Daniëlle Woestenberg: bestuurder met een glimlach

Het Gesprek
Daniëlle Woestenberg. beeld RD, Henk Visscher
5

Daniëlle Woestenberg houdt van religie, van dingen die boven haarzelf uitstijgen. Ze wordt er graag door overweldigd. „Maar mijn generatie –ik ben nu bijna veertig– weet niet meer waar het over gaat als je het over de kerk hebt.”

Als ze wil, praat ze de gaten in je sokken. Maar ieder woord dat ze spreekt, is weloverwogen. Ze maakt grote gedachtesprongen, maar weet nauwkeurig wat ze zegt, en ze weet goed wat ze wil. Twee uur lang vertelt ze, op het puntje van de fauteuil, met de sloffen aan de voeten, over haar kindertijd, over gedichten en religieus getinte schilderijen, over de betekenis van religie in het maatschappelijk debat, over politici, predikanten en bisschoppen, en over zichzelf.

Woestenberg woont, zegt ze vooraf in een telefoongesprek, „helemaal in Eersel.” Eersel, nog een stukje onder Eindhoven, is een eenvoudig dorp in het Brabantse land, zeer zichzelf gebleven. Een beetje een uithoek.

Daniëlle Woestenberg. beeld RD, Henk Visscher

„Ik ben een echte Kempische”, zegt Woestenberg. „Ik houd van de Brabantse gezelligheid, van dingen samen doen. Vroeger was dit een arme streek, de mensen hadden het niet breed. Vandaar dat de gemeenschapszin hier nog steeds groot is. De mensen hadden elkaar nodig.

De Belgische grens is niet zo ver hier vandaan. Over het heidegebied loop je zo België binnen. In deze buurt heerst een beetje een smokkelaarsmentaliteit. Natuurlijk moeten er regels zijn in de samenleving, en die zijn er om toegepast te worden, maar wij regelen het net zo lief een beetje onder elkaar. Regels moeten wel zin hebben en daar gaan we in de Kempen praktisch mee om, zeg maar. Sommigen zeggen: typisch katholiek.”

Woestenberg is van alles tegelijk. Op haar Twitteraccount staat dat ze toezichthouder, jurist, bestuurskundige en theologe is. Het aantal besturen waarvan ze deel uitmaakt, is groot. Twee jaar geleden is ze na een huwelijk van vijftien jaar gescheiden. Inmiddels heeft ze weer een relatie. Ook en vooral is ze moeder van vier kinderen.

Hoe doet u dat allemaal?

„Ik ben altijd een bezige bij geweest. Het liefst deed ik allerlei dingen naast elkaar en ook nog eens op hetzelfde moment. Dat was tijdens mijn studie al zo. Bij mijn beëdiging als jurist was ik de jongste advocaat van Nederland.”

Hoeveel uren zitten er in een dag?

„Vierentwintig. En de meeste van die uren gebruik ik graag. Bezig zijn doet mij goed, ik haal er energie uit. Ik ben geen stilzitter.”

De thema’s waar ze zich mee bezighoudt zijn talloos. Het varieert van gesprekken met de bisschop tot het aanwezig zijn op het voetbalveld van de kinderen en de middelbare school waar ze zelf lesgeeft, van contacten met kerkelijke woordvoerders over de coronacrisis tot de plaatselijke politiek, van hobby’s als hardlopen en yoga tot het grote land India, waar ze vorig jaar een vriendin heeft opgezocht. En als ze tijd over heeft, volgt ze cursus a en daarna cursus b.

Daniëlle Woestenberg. beeld RD, Henk Visscher

Woestenberg groeide op in het Brabantse dorp Reuvel. „Het leven was goed en overzichtelijk, de omgeving was beschermd. We speelden bij een vriendinnetje op de boerderij waar we de melk vers van de koe dronken. Dat eenvoudige leven heeft mij gestempeld. Ik zoek graag naar structuur, houd van gezelligheid en saamhorigheid.”

