Bijzonder onderwijs kan niet helemaal tevreden zijn met regeerakkoord

Vrijheid van onderwijs
School met de Bijbel te Bleskensgraaf. beeld RD, Anton Dommerholt
3

Onderwijs is een speerpunt voor het nieuwe kabinet. In de komende jaren pompt de overheid miljarden in scholen en universiteiten. Dat is vooral een wens van D66. Maar ook CDA en ChristenUnie wisten hun stempel op het nieuwe regeerakkoord te drukken. Toch kan het bijzonder onderwijs niet helemaal tevreden zijn; op onderdelen vergroot de overheid haar grip op het lesprogramma.

Liep D66 in de jaren negentig nog warm voor alle staatkundige vernieuwingen, anno 2017 willen de democraten vooral te boek staan als de partij die investeert in onderwijs. En daarin zijn ze wél succesvol.

In het nieuwe regeerakkoord staan diverse punten die direct afkomstig zijn uit de koker van D66. Het kabinet gaat 170 miljoen uittrekken voor versterking van de voor- en vroegschoolse educatie. Daarmee kunnen achterstandsleerlingen zestien uur ondersteuning per week krijgen. D66 had nog iets verder willen gaan, namelijk dat alle kinderen tussen de twee en vier jaar deze ondersteuning zouden krijgen.

Studiebeurzen

D66 krijgt ook haar zin als het gaat om het al dan niet handhaven van het studievoorschot in plaats van de ‘gratis’ studiebeurs. De partij wil het voorschot handhaven omdat het nieuwe systeem elk jaar enkele honderden miljoenen oplevert. En dat wordt teruggepompt in het hoger onderwijs, met als doel kwaliteitsverbetering.

D66 kreeg tijdens de onderhandelingen hierin steun van de VVD. CDA en ChristenUnie wilden er juist vanaf, maar hier hebben de liberale partijen gewonnen. Als doekje voor het bloeden halveert de nieuwe coalitie in het eerste jaar het collegegeld. En voor de lerarenopleidingen in het basisonderwijs ook in het tweede jaar.

Er komt extra geld voor beloning en ondersteuning van met name onderwijsgevenden in het primair onderwijs, zo was al weken geleden uitgelekt. Voor de beloning en ondersteuning zijn de komende jaren miljarden beschikbaar. Dat extra geld komt er overigens niet alleen dankzij D66; ook de andere partijen, VVD, CDA en ChristenUnie, hadden dit hoog op hun wensenlijstje staan.

Rechtstreeks uit het verkiezingsprogramma van D66 weggelopen is ook de afspraak dat de medezeggenschapsraad in het primair en voortgezet onderwijs instemmingsrecht krijgt over de hoofdlijnen van de begroting. De partij had er al voor gezorgd dat dit instemmingsrecht in het hoger onderwijs van kracht is.

Vrijheid van onderwijs

CDA en ChristenUnie hebben op de voor hen belangrijke thema’s rond de vrijheid van onderwijs kunnen scoren. Zo komt er geen aanscherping van regels voor het toelatingsbeleid. Scholen mogen leerlingen blijven weigeren als ze niet passen bij de grondslag van de school. Ook de bestaande regeling voor het schoolvervoer blijft gehandhaafd.

Verder gaat het wetsvoorstel over richtingvrije planning op de schop. De huidige demissionaire staatssecretaris van Onderwijs, Dekker, was voornemens het richtingbegrip bij stichting en instandhouding van scholen helemaal los te laten. Op dit moment krijgen alleen die scholen bekostiging die behoren tot een erkende levensbeschouwelijke richting, zoals rooms-katholiek, protestants-christelijk, reformatorisch of islamitisch. Dekker wilde daarvan af. De overheid zou dan alleen nog maar toetsen of de school levensvatbaar is en of het onderwijsprogramma voldoende kwaliteit heeft. Deze regeling zou onder meer flinke gevolgen hebben voor de laatste school van een richting in een dorp of stad.

De nieuwe coalitie geeft een draai aan deze wet. De bestaande richtingen blijven intact. Daarmee zijn de laatste scholen van een richting gered. Ze mogen nu langer openblijven. Tegelijk wil het kabinet het stichten van nieuwe scholen mogelijk maken die niet tot een bestaande richting behoren. Daarmee vergroot de toekomstige regering de vrijheid van onderwijs.

Thuisonderwijs

Als het gaat om het thuisonderwijs hebben de christelijke partijen toe moeten geven. Zij wilden het liefst geen extra regels voor ouders die zelf hun kinderen lesgeven. Toch komen er in de nieuwe kabinetsperiode wettelijke regels waaraan het thuisonderwijs dient te voldoen. Dan gaat het concreet over eisen voor kwaliteit, bekwaamheid, burgerschap en veiligheid. Verder krijgen thuisonderwijzers te maken met de onderwijsinspectie. Een gespecialiseerd onderdeel van de inspectie gaat op het thuisonderwijs toezien.

Ook bij een aantal andere gevoelige thema’s wil de overheid een steviger vinger in de pap. Het Wilhelmus en het Rijksmuseum zijn straks verplichte kost. Verder is de afspraak gemaakt dat de kerndoelen voor seksuele diversiteit aangescherpt gaan worden. Dat kán consequenties hebben voor de vrijheid van scholen om hun eigen visie op thema’s als homoseksualiteit naar voren te brengen. Ook de doelen voor burgerschap krijgen een minder vrijblijvende formulering.

Er blijft dus de komende jaren voldoende werk aan de winkel voor de belangenorganisaties in het christelijk onderwijs.

Wat is nieuw?

- De kleutertoets en de diagnostische tussentijdse toets in het voortgezet onderwijs komen er definitief niet.

- De bestaande aparte rekentoets in het voortgezet onderwijs verdwijnt en wordt onderdeel van het examen.

- De burgerschapsopdracht van het onderwijs wordt aangescherpt, zodat de Onderwijsinspectie beter kan toetsen. Scholen voeren die opdracht niet altijd uit zoals is bedoeld, denkt de coalitie. „Een school moet in al zijn uitingen handelen in lijn met de democratische rechtsstaat.”

- Scholen krijgen minder regels opgelegd.

- De kleinescholentoeslag blijft; het nieuwe kabinet stelt hiervoor zelfs 20 miljoen euro per jaar extra beschikbaar.

- De fusietoets in het basisonderwijs wordt geschrapt. In het voortgezet onderwijs wordt de fusietoets bij krimp geschrapt.

- Vervanging bij ziekte wordt beter mogelijk. Onderwijs krijgt een uitzonderingspositie in de Wet werk en zekerheid.

Wat herziet dit kabinet?

- Scholen krijgen de opdracht om op regionaal niveau een zo dekkend mogelijk aanbod van verschillende typen brugklassen aan te bieden.

- Er komt een experiment met zogenoemde 10-14-scholen, een samenwerking tussen basisscholen en scholen voor voortgezet onderwijs. De scholen moeten zorgen voor een geleidelijke overgang tussen het basis- en het voortgezet onderwijs.

- De overheid gaat de mogelijkheid van een maatschappelijke diensttijd van maximaal zes maanden invoeren. Jongeren mogen daar vrijwillig aan deelnemen en krijgen een geringe vergoeding. Het vervullen ervan geldt als een pre bij een sollicitatie bij de overheid.

- De medezeggenschapsraad in het primair en voortgezet onderwijs krijgt instemmingsrecht over de hoofdlijnen van de begroting.

- Het kabinet wil de eindtoets in het primair onderwijs vervroegen of het eindadvies later uitbrengen. Uitgangspunt blijft dat de leraar zijn autonomie behoudt, maar op basis van meer informatie beter tot een oordeel kan komen.

Wat gaat onverminderd door?

- De aanscherping van kerndoelen voor techniek, burgerschap en seksuele diversiteit.

- De herziening van het curriculum in het basis- en voortgezet onderwijs volgens de plannen van Onderwijs 2032. De nieuwe onderwijsdoelen komen in 2019 in een wet.

- De emancipatie van homo’s en lesbiennes in het onderwijs krijgt een impuls, onder meer in de opleiding voor mbo-docenten.

Moens (VGS)

„Voor het onderwijs is een evenwichtig pakket aan maatregelen voorgesteld door de nieuwe regering. We zijn blij dat de vrijheid van onderwijs in voldoende mate is geborgd door handhaving van toelatingsbeleid, leerlingenvervoer en kleinescholentoeslag. Dat maakt dat er reformatorisch onderwijs in dorpen mogelijk blijft.

We hebben begrip voor het feit dat richtingvrij plannen en de curriculumherziening voortgang hebben. Wel maken we ons zorgen over het feit dat de kerndoelen seksuele diversiteit lijken te worden aangescherpt en dat de onderwijsinspectie meer bevoegdheden krijgt voor het toezien op burgerschap en op het thuisonderwijs.”

Ypma (Verus)

„Wij waarderen de keuze van het nieuwe kabinet om de nadruk te leggen op vertrouwen. Dit is een steun in de rug van het onderwijs. Verus juicht het toe dat er geen kleutertoetsen, rekentoetsen en diagnostische tussentijdse toetsen meer komen. Kritisch zijn we over het naar voren halen van de eindtoets in het basisonderwijs. We moeten niet terug naar de situatie waarin de toets allesbepalend is en dit gevaar ligt op de loer.

Er blijkt geen vertrouwen in scholen door strenger te gaan toetsen op deugdelijkheidseisen en bemoeienis met de inhoud en aard van het rekenonderwijs, met het curriculum en burgerschapsdoelen en kerndoelen voor seksuele diversiteit. Het Wilhelmus en het Rijksmuseum zijn mooi, maar het onderwijs zit niet te wachten op verplichtingen uit Den Haag.”