Koken, klussen én leren op de zorgboerderij

Plezier bij een proefje met ballonnen op Care for You. beeld Henk Visscher

Intensief worden de kinderen begeleid. Ze krijgen niet alleen les, maar kunnen ook skelteren en knuffelen met konijntjes. Eerder zijn ze op school vastgelopen. Op het buitengewoon onderwijs, een uitvalsbasis op een zorgboerderij van SBO de Akker uit Sliedrecht en SO de Rank uit Barendrecht, krijgen ze handvatten om weer terug naar school te kunnen.

Twee jongens zitten aan tafel bij juf Seleke Steehouwer op zorgboerderij Care for You in Bleskensgraaf. Het is een grote eettafel in een huiselijke kamer. In de ruimte is een zithoek met een aquarium en een stapel Donald Ducks, een schilderij met koeien en een boekenkast met series als ”De Kameleon” en ”Dolfi en Wolfi”. „Kun je stilzitten op de stoel met wieltjes of zullen we de andere pakken?” vraagt juf Steehouwer. Overtuigd kiest Ruben van der Meijden (9) voor de stoel met wieltjes.

De juf haalt een rekenwerkboek voor hem tevoorschijn voor deze tweede helft van de ochtend. „Vandaag hoor ik achter de computer te werken. Dat gaat veel sneller”, vindt Ruben. Maar dat komt straks pas. Eerst staan er sommen op het programma. De antwoorden daarvan moet hij met de hand opschrijven. Hij werkt op het niveau van groep 5.

Aan de andere kant van de tafel zit een 12-jarige jongen die niet met zijn naam in de krant wil en op het niveau van groep 8 werkt. Langer dan een paar minuten geconcentreerd aan de slag is voor beide jongens moeilijk. Heeft de één geen vraag, dan heeft de ander wel een opmerking of klinkt er een kreet van frustratie of een roep om hulp.

Zelfstandigheid is een leerdoel, legt Steehouwer naderhand uit. „Als leerlingen twintig keer een sticker verdienen voor een aantal minuten zelfstandig werken, krijgen ze daarvoor een diploma. En daar gaan ze voor, dat willen ze graag! Daarna wordt de tijd iets uitgebreid. Zo bouw je iets op.”

Op het gebied van de sociaal-emotionele ontwikkeling en de zelfstandigheid zijn de kinderen die de zorgboerderij bezoeken zwak en kwetsbaar, weet Steehouwer. „We begeleiden hen tijdens alle activiteiten op het gebied van de sociaal-emotionele ontwikkeling en leren hun hoe ze op een goede manier leiding aan zichzelf kunnen geven. Met zulke vaardigheden kunnen ze uiteindelijk weer deelnemen aan het onderwijs op hun school.”

Iedere leerling heeft daarnaast zijn eigen doelen. „Maar dat zijn er niet meer dan twee tegelijk”, zegt Steehouwer. „Anders wordt het te veel.”

Ballast

Op een gegeven moment kan Ruben achter de laptop. Hij moet verkleinwoorden maken, maar na twee woorden schiet hem wat anders te binnen: „Juffrouw, wanneer kan ik blind leren typen? Dan gaat het nog sneller.” „Ik denk dat je daar maar eens met je moeder over moet praten”, zegt Steehouwer. De andere jongen: „Op mijn oude school gingen we dat allemaal leren. Iedereen haalde het diploma, behalve ik.” Steehouwer: „Dat is jammer.”

Later licht ze toe dat deze kinderen veel ballast met zich meedragen. Zo kunnen sommigen niet op een positieve manier naar zichzelf kijken. „Hier willen we hen die positieve ervaringen wel laten opdoen.”

Aan het eind van de dag reflecteren de leerkrachten om beurten met ieder kind en vragen ze hun op te noemen wat er goed ging. „Dat vinden de kinderen erg moeilijk” zegt Steehouwer. „Hoe fijn is het om hen hierin te zien groeien. Een jongen die voor het eerst een aantal positieve dingen over zichzelf opschrijft in zijn portfolio: dat is echt mooi om mee te maken.”

De kinderen moeten toch op een gegeven moment de maatschappij in, het leven door, zegt Steehouwer. „Daarom vind ik hun betrokkenheid bij de gezamenlijke dagopening ook altijd bijzonder. Dat het Woord van God opengaat, is ook voor deze kinderen het belangrijkst.”

Boven de tafel hangt een slinger met positieve uitspraken zoals ”Goed genoeg is ook goed”, ”Ik ben trots op mezelf” en: ”Ik mag fouten maken”. Achter de tafel hangt een whiteboard met de dagplanning in pictogrammen.

De helft van de dag zijn de leerlingen met de schoolvakken bezig, de andere helft gaan ze praktisch aan de slag. Boodschappen doen, koken; het hoort er allemaal bij.