Het ouderlijk nest was religieus, rooms-katholiek. Vader en moeder waren allebei opgevoed door fraters en nonnen, maar hadden daar niet alleen goede herinneringen aan overgehouden, vertelt ze. „We gingen in ons gezin wel naar de mis, maar niet elke zondag, alleen op hoogtijdagen. In mijn kindertijd ben ik zelf op zoek gegaan naar de zin van het geloof. Ik ging naar het kinderkoor en werd misdienaar in de kerk, op zondag en doordeweeks.”

Wat boeit u in religie?

„Ik ben een heel katholiek meisje. Als kind van negen, tien jaar oud vond ik de katholieke liturgie al prachtig. De kerkdienst verliep prettig voorspelbaar. Ik hield van de structuur en de symboliek van de rituelen. Iedere zondag voelde het als thuiskomen als ik de kerk binnenkwam. Vorige jaar ben ik in India geweest en als je daar een mis bezoekt, dan voelt dat ook weer als thuiskomen. Het is zo vertrouwd, zo bekend.”

Maar religie staat er in Nederland niet goed voor.

„Dat denk ik niet. Nee, dat is echt niet waar. Op school geef ik les in levensbeschouwing en als je de jongeren dan vertelt over dingen die hoger gaan dan alles wat we om ons heen kunnen zien, dan zie je de verwondering in hun oogjes.”

In essentie is iedereen een klein beetje religieus, zegt Woestenberg. „De meeste mensen proberen echt wel netjes te leven, willen een goed mens zijn. En velen beseffen ook wel dat er meer moet zijn dan alleen wijzelf, meer dan ik, ik, ik. Soms denk je dat de mensen van de kerk in staat zijn om elkaar de hersens in te slaan omdat de ander net weer iets anders gelooft, maar toch zoeken we ergens allemaal naar het collectief, naar een gezamenlijke beleving van iets wat boven ons kleine bestaan uitstijgt. Alle ouders willen dat hun kinderen fijn kunnen opgroeien, dat ze veilig op straat kunnen spelen, en we hopen allemaal dat het morgen ook weer een mooie dag zal zijn. En datgene wat boven ons is, wat buiten ons is, helpt ons daarbij.”

Wat mag dat zijn: iets wat boven ons is, wat buiten ons is?

Langzaam, woorden wegend, één voor één: „God? De engelen? Het is in elk geval iets wat wij niet kennen, maar waar we wel graag meer van willen weten. God? Dat klinkt zo massief. Wisten we maar Wie Hij is. Hij is een mysterie. Ook ik kan Hem niet zomaar uit de doeken doen. Soms vind ik Hem in taal of in mijn gevoel. Maar ik kan Hem ook vinden in de natuur, of bij het bruisen van de zee. De zee is overweldigend. Zo is God ook voor mij overweldigend, Hij overweldigt ons, kleine mensen. Wij spreken over God in woorden die wij kennen. Andere woorden hebben we niet.”

De overheid ridiculiseert religie, alsof dat iets lastigs is.

„In dit opzicht zijn de kerken de dupe van de strijd tegen terreur en extremisme uit de islamitische hoek. De overheid snapt ook niet altijd dat de ene religieuze organisatie de andere niet is. Een kerk in Lunteren, Eindhoven of Amsterdam houdt zich echt niet bezig met wereldproblemen. En de kerk roept er niet toe op om vrouwen te besnijden of homo’s van een gebouw te gooien, zoals weleens wordt gesuggereerd. Kerken zijn vooral veel meer lokale vrijwilligersorganisaties met welwillende mensen, die omzien naar elkaar. Die zijn er niet bij gebaat om geconfronteerd te worden met te veel bureaucratische regelgeving van de overheid.”

Uw boodschap richting de overheid is altijd geweest: Geef religies de ruimte om de samenleving mooier te maken.

„Want religie ís mooi! En geloof is niet zwaar, niet saai en niet stom. Geloof is versterkend, geeft kracht en vertrouwen in de wereld om ons heen. Wie gelooft, staat er niet alleen voor, want je maakt altijd deel uit van een groter geheel, van de parochie of een gemeente. Dat hoef je niet direct institutioneel te maken, want het behoort ook tot religie om vriendelijk te groeten op straat, betrokken te zijn op anderen, ouderen te helpen. Zulke intenties kunnen wel degelijk door religie ingegeven zijn. Is dat horizontaal? Het kruis heeft twee componenten, een verticale en een horizontale.”

Daniëlle Woestenberg. beeld RD, Henk Visscher

U was 19 jaar toen u voorzitter werd van CDA-jongeren Brabant. U was er al vroeg bij.

„Op de basisschool was ik in de klas altijd al de klassenvertegenwoordiger. Ik hield van aanpakken. En het politieke gedoe vond ik erg leuk. Ik heb altijd graag willen besturen. Ik was 22 jaar toen ik voor het CDA in de gemeenteraad kwam. Ik houd van regelen, organiseren, de kar trekken. Als er van alles en nog wat gedaan moet worden, en er gebeurt niets, dan komt er iets in mij in beweging. Dan zet ik er zelf de schouders wel onder.”

Ze zwijgt. Heel even maar. „De samenleving verhardt. Daar heb ik zorgen over. De politiek wordt er niet leuker op, want extremiteiten worden steeds breder uitgemeten. We zijn allemaal zo hard geworden naar elkaar toe. In de politiek, in de samenleving, in de kerken, ook buiten op straat. Hard. En scherp. En veeleisend. Mensen zetten elkaar zo onder druk, ook in de media. Het zal wel met de Twitter- en Instagramcultuur te maken hebben. Dan krijg je dat horkerige. Ik houd meer van gemeenschapszin. Dat geeft empathie en warmte onder de mensen.”

Als 17-jarige vwo-leerling viel Woestenberg bij haar docenten al op met haar gedicht ”Hoog gras”. De eerste regels luiden zo: „Al weten we maar al te goed, het hele verhaal van dromen en bedrog; desillusies en tegenstand; gebeuren doet het toch.”

Een lach klatert door de woonkamer. „Als kind schreef ik al veel, gedichten, en brieven die ik nooit verstuurde, of soms toch wel, aan vriendinnen. Terwijl we correspondeerden, waren we de hele wereld al aan het beschouwen. Schrijven helpt mij nog steeds om m’n gedachten te ordenen. Opschrijven helpt, het ontlaadt iets in mij. Het helpt om dingen te ordenen en te sturen. Ik ben jurist en heb geleerd dat precies en zorgvuldig formuleren een proces verder kan helpen. Het vinden van de goede woorden in de juiste taal kan helpen om mensen aan elkaar te verbinden.

Daniëlle Woestenberg. beeld RD, Henk Visscher

Wat ik in de protestantse traditie zo waardeer, is dat je zelf woorden mag zoeken om je geloof te verwoorden. Die taligheid kennen wij katholieken niet zo. Dat je vrij mag bidden, zelf mag formuleren hoe je bidt, en dat je die woorden vervolgens los mag laten in het vertrouwen dat je gehoord bent en dat het allemaal wel goed komt.”

Binnenkort neemt u afscheid als secretaris van het Interkerkelijk Contact Overheidszaken (CIO). Wat heeft u daar gedaan, in eenvoud gezegd?

„De overheid en de kerk op een correcte manier aan elkaar binden. Dat was mijn werk. Soms lukte dat, soms wat minder. Ik heb geprobeerd de regelgeving in Nederland zo te beïnvloeden dat de kerk de ruimte krijgt om kerk te zijn, ook in een tijd van coronacrisis. Dat kost tegenwoordig wel moeite, want de mensen zijn niet meer bekend met het gedachtegoed van de kerk. De overheid kent het kerkelijk leven niet meer als vanzelf. Politici, ambtenaren en bestuurders begrijpen steeds minder van de manier waarop kerken functioneren. De gemiddelde Nederlander weet nog wel dat de kerk iets met de paus te maken heeft, maar woorden als scriba of classis zeggen de meeste mensen niets meer.

Vroeger hadden veel mensen nog wel ergens in het leven te maken gekregen met het christendom. Mensen waren christelijk opgevoed, gingen misschien naar de zondagsschool of kwamen er in het onderwijs of via sociale contacten mee in aanraking. Maar ik begin nu te merken dat mijn generatie –ik word veertig– niet meer weet waar het over gaat als je het over de kerk hebt.”

