Huilbaby of huilende baby

Eigenwijzer
beeld Anjo Mutsaers

Ons zoontje Ralf (8 weken) huilt voor mijn gevoel best veel. Natuurlijk hoort huilen bij een baby, maar ik vraag me af of hij niet te veel huilt en wat ik daaraan kan doen. Wanneer heb je een huilbaby?

Een begrijpelijke vraag. Huilen hoort inderdaad bij baby’s, maar wat is ”normaal” en waarom huilen baby’s eigenlijk?

Bij de geboorte van een kindje klinkt het eerste huilen van de baby de ouders als muziek in de oren: gelukkig, hij huilt, hij lééft!

Oorzaken

Een pasgeboren baby praat nog niet met woorden, maar huilt om zijn ouders iets duidelijk te maken. Huilen heeft dus een duidelijke functie en is een manier van communiceren.

Ralf heeft bijvoorbeeld honger, een vieze luier, een boertje zit dwars, hij wil graag bij papa of mama zijn of heeft het koud. Een baby moet vaak ook wennen aan het leven buiten de baarmoeder. Het is ineens veel kouder en stiller dan hij gewend was in zijn moeders buik.

Als Ralf huilt, komen zijn ouders naar hem toe, halen hem uit zijn wiegje en proberen hem te geven wat hij nodig heeft. In het begin is dat soms een beetje ‘raden’: zou hij toch nog honger hebben of heeft hij last van krampjes? Een kind verwerkt door te huilen ook de ervaringen van de dag en de opgedane prikkels. Een baby heeft dan meestal een zogenaamd huiluurtje.

Na verloop van tijd leren vader en moeder Ralfs manieren van huilen beter kennen en horen ze er verschil in. Bij honger huilt hij meestal met korte, krachtige stoten, en het klinkt jengelig en zeurderig als hij aandacht wil.

Doorkomende tanden of een sprongetje in de ontwikkeling kunnen ook de oorzaak zijn van huilen. Ralf komt dicht bij papa of mama dan weer tot rust.

Sommige baby’s willen graag alles zien en meemaken en hebben juist behoefte aan meer prikkels. Ook zuigbehoefte is een mogelijke oorzaak van huilen. Een fopspeen werkt dan vaak goed.

Huilen is mogelijk een reactie op de voeding. Een baby krijgt dan te veel of juist te weinig, hij heeft een allergie of kan niet tegen bepaalde voedingsmiddelen.

Als een baby ineens anders huilt dan anders, door bijvoorbeeld te kreunen of juist heel indringend te huilen, moeten ouders de huisarts raadplegen. Zo huilt een baby namelijk als hij pijn heeft of erg ziek is. In zo’n situatie voelt een ouder meestal aan dat er iets niet klopt en dan is het goed om dit gevoel serieus te nemen.

Normaal

Voor ouders is het fijn als zij weten wat normaal huilgedrag is. Uit onderzoek blijkt dat baby’s in de eerste weken na de geboorte steeds meer gaan huilen. Tussen de zes en acht weken huilt een baby gemiddeld het meest: zo’n twee tot tweeënhalf uur per dag. Daarna huilt een baby vaak weer minder: vanaf drie maanden tot de eerste verjaardag duurt dit nog één tot anderhalf uur per dag.

Ralf zit dus waarschijnlijk qua huilen op het piekmoment van tweeënhalf uur per dag. Dit is op zich normaal voor deze leeftijd, maar begrijpelijkerwijs ervaren zijn ouders dit als langdurig.

Baby’s houden zich echter niet altijd aan gemiddelden. Om te ontdekken of Ralf meer dan normaal huilt, houden zijn ouders een paar weken een huildagboek bij om te ontdekken hoe lang en wanneer hij huilt. Zo krijgen zij er inzicht in op welke momenten Ralf huilt en hoe zij hierop kunnen inspelen.

Wat te doen

Meestal stopt het huilen als voldaan is aan Ralfs behoefte aan aandacht of eten. Ralf komt ook wel tot rust als zijn ouders een liedje zingen, met hem rondlopen door de kamer of met de kinderwagen rijden. Een warm badje of babymassage zorgt eveneens voor ontspanning.

Als Ralf zich tevreden voelt, zal hij minder huilen. ”Reinheid, rust en regelmaat” in de opvoeding is een heel oude uitspraak, maar blijkt ook voor (huil)baby’s van nu nog steeds heel goed te werken.

De ouders van Ralf houden bijvoorbeeld rekening met een aantal dingen. Zij leggen Ralf in bed als ze bij hem de eerste signalen van moeheid opmerken. Zo leert hij zelf in slaap te vallen en krijgt hij voldoende rust. Tekenen van slaap zijn bijvoorbeeld gapen, zeurderig huilen, wit worden, wrijven in de ogen of geen oogcontact meer maken. Even huilen voor het in slaap vallen, is voor veel kinderen normaal.

Voor de veiligheid maken Ralfs ouders zijn bedje ‘kort op’: de voetjes bij het voeteneind en vandaaruit een lakentje en dekentje goed stevig instoppen. Dit geeft geborgenheid bij het slapen.

Veilig en vertrouwd

Voor Ralf is het duidelijk en voorspelbaar als hij vaste plekken heeft: spelen in de box en slapen in zijn bedje of de kinderwagenbak.

Een baby heeft veel behoefte aan lichamelijke aanraking en nabijheid van de ouders of vaste verzorgers. Dit is belangrijk voor de hechting en geeft hem een veilig en tevreden gevoel. Een baby laat zich het beste troosten door degene die hij goed kent.

Een draagdoek kan een handig middel zijn om de baby dicht bij zich te houden en toch nog een beetje de handen vrij te hebben in huis. Ook bij een kindje dat ’s avonds veel huilt, kan een draagdoek helpen. Het voelt de hartslag van bijvoorbeeld zijn moeder en zit lekker warm ingepakt. Dat vindt het fijn. Wel is het belangrijk om in de gaten te houden of hij het niet te warm krijgt door dikke kleding in combinatie met lichaamswarmte.

Ralfs ouders rekenen ook zo veel mogelijk met zijn ritme en tempo. Een baby slaapt het fijnst in zijn vertrouwde omgeving en is gebaat bij niet te veel uitstapjes op een dag. Eén uitstapje is eigenlijk al voldoende, maar dat is in de praktijk niet altijd haalbaar. Als er oudere, schoolgaande kinderen in het gezin zijn, moet de baby toch even mee naar school en ook de boodschappen moeten gedaan worden.

Baby’s kunnen onrustig en oververmoeid raken door te veel prikkels en ervaringen. Een radio de hele tijd aanzetten in de omgeving van de baby is niet verstandig. Een baby hoeft ook niet de hele tijd vermaakt te worden of te spelen met allerlei druk speelgoed. Hij heeft rust nodig om zijn eigen handjes en voetjes te ontdekken en ermee te leren spelen. Het bedje opmaken met een door moeder gedragen shirt geeft een vertrouwd gevoel.

Huilbaby

Er zijn ook baby’s die toch blijven huilen, ondanks dat hun ouders aan alle mogelijke oorzaken hiervan hebben gedacht. Een kind wordt een ”huilbaby” genoemd als hij minimaal drie weken lang, drie dagen per week, drie uur per dag huilt. Een andere benaming hiervoor is ”overmatig of excessief huilen”.

Het vele huilen van hun kindje vergt ook van ouders veel energie en geeft een onzeker of zelfs wanhopig gevoel. „Wat doe ik toch verkeerd? Ben ik een slechte moeder? Ik kan dat gehuil nu echt niet meer hebben.”

Deze gevoelens zijn heel normaal en begrijpelijk. De baby voelt die ontstane onzekerheid en stress van zijn ouders vaak aan en reageert daarop door nog meer te huilen. Zo ontstaat er een vicieuze cirkel waar ouders moeilijk uitkomen.

Op een moment dat een ouder het huilen niet meer kan verdragen, is het verstandig de baby rustig op een veilige plek te leggen, bijvoorbeeld in het bedje, en even naar een andere ruimte te gaan. Als het mogelijk is, is het goed om de baby door de andere ouder of een familielid te laten troosten en zo even afstand te nemen. Misschien kan iemand ook eens oppassen, zodat de ouders even lucht hebben en kunnen uitrusten. Ouders kunnen ’s nachts afwisselen in het troosten.

Een baby door elkaar schudden uit machteloosheid of boosheid is heel gevaarlijk. De hersenen zijn nog klein en kwetsbaar en botsen bij schudden tegen de schedel. Het hoofdje weegt zwaar en de nek is ook heel kwetsbaar. Een kind kan ernstig letsel oplopen en zelfs overlijden.

Hulp

Als de ouders zich zorgen maken om het huilgedrag en niet meer weten wat te doen om het huilen te stoppen, moeten zij snel hulp zoeken. Dit voorkomt dat ouders, ongewild, uit stress en wanhoop, hun kind te hard aanpakken. Het consultatiebureau, familie en vrienden willen ouders ongetwijfeld helpen.

Ook bezitten verschillende ziekenhuizen een ”huilpoli”. Daar denken ze met de ouders mee en als het nodig is, nemen ze de baby op ter observatie. De kinderarts onderzoekt op mogelijke lichamelijke oorzaken of een voedselallergie. Als deze dingen uitgesloten zijn en een baby toch overmatig blijft huilen, krijgen ouders tips om hen te helpen meer rust en regelmaat en minder prikkels aan te bieden aan hun baby. Het huilgedrag neemt dan meestal sterk af.

Het KISS-syndroom wordt ook genoemd als oorzaak van overmatig huilen. Door een zware of snelle bevalling kan de stand van de nekwervels van de baby afwijken, waardoor zij veel pijn hebben en veel huilen. Eén of meerdere behandelingen door een erkende osteopaat zouden dit kunnen verhelpen. Wetenschappelijk onderzoek heeft dit echter nog niet kunnen bevestigen. Daardoor zijn de meningen hierover verdeeld. De een raadt het aan en de ander wijst het af vanwege mogelijke risico’s.

Niet op de buik

Sinds 2013 zijn er naar aanleiding van onderzoek specifieke richtlijnen opgesteld die de gezondheidszorg aanhoudt bij overmatig huilen. Hierin staan rust en regelmaat ook weer centraal. Een vaste volgorde bij het verzorgen van de baby is belangrijker dan een vast tijdschema. Na het wakker worden eerst verschonen en voeden, daarna knuffelen, spelen en weer slapen. Herhaling van deze volgorde geeft baby’s meer rust.

Inbakeren is ook een mogelijkheid waar baby’s baat bij kunnen hebben. Daarbij moeten ouders uit veiligheidsoogpunt wel bepaalde instructies volgen en aan bepaalde voorwaarden voldoen. Het consultatiebureau kan ouders daarover informeren.

De baby op de buik laten slapen, omdat hij dan beter slaapt, wordt sterk afgeraden vanwege het risico op wiegendood.

Tips

- Houd een huildagboek bij voor inzicht in huilduur en huilmomenten.

- Gebruik een vaste volgorde in het verzorgen, spelen en slapen.

- Leg uw kind bij de eerste tekenen van slaap in zijn eigen bedje en maak dit strak op voor een geborgen gevoel.

- Zorg voor een rustige omgeving en niet te veel omgevingsgeluiden.

- Zoek hulp als u het huilen van uw baby als te lang ervaart en u niet meer weet hoe u hem kunt troosten.

Wilt u reageren of hebt u vragen over opvoeding? Leg ze (anoniem) voor aan de pedagogen Mirjam Blom en Anja Helmink. Dat kan door de situatie en de (gezins)omstandigheden, liefst uitvoerig, te mailen naar: wijs@rd.nl of te sturen naar: RD, t.a.v. redactie Wijs, Postbus 670, 7300 AR Apeldoorn.