Proefje

Aan het eind van deze morgen staat er een proefje gepland. Ook dat doen de leerlingen in hun eigen groepje. De vier kinderen die de tweede helft van de ochtend geklust hebben, doen het experiment met zorgboerin Yvonne Wemmenhove en een andere juf aan een grote tafel in de serre. Drie van deze kinderen werken op het niveau van eind groep 3, de vierde leerling is al verder.

Hond Flash, die op de zorgboerderij woont, ligt rustig toe te kijken, een tennisbal in zijn bek. Het jongste meisje van het groepje loopt met een konijn in haar armen. Voordat het proefje begint, brengt ze het dier met een spijtig gezicht weg.

Er is even discussie tussen de twee meisjes wie welk onderdeel van het experiment mag doen. En de trechter zit verstopt. Maar na een tijdje is het dan zover: een ballon met daarin de stof natriumbicarbonaat wordt vastgemaakt aan een plastic flesje waarin azijn zit. Zou de ballon nu vanzelf opgeblazen worden? Inderdaad, bij het meisjesgroepje lukt het. De jongens kijken even verschrikt als zij hun experiment zien mislukken en de juf zelfs helemaal onder het witte poeder zit. Maar dat ze na het eindigen nog een poos mogen spelen voordat de taxi’s komen die hen naar huis brengen, maakt veel goed.

Ondertussen is ook het groepje in de woonkamer klaar. Ruben gaat meteen naar boven, want daar staat de Knexx. Hij is technisch.

Leuker dan school

Als hij het grote reuzenrad wil demonstreren dat met een motortje kan draaien, merkt hij dat het hapert. In een paar minuten lost hij het probleem op. Ondertussen vertelt hij dat hij het buitengewoon onderwijs „op zich wel leuker dan school” vindt.

Dan trekt hij zijn jas aan, voor een snelle rondleiding buiten. Hij laat de dieren zien die de kinderen verzorgen. En de moestuin. „Als je wil zien hoeveel er kan groeien, moet je in de zomer komen.” Buiten staan ook skelters, waarmee de kinderen zo ver mogen rijden als ze willen. De tuin grenst namelijk aan een weiland, dat ook bij de boerderij hoort.

Aan de andere kant van het gebouw is een trampoline, die ook veel gebruikt wordt. „Ik ga altijd springen als ik op de taxi wacht,” glundert een andere jongen. „En vanmiddag komt er lekker een vriendje bij mij spelen.”

„Een zorgboer ging uit nood maar onderwijs geven”

Het buitengewoon onderwijs op de zorgboerderij in Bleskensgraaf ging begin 2019 van start met drie leerlingen, op twee dagen in de week. Inmiddels bezoeken acht leerlingen Care for You en wordt het onderwijs op dinsdag, woensdag en donderdag gegeven. Schoolleider Marco Aarnoudse van SBO de Akker uit Sliedrecht en teamleider Jannie Vogel van SO de Rank uit Barendrecht waren vanaf het begin bij dit initiatief betrokken. Aarnoudse: „Sommige leerlingen zaten thuis omdat het niet meer ging op school. Die thuiszitters gingen wel naar een zorgboerderij. Daar ging een zorgboer dan uit nood maar onderwijs geven aan kinderen die niet meer wilden lezen of leren, omdat ze daarmee zulke negatieve ervaringen hadden opgedaan. Dat vonden wij moeilijk. Als school wil je alle kinderen met problematiek een plek kunnen bieden.”

De scholen SBO de Akker en SO de Rank zochten daarom, samen met Stichting Zorgboeren Zuid-Holland en de gemeente, naar een mogelijkheid om deze kinderen weer onderwijs te geven. Tegelijkertijd wilden ze thuiszitten bij andere kinderen voorkomen. Het doel was het bieden van ”gewoon” onderwijs, buiten de eigen locatie, vandaar de naam buitengewoon onderwijs.

Toen zorgboerin Yvonne Wemmenhove van Care for You van het initiatief hoorde, was ze direct enthousiast. „Naast onze boerderij woonde mijn vader in een mantelzorgwoning. Voor zijn overlijden hebben we aan hem beloofd dat we die ruimte zouden blijven gebruiken voor mensen die het nodig hadden. De ruimte daarboven gebruikten we al voor onze zorgboerderij. Toen het oproepje voor dit buitengewoon onderwijs langskwam, wist ik dat dit een goede match was.”

Het buitengewoon onderwijs is voor de school duurder, hoewel sommige kosten uit pgb’s worden betaald. Niet alleen kinderen van de Akker en de Rank kunnen bij het buitengewoon onderwijs terecht. Aarnoudse: „We hebben een maatschappelijke plicht, we willen er niet voor de selecte groep van kinderen uit het reformatorisch onderwijs zijn.”

Leerlingen blijven ingeschreven op de school waar ze vandaan komen en volgen ook de methode van hun eigen school. Ze conformeren zich wel aan de identiteit van het buitengewoon onderwijs. „Het doel is dat de kinderen hier handvatten krijgen, zodat ze op een gegeven moment weer naar de school kunnen waar ze ingeschreven staan. Op dit moment is al een tweede leerling weer deels terug naar school.”