Deetman: Aanpassing artikel 23 ongewenst

Vrijheid van onderwijs
Deetman. beeld ANP, Jerry Lampen

Negatief was de Raad van State vorige week over de plannen van staatssecretaris Dekker om een samenwerkingsschool van openbaar en bijzonder onderwijs mogelijk te maken. „Het is me uit het hart gegrepen”, zegt drs. W. J. Deetman. Zaterdag licht hij tijdens de VGS-jaarvergadering toe waarom.

Kern van het betoog van de oud-minister van Onderwijs en Wetenschappen tijdens de bijeenkomst van de reformatorische scholenorganisatie wordt dat artikel 23 van de Grondwet na honderd jaar nog altijd staat als een huis. „Het voldoet aan alle eisen. Als je het richtingenbegrip –scholen worden op grond van levensbeschouwelijke richtingen gesticht– loslaat, komen daar weer andere criteria voor in de plaats. Dat is niet nodig, en je weet ook niet waar dat eindigt. En de samenwerkingsschool is een aantasting van het huidige onderwijsbestel.”

Neutraal

De Raad van State bracht zijn advies uit op verzoek van de Eerste Kamer. Volgens de staatsraden is het wetsvoorstel om de samenwerkingsschool mogelijk te maken, in strijd met de Grondwet. De overheid moet neutraal zijn en kan dus niet mede bevoegd gezag zijn van een school waaraan het bijzonder onderwijs deelneemt. Het stichten van samenwerkingsscholen wordt ook te gemakkelijk en voldoet daarmee niet aan het grondwettelijke uitgangspunt dat de samenwerkingsschool een uitzondering vormt op de hoofdstructuur van het duale bestel (openbaar onderwijs in openbare scholen, bijzonder onderwijs in bijzondere scholen), stelt de Raad van State.

Deetman deelt dit oordeel. Ook het volledig loslaten van het richtingenbegrip wijst hij af. „Artikel 23 voldoet nog altijd aan alle eisen. Ik zal dat tijdens de VGS-vergadering toelichten aan de hand van jurisprudentie.”

De CDA’er van CHU-huize, die maandag 72 wordt, was staatssecretaris (1981-1982) en minister (1982-1989) van Onderwijs en daarna voorzitter van de Tweede Kamer, burgemeester van Den Haag en lid van de Raad van State.

De oud-bewindsman stoort zich aan de discussies over de vrijheid van onderwijs. „Er is onvoldoende besef dat artikel 23 in de Grondwet is opgenomen om de gewetensvrijheid van ouders te beschermen. Daarnaast is er een zekere afkeer van bijzonder –en zeker confessioneel– onderwijs. Het is paternalistisch als er wordt gezegd dat een deel van de ouders die voor christelijk onderwijs kiezen, zelf nauwelijks meer christelijk is. Dat gaat de overheid niets aan.”

Advies Onderwijsraad

Op 23 januari ging Deetman op de Vrije Universiteit in Amsterdam met vijf andere oud-bewindslieden van Onderwijs in debat tijdens de Nationale bijeenkomst onderwijspacificatie 1917-2017. Dr. R. Toes, lid van de Onderwijsraad, stelde er dat het voorstel om bij de stichting van nieuwe scholen niet langer te kijken naar de levensbeschouwelijke richting, in lijn is met de opvattingen van deze raad.

„Dat was onjuist”, zegt Deetman, die zaterdag met Toes –voorzitter van het college van bestuur van het Wartburg College– en SGP-Kamerlid Bisschop in debat gaat. „Ik zal uitgebreid ingaan op het advies dat de Onderwijsraad op 1 mei 1985 op verzoek van de staatssecretarissen Ginjaar-Maas en Van Leijenhorst en mij uitbracht”, belooft de oud-minister.

Opperste verbazing

Dit advies hield de indeling van het onderwijsstelsel volgens het richtingenbegrip overeind, alsook het eigen karakter van het openbaar en het bijzonder onderwijs. De bewindslieden van Onderwijs namen dat advies over en wat Deetman betreft is het nog volop actueel. „Daarom vervullen de huidige discussies me met opperste verbazing. Met het loslaten van het richtingenbegrip en het al te gemakkelijk toestaan van samenwerkingsscholen, slaat politiek Den Haag een verkeerde richting in.”