Column: Je zou maar in zo’n koninklijk huis wonen

De DNA-salon in Paleis Huis ten Bosch. beeld ANP, Patrick van Katwijk

Ik keek mijn ogen uit. De gouden vazen schitterden me tegemoet. De mahoniekleurige bureaus glommen. De gordijnen hingen keurig in de plooi. De vloeren van elke kamer blonken. Er stond niets scheef. Het was prachtig daar. In dat gerenoveerde en vernieuwde koninklijke Huis ten Bosch. In het hele paleis zijn meer dan 1200 stopcontacten. Een met de hand geplukte paardenbloemzaadjeslamp maakt het geheel meer dan af. Heel uniek. Heel delicaat. Ik keek nog even rond daar. Grote kasten aan de wand. Zou er rommel achter liggen? Vast niet. En anders werd het wel opgeruimd door een dienstmeisje.

Ik keek thuis ook om me heen. Ik keek naar de lege glaasjes op tafel. Naar verdwaalde boeken op de grond. Ik zag de wasmand in de hoek staan. Je zou maar in zo’n prachtig koninklijk huis wonen. Alles zou maar altijd zo netjes zijn. Zo opgeruimd. Zo ruim. Zo deftig. Zo glimmend. Zo duur. Je zou ook maar personeel hebben dat elke keer alles voor je opruimt. Bedacht ik me.

Niet lang daarna gingen we op vakantie. Ons vakantiehuis was heerlijk ruim. Er hing zelfs kunst aan de muur. De bloemen fleurden en geurden in de royale tuin. Het was er prachtig en netjes. Je zou hier maar wonen. Bedacht ik me.

Maar toen we weer thuiskwamen. En binnenstapten in ons eigen huis. Ademde ik daar nog wat anders. Toen dacht ik aan het nieuwe huis voor onze koning en koningin. En ik dacht aan ons vakantiehuis. Het ademende schoonheid. En deftigheid. Maar toch.

Ik ben maar een gewone moeder. Met een gewoon huis. Ik moet gewoon zelf opruimen. Ook in de vakantie. En zelf schoonmaken. Och ja, we hebben ook wel stopcontacten, maar soms toch verlengsnoeren nodig. Aan het plafond hangt ook een lamp. Niet met paardenbloemzaadjes. Zo’n lamp zou hier allang leeggeblazen zijn. Maar onze lamp geeft wel gezelligheid als het schemert. Onze gordijnen hangen niet zo in de plooi. Want er zit regelmatig een kind achter verstopt. Het aanrecht is niet leeg. Meestal staan er nalatenschappen van met elkaar koffiedrinken. Onze vloer blinkt niet zoals de vloeren van het paleis. Er liggen wel erfenisjes van samen chips eten. Onze schilderijen zijn niet van Van Gogh en Rembrandt. Wel hangen er unieke, handgemaakte en persoonlijk gesigneerde tekeningen van onze kinderen aan de keukenkasten.

Ik woon dan maar heel gewoon. Maar wat Huis ten Bosch voor mij niet ademt. En ons vakantiehuis ook niet. Is het gevoel van thuis. Ik kijk nog een keer rond. En voel me ook zonder paleis de koning te rijk.