Onderwijsadviseur: Kijk kritisch naar de plusklas

Martine Blonk. beeld Rick de Visser

Ongemotiveerd, verveeld, onbegrepen. Zonder begeleiding kan een hoogbegaafde leerling aardig in de knel komen, ziet Martine Blonk, onderwijsadviseur hoogbegaafdheid bij Driestar educatief. „Denk als school echter wel goed na over hoe je een plusklas organiseert.”

Overbodige luxe? Dat is de Week van de Hoogbegaafdheid volgens Blonk zeker niet. „Hoogbegaafde leerlingen zitten echt anders in elkaar. Het is goed daar jaarlijks aandacht voor te vragen en na te denken over hoe zij het best begeleid moeten worden.”

Het onderwerp staat bij de meeste scholen goed op de kaart, ziet Blonk. „Er is de laatste jaren meer evenwicht ontstaan tussen de begeleiding van leerlingen aan de onder- en bovenkant van de klas.” Zo kregen kinderen die niet goed mee konden komen vaak al ondersteuning in de vorm van remedial teaching (rt). Voor hoogbegaafde leerlingen was er echter nogal eens niets geregeld, weet de onderwijsadviseur.

Hoogbegaafde Ruben: „Ik hoefde me nooit in te spannen”

Rond 2000 kantelde het beeld, vertelt Blonk. „Toen kwam uit verschillende onderzoeken naar voren dat veel hoogbegaafde leerlingen onder de maat presteerden. Ze konden meer dan ze lieten zien.” Een eye-opener voor veel scholen. „Resultaat was dat op het merendeel van de scholen een plusklas werd gestart.”

Die extra begeleiding is een goede zaak, vindt de onderwijsadviseur. Waar ze minder over te spreken is, is de manier waarop die in veel plusklassen vormgegeven wordt. „Als een leerling niet goed mee kan komen, gaat hij naar rt. Hij heeft dan een specifieke zorgvraag en een opgesteld hulpplan. Zodra de doelen daaruit behaald zijn, gaat hij terug naar de klas.” Bij hoogbegaafde leerlingen gaat het er vaak anders aan toe. „De stap naar de plusklas lijkt vanzelfsprekend en gaat vaak zonder plan van aanpak.” Dat is onlogisch, vindt Blonk. „Specifieke zorgvraag? Opgesteld hulpplan? Vaak ontbreken die. Ik vraag me dan echt af: is er wel gekeken naar wat deze leerling eigenlijk nodig heeft?”

2020-03-06-BIN15-Pagina_hoogbegaafdheid-2-FC_webAandacht voor de hoogbegaafde leerling

Jaloers

Uitdagende projecten, innovatieve snufjes, onderzoekend leren: Blonk pleit ervoor zulke dingen zoveel mogelijk in de klas zelf te doen. „Andere leerlingen kijken nu soms met jaloersheid naar de leuke dingen die de plusleerlingen mogen doen, terwijl zij daarvan worden uitgesloten.” Ook voor de wat meer gemiddelde leerling is dat echter leerzaam en verrijkend, vindt de onderwijsadviseur.

Plusklassen zijn niet per se fout, nuanceert Blonk. Zo kan het voor hoogbegaafde leerlingen fijn zijn op gelijk niveau te werken aan projecten. „Je ziet dat ze elkaar goed aanvoelen en samen tot mooie prestaties komen. De docent kan echter in de klas ook goed nadenken over welke leerlingen hij bij elkaar in een groepje zet.”

Ook ziet de onderwijsadviseur dat niet alle hulp in de klas geboden kan worden. „De leerkracht heeft nog meer leerlingen in zijn lokaal en hoogbegaafde kinderen hebben echt wel specifieke zorgvragen. Zo gaan ze soms zo makkelijk door de stof heen dat ze niet leren om te leren. Daar is extra begeleiding bij nodig en dat kan in een plusklas.”

Leerkrachten zouden zichzelf volgens haar altijd de vraag moeten stellen wat ze willen bereiken bij de bewuste leerling en of dat het beste binnen of buiten de klas behaald kan worden. „Kinderen hebben soms in de klas weinig motivatie. Dat probleem speelt in de klas, dan moet je daar ook in die context aan werken. Een dagdeel in een plusklas vormt dan niet zozeer de oplossing.”