlof had, dacht ik: nu is het moment aangebroken. Ik zou de route in één keer lopen, maar na 315 kilometer ben ik helaas gestrand, omdat na heel veel regen opnieuw vijf dagen van neerslag en hevige storm werden voorspeld. Bovendien moest mijn vader onverwachts naar de cardiologische polikliniek. Ik wilde met hem mee. Dit jaar hoop ik de laatste 185 kilometer te lopen. Zes uur uit bed, zeven uur in de schoenen en dan uur na uur de ene voet voor de andere zetten. Heerlijk!”

Hoe liep u de eerste 315 kilometer?

„De eerste dagen heb ik vooral mijn boosheid en verdriet tegen God geuit. Waarom gaat U deze weg? Ik wil me niet met Jeremia vergelijken, maar ik begrijp zijn klacht: „U bent me als een loerende beer geworden.” Zulke dingen kun je hardop tegen God zeggen als je in je eentje bent. Door het slechte weer was er geen hond op straat, dus niemand hoorde me als ik soms letterlijk naar boven riep. Het is heel bevrijdend dat je zó bij Hem mag komen. Op een gegeven moment ebden de emoties weg en kreeg ik meer oog voor de omgeving. Ik liep veel te mediteren en te zingen. Het is een soort kloosterleven, maar dan buiten. Zo nu en dan kwam mijn vrouw naar een afgesproken plek, waar we dan gezellig samen een bakkie dronken.”

Hoe keek zij tegen de tocht aan?

„Ze stond er volledig achter. Er waren mensen in mijn omgeving die het een rare onderneming vonden. Het verbaast je misschien, maar dan word ik een heel klein mannetje en begin ik te aarzelen. Kan ik het wel maken om vrouw en kinderen onnodig een maand achter te laten? „Niets van aantrekken, gewoon doen”, zei Marlies. Ze kent me door en door en zag dat ik het nodig had. Ik zeg weleens: „In ons huwelijk is zij de notenbalk, ik zorg voor de noten. Een notenbalk zonder noten kan best saai zijn, zonder die balk zou ik mogelijk overal heen stuiteren. We vullen elkaar goed aan.”

Heeft die tocht u meer over uzelf geleerd?

„Nee, dat was al eerder gebeurd. Tijdens mijn studie, zo’n 35 jaar geleden, heb ik een periode psychotherapie gehad, omdat ik ergens klem liep. Door mijn werk bij verschillende organisaties en als ouderling in onze gemeente leerde ik mezelf nog beter kennen. En vergeet het gezin niet. Je huwelijk en het opvoeden van kinderen zijn een doorgaande leerschool. Die wandeltocht was vooral goed om dicht bij God te zijn.”

U bent gewend om te vliegen, ging het wandelen niet traag?

„De dynamiek is inderdaad een totaal andere, maar dat vond ik niet vervelend. Vroeger viste ik veel, dan zit je uren op dezelfde plek. Ook als ik niets ving, had ik het naar mijn zin. Ik kan enorm genieten van een torenvalk die biddend in de lucht hangt, speurend naar een muisje, of van een mus die zich baddert in het zand. Vogelen is een liefhebberij van me. Ik ben jarenlang wetlandwacht geweest voor Vogelbescherming Nederland. In het Zweedse Falsterbö ging ik naar de vogeltrek kijken. Het is gigantisch wat daar dan voorbijtrekt aan roofvogels, pimpelmezen, vinken…”

Dr. Rijk van Ginkel. beeld Sjaak Verboom

Hoe hebt u de achterliggende maanden beleefd?

„Om mijn opgedane werkervaring vruchtbaar te maken voor organisaties binnen het netwerk dat ik heb opgebouwd, ben ik mijn bedrijf Fruits of Passion begonnen. Ik was bezig voor ZOA, Woord en Daad, Light for the World en African e-health toen het coronaverhaal begon. Nadat ik een week of vijf bij GGD Brabant Zuid-Oost had gewerkt, werd ik gebeld door de directeur internationaal van het Rode Kuis, met het verzoek of ik wilde assisteren bij het koppelen van Rode Kruis nationaal aan GGD GHOR Nederland. Dat ben ik erbij gaan doen, zo’n taak ligt me. Met mijn GGD-werk zat ik midden in de narigheid die corona veroorzaakte. Ook dat vond ik mooi. Als er dan tóch ellende is, ben ik er graag bij om wat te kunnen doen.”

U begon uw loopbaan in Angola, wat hebben die Afrikaanse jaren met u gedaan?

„Vanaf mijn jonge jaren wilde ik de zending in. Als student zou ik voor de GZB naar Kenia gaan, maar door onlusten in dat land kwam er onverwachts een kink in de kabel. Toen heb ik de handdoek in de ring gegooid. Oké, dan niet. Later heb ik geleerd dat het er niet om gaat wat ik graag wil, maar wat God wil. Tijdens mijn werk als arts in de nucleaire geneeskunde kwam de roeping langzaam maar zeker terug. Zo sterk dat ik op een dag mijn baan heb opgezegd, zonder te weten wat er zou komen. De avond van diezelfde dag wees iemand uit de wereld van het ontwikkelingswerk me op de baan in Angola. De jaren daar hebben ons gezin gestempeld, ook geestelijk.

Gods kerk is veel breder dan onze eigen traditie. Ik heb indrukwekkende voorbeelden gezien van het geloof van baptisten in Angola, een priester van de Grieks-orthodoxe kerk in het Syrische Homs die met gevaar voor zijn leven het gezin opzocht waarvan de vader door IS was ontvoerd, pinkstermensen in een zwarte kerk in Uganda waar ik na de dienst persoonlijk de zegen kreeg opgelegd in een soort nazorgsessie. Dat is toch mooi?”

Wat viel u vooral op in Afrika?

„De manier waarop Afrikanen met ziekte en zorg omgaan. In een zekere gelatenheid, maar ook blijmoediger dan wij. Het verdriet door het verlies van kinderen is er niet kleiner dan hier, toch gaan ze met goede moed verder. Ze nemen het leven zoals het komt, uit Gods hand. Hier voel ik me altijd ietwat gestrest. Zodra ik op Afrikaanse bodem ben, komt de rust van die mensen over me. Er zit muziek in dat continent.”

Terwijl het lijden daar toch onvergelijkbaar is met het leed hier?

„Dat zeg ik niet. Vanuit de GGD in Brabant ging ik op bezoek bij een verpleeghuis met een grote uitbraak van corona. Het team was lichamelijk op en mentaal kapot. De specialist ouderengeneeskunde bleef na die meeting maar praten. Sommige bewoners waren zo bang dat ze zich als een baby aan haar vastklemden. Terwijl ze dat vertelde, begon ze hard te huilen. ’s Nachts werd ze soms gillend wakker; door nachtmerries over verpleegkundigen die onbeschermd patiënten gingen verzorgen. Ook dát is lijden. Je kunt het niet bagatelliseren door te beweren dat het in Afrika nog erger is.

Niet voor niets heb ik aan de naam van mijn bedrijf ”together fighting human suffering” toegevoegd. Menselijk lijden, in welke vorm dan ook, blijft me raken. Soms is het zo groot dat ik aan God vraag: Kan het nou echt niet anders? Tegelijk realiseer ik me dan dat die vraag mij niet past. God weet het beter dan ik. Van mij vraagt Hij te doen wat ik kan doen om nood te lenigen. Het liefst zou ik morgen afreizen naar de Hoorn van Afrika, die nu naast corona en alle andere misère ook nog wordt geteisterd door enorme sprinkhanenplagen. Het ”together” verwijst naar mijn drive om het samen met anderen te doen.”

Dr. Rijk van Ginkel. beeld Sjaak Verboom

Zoekend naar een sprankje eeuwigheidsbelang, meldt u op uw website.

„Ik ben dokter, geen dominee, maar vaak bid ik ’s morgens of ik die dag ook geestelijk tot zegen mag zijn. Soms zoek ik bewust openingen. Voor de baas en de gasten van de Airbnb in Eindhoven heb ik een keer mijn legendarische erwtensoep gekookt, naar een oud recept uit het RD. Ik begon de maaltijd voor de hele club met gebed. Dat leverde een mooi gesprek op. Omgekeerd ontvang ik geregeld zelf een zegen uit onverwachte hoek.”

Wat voor ouderling was u?

„Tijdens kerkenraadsvergaderingen had ik soms een behoorlijk grote mond, maar voorafgaand aan een huisbezoek ging ik altijd eerst met mijn bezoekbroeder op de knieën. Soms letterlijk. Het is Gods werk, dus je moet het bij Hem neerleggen. Vanwege gezondheidsproblemen zag ik me na vijf jaar genoodzaakt het ambt neer te leggen, maar dit soort dingen mis ik enorm. Bij de bezoeken ging het mij erom dat Christus en Zijn werk aan de orde kwamen. Haal Hem weg en je houdt niets van het christelijk geloof over.”

En dan werkt u ook nog aan een novelle.

„Ja, ik heb altijd graag geschreven. Op een gegeven moment besloot ik mee te doen aan een wedstrijd voor het schrijven van een verhaal van 55 woorden. Ik heb er een stuk of tien gemaakt en de beste ingestuurd. Die kwam in de bundel. Later deed ik mee aan een verhalenwedstrijd rond het thema ”De zwarte agenda”. Ook met dat verhaal zat ik bij de winnende kandidaten. Dat bracht me op het idee om aan een novelle te beginnen. Ik schrijf eraan in wat rustiger perioden.”

Wat is het onderwerp?

„Dat weet niemand, zelfs mijn vrouw niet. Het ligt heel dicht bij mezelf, bij mijn gevoel. Daardoor voelt het kwetsbaar. Wat vinden anderen ervan? En waarom doe ik dit eigenlijk? Nog belangrijker: wat vindt God ervan? Als je iets op papier zet, moet het wel inhoud hebben.”

Komt u ook nog toe aan vrouw en kinderen?

„Zeker, het gezin staat voor mij op nummer één. Zo nu en dan ga ik met een van de kinderen een paar dagen weg. Dan heb je de mooiste gesprekken. Dat vind ik goud. Toevallig vroeg ik afgelopen zondag aan mijn dochter: „Joh, wat voor vaderbeeld geef ik jou eigenlijk mee?” Ze zei toen onder meer: „U bent er altijd voor ons.” Daar was ik heel blij mee, want het komt overeen met hoe ik het zelf beleef.

Ik vind het heerlijk om samen aan tafel te zitten en aan het eind van de maaltijd met elkaar te zingen. Zo sluiten wij de maaltijden af, soms in canon: ’k Stel mijn vertrouwen op de Heer mijn God. Daar krijg ik nooit genoeg van.”

Dr. Rijk van Ginkel. beeld Sjaak Verboom

Dr. Rijk van Ginkel

Rijk van Ginkel (Lunteren, 1964) studeerde geneeskunde in Rotterdam en deed in Amsterdam promotieonderzoek naar onverklaarbare buikpijnklachten op de kinderleeftijd, waarop hij in 2002 promoveerde. Vanaf 2003 werkte hij voor Tear in Angola, was hij projectmanager bij Prisma, senior health advisor bij de afdeling internationale hulpverlening van Rode Kruis Nederland, arts infectieziektebestrijding bij twee GGD’en, alarmcentralearts bij Eurocross Assistance, programmamanager Syrië bij Open Doors Nederland en directeur/hoofd programma’s bij Kom Over en Help. In 2019 startte hij zijn bedrijf Fruits of Passion. Zijn vrije tijd vult hij met vogelen, verschillende vormen van sport, culinaire activiteiten en sinds kort vioolspelen. Van Ginkel is gehuwd met Marlies Huisman. Het echtpaar heeft vijf kinderen en behoort kerkelijk tot de hervormde gemeente van Bodegraven.