De overheid problematiseert levensbeschouwing, maar wil wel steeds meer grip krijgen op de kerken.

„De kerk heeft in de Nederlandse samenleving altijd een bijzondere plaats gehad, maar dat wordt in onze tijd niet meer als een vanzelfsprekendheid erkend. De kerken worden op een bevooroordeelde manier in een frame geplaatst. We moeten steeds meer dingen uitleggen. De kerk kan wel mopperen dat de overheid haar niet meer begrijpt, maar je kunt beter op een constructieve manier aanwezig zijn in het maatschappelijke debat. Laat maar zien wie je bent.”

Daniëlle Woestenberg. beeld RD, Henk Visscher

De kerk moet aan de overheid niet vragen of je in een tijd van coronacrisis in de kerkdiensten liederen zingen mag, zegt Woestenberg. „Veel ministers weten niet eens wat ze zich daarbij moeten voorstellen. Daar heeft de overheid helemaal geen beeld bij. De kerk moet niet alles vragen, maar ook gewoon zelf haar weg zoeken. De Gamma gaat ook gewoon weer open. Kerken moeten hun eigen protocol durven te bepalen. Soms moet je ook gewoon een bepaalde ruimte nemen.”

Hoe doen de kerken het in de coronatijd?

„Heel keurig. Kerken houden zich in het algemeen aan de regels, niet alleen omdat dat moet, maar ook vanuit een oprecht stuk zorg voor de eigen mensen en voor het algemeen welzijn in de samenleving.”

Bent u een perfectionist?

„Volgens mij niet en volgens mijn vrienden wel. Ik mag van mezelf niet lopen lanterfanten. Daar is het leven te kort en te kostbaar voor. Ik leg de lat voor mezelf wel hoog, maar dat doe ik graag.”

U bent een opgeruimd mens, iemand met een glimlach, die altijd wel de zon ziet schijnen.

„Nou ja, er is zo veel om dankbaar voor te zijn. Als mens kun je heel kwetsbaar zijn, in je gezondheid bijvoorbeeld. Maar ik heb vier prachtige kinderen, heb veel lieve mensen om mij heen, ik mag mooi werk doen. Natuurlijk zitten er donkere kanten aan het leven, maar ik focus liever op de zonnige kant. Vandaar die glimlach.”

Nooit eens een huilerige dag?

„Nee. Niet. Het glas is altijd halfvol of voller. Ook al gaan de dingen niet altijd vanzelf, ik vind altijd wel weer ergens een sprankje hoop. Lees de Bijbel maar. Wat kan de mensen veel ellende overkomen. Hoeveel fouten kunnen we wel niet maken! Er is nog veel te leren en veel te accepteren. Toch wordt ons leven bestuurd, geloof ik, en vaak worden de dingen ook weer ten goede gekeerd. Ik geloof dat er zaken zijn die groter zijn dan ikzelf ben, die hoger gaan dan ik kan zien. Ik denk vaak: hé, dit of dat móét wel van boven komen.”

Daniëlle Woestenberg

Daniëlle Petronella Johanna Woestenberg werd geboren op 24 oktober 1980. Ze studeerde onder meer rechten, bestuurskunde en theologie in Leiden, Rotterdam, Tilburg en Leuven. In 2012 werd ze benoemd tot secretaris van het Interkerkelijk Contact Overheidszaken (CIO). Per 1 november stapt ze over naar CNV Connectief, waar ze algemeen bestuurder en sectorbestuurder onderwijs wordt.

Van de Nederlandse Bisschoppenconferentie van de Rooms-Katholieke Kerk in Nederland is ze intermediair tussen politici en kerkelijk leiders, over zaken zoals de AVG (algemene verordening gegevensbescherming) en de anbi (algemeen nut beogende instelling). Onder meer is ze lid van de raad van toezicht van Siriz/VBOK en ProDemos. In de afgelopen jaren was ze actief als jurist, mediator, theologe en docent levensbeschouwing. Ze is eigenaar van een adviesbureau, gemeenteraadslid voor het CDA van de gemeente Eersel en moeder van vier kinderen. Daniëlle Woestenberg woont in Eersel.