Hoe word je goed vies?

beeld iStock

We zijn te schoon en daardoor krijgen we vaker allergieën en auto-immuunziekten. Viespeuken hoeven we niet te worden: jezelf wassen en je huis schoonmaken kan geen kwaad, maar snuif ook geregeld boerderij- en boslucht op.

Het aantal mensen met een allergie of een auto-immuunziekte in de westerse wereld is de laatste vijftig jaar sterk gestegen. Het gaat dan bijvoorbeeld over hooikoorts, eczeem, de ziekte van Crohn en diabetes type 1. In landen waar nog kleinschalige landbouw wordt bedreven, komen deze ziektes minder voor. De oorzaak? Volgens veel wetenschappers leven we te schoon.

We komen te weinig in aanraking met micro-organismen, ook wel microben genoemd. Dit zijn levende wezens die te klein zijn om met het blote oog te zien, zoals bacteriën en schimmels. Doordat we er te weinig mee in contact komen, raakt ons afweersysteem verkeerd afgesteld en kan het op hol slaan. Het gaat reageren op onschuldige stoffen of keert zich zelfs tegen de eigen cellen.

Dit lijkt het ideale excuus om wat minder schoon te maken in huis en eens een douchebeurt over te slaan als je druk bent. Maar het gezond verstand zegt dat té vies ook weer niet goed is. In een stoffige omgeving kun je hoesterig worden, van poepbacteriën kun je een maag-darminfectie krijgen en je wilt niet stinken. Hoe schoon moeten we zijn?

Bacteriën zitten overal

Dé persoon om die vraag aan te stellen, is Remco Kort, hoogleraar microbiologie aan de Vrije Universiteit. Vorig jaar kwam zijn boek ”De microbemens” uit, waarin hij het grote publiek uitlegt dat micro-organismen onmisbaar zijn in ons leven. Dit wordt door de wetenschap al lang onderkend, maar bij veel mensen bestaat volgens hem nog het idee dat microben zoals bacteriën vies zijn en dat we ons huis en lichaam er zo veel mogelijk vrij van moeten krijgen. Dat is onmogelijk, zegt hij. „De hoeveelheid bacteriën kun je nauwelijks terugbrengen. Ze zitten overal. Je kunt er daarom maar beter voor zorgen dat je plekken bezet houdt met goede bacteriën.”

We zijn volgens hem niet zozeer te schoon; we leven vooral in een onnatuurlijke omgeving. Onderzoek onder amish, een mennonitische geloofsgemeenschap die in Noord-Amerika landbouw bedrijft zoals dat in de eerste helft van de negentiende eeuw gebruikelijk was, heeft aangetoond dat onder hen beduidend minder allergie voorkomt. „Zij komen nog veelvuldig in contact met de buitenlucht en met landbouwhuisdieren”, zegt Kort.

Hygiëne gaat volgens hem dus niet alleen over het terugdringen van potentiële infectiehaarden, maar ook over het toevoegen van goede bacteriën. We dragen allerlei bacteriën bij ons die van belang zijn voor ons immuunsysteem. Bacteriën in onze darmen helpen ons bijvoorbeeld bij de spijsvertering. We hebben volgens hem ook „oude vrienden”, zoals de maagbacterie Helicobacter pylori, die al duizenden jaren van generatie op generatie wordt doorgegeven. Meer dan de helft van de wereldbevolking heeft deze bacterie in zijn of haar maag. Ze is waarschijnlijk betrokken bij de regulatie van ons maagzuur en onze voedselinname door signalen af te geven die onze eetlust remmen, stelt Kort.

Verhoogd risico

Kinderen lopen deze bacterie meestal ergens tussen hun vijfde en tiende levensjaar op. In ontwikkelde landen hebben steeds minder mensen haar (minder dan 20 procent), en dit geeft volgens Kort mogelijk een verhoogd risico op brandend maagzuur en overgewicht.

Er zijn wetenschappers die de Helicobacter pylori juist als een vijand zien, beschrijft Kort in zijn boek. De bacterie kan namelijk maagzweren veroorzaken. Het onderzoek waarmee dit is bewezen, heeft een Nobelprijs opgeleverd. Sindsdien wordt de bacterie in het geval van klachten volledig uit de maag verwijderd met antibiotica. Kort vindt dit te rigoureus, omdat de bacterie dus ook nuttig is door de eetlust te remmen. Hij hoopt dat er een behandeling wordt ontwikkeld die de bacterie niet uitroeit, maar die de bacteriële huishouding in de maag weer in balans brengt.

Moderne leefstijl

Door onze moderne leefstijl wordt de overdracht van meer bacteriën die we al duizenden jaren bij ons dragen belemmerd. We komen minder in contact met de buitenlucht en met dieren, we hebben kleinere gezinnen en gebruiken veelvuldig antibiotica. Ook worden minder kinderen via een vaginale bevalling geboren, waarbij het kind veel bacteriën van de moeder overneemt. „In Brazilië wordt 80 procent van de kinderen met een keizersnede geboren”, zegt Kort. En dat is niet best: kinderen die via een keizersnede worden geboren, missen darmbacteriën, waardoor zij mogelijk een verhoogd risico hebben op darmontstekingen, allergieën en astma. Borstvoeding is ook zo’n bacterieoverdrachtmoment dat kinderen niet zouden moeten missen.

In ons eten zitten ook minder bacteriën dan vroeger. Zo eten we nauwelijks nog gefermenteerd eten. Fermentatie is een proces waarbij bacteriën, schimmels en gisten gebruikt worden om een voedingsmiddel te maken. Voorbeelden van zulke producten zijn yoghurt, bier en zuurkool.

In zijn boek beschrijft Kort hoe we onze „oude vrienden” weer bij ons kunnen krijgen en houden. „Allereerst een restrictief antibioticabeleid, zeker in de eerste fase van het leven. Geen antibacteriële zeep gebruiken, zo veel mogelijk (contact met) huisdieren, indien mogelijk buiten leven, op een boerderij, een rijk dieet met veel gefermenteerde voeding, slapen met het raam open en van tijd tot tijd een modderbad.’

Als je naar de boerderij gaat, moet je dan daarna je handen wassen? „Het laatste wat ik zou willen beweren is dat handen wassen slecht voor je is”, zegt Kort. „Bacteriën uit ontlasting kun je maar beter wegwassen. Je hoeft ze ook niet via je handen te verwerven: ze zitten al in de lucht om je heen. Door naar de boerderij te gaan, kom je er al mee in contact.”

Uit Amerikaans onderzoek blijkt dat je ook goede bacteriën kunt opdoen door te moestuinieren, in de natuur te zijn en ander buitenvermaak. Want in de vrije natuur adem je een bodembacterie in (Mycobacterium vaccae particolare) die ervoor zorgt dat er in onze hersenen serotonine vrijkomt. Serotonine maakt je blij en ontspannen en verhoogt je weerstand en leervermogen.

Ontvetten

Het is voor Kort moeilijk om praktische tips te geven hoe je jezelf en je huis moet schoonmaken. Er wordt weinig onderzoek naar gedaan, omdat dit moeilijk is: er zijn grote verschillen tussen individuen en hun gewoonten. „Je kunt je huid in elk geval beter niet te erg ontvetten, want daardoor neemt de kans op een bacteriële huidinfectie juist toe”, zegt hij. „En antibacteriële zeep is nergens voor nodig.”

De Gezondheidsraad raadt het gebruik van antibacteriële zeep ook af. Het werkt niet beter dan gewone zeep. Tegelijk heeft het wel schadelijke effecten. Zo kun je er een geïrriteerde en droge huid van krijgen, doordat het ook de bacteriën doodt die onze huid nodig heeft. De bacteriedodende stoffen in de zeep zijn bovendien schadelijk voor het milieu, doordat ze via het afvalwater in de natuur terechtkomen, slecht afbreken en daar dus gewoon doorgaan met bacteriën doden.

Je huid kun je beter niet te erg ontvetten, beaamt Marjolein Leenarts, medisch specialist in huidziekten. Ze werkt bij het Rode Kruis Ziekenhuis/Brandwondencentrum Beverwijk en geeft als dermatoloog advies bij huidproblemen, zoals een droge huid. Ze krijgt geregeld mensen op het spreekuur die eczeem hebben gekregen doordat ze hun huid te veel hebben blootgesteld aan warm water en zeep. „De huid wordt droog van douchen, want als water op de huid verdampt, neemt het water uit de huid mee. Dit zorgt voor dat trekkerige gevoel aan je huid na het douchen. Als je je ook nog eens helemaal inzeept, verdwijnen je huidvetten in het doucheputje.”

Drogere huid

Heb je last van een droge huid, bijvoorbeeld van onderbenen die jeuken, douche dan minder, korter en kouder, adviseert ze. „Als mensen ouder worden, krijgen ze een drogere huid. Dan is het helemaal van belang om niet te vaak te douchen.” Daarnaast helpt het om meteen na het douchen olie of vette crème op de huid aan te brengen. Zo wordt er minder water aan de huid onttrokken.

Je lijf helemaal inzepen is meestal niet nodig, zegt ze. „In reclame voor zeep zie je mensen vaak helemaal onder het schuim onder de douche staan. Met zeep verwijder je viezigheid beter dan met water alleen. Maar je wordt niet zo vies als je de hele dag op kantoor zit. Meestal zijn je armen en benen helemaal niet vies en kun je zeep bewaren voor oksels, billen, schaamstreek –alleen de buitenkant– en voeten.” Ze vindt het moeilijk om te zeggen hoe vaak je het beste kunt douchen, badderen en wassen. Het is afhankelijk van je werk: ben je vuilnisman of zit je op kantoor? Mensen douchen en baden bovendien niet alleen om schoon te worden, maar ook omdat ze het lekker vinden. Elke dag douchen of in bad en jezelf helemaal inzepen, is voor de meeste mensen in elk geval niet nodig: wassen aan de wastafel volstaat.

Hoe vaak je schoonmaakt is persoonlijk

Hoe vaak je moet schoonmaken is persoonlijk, vindt het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM). Sommige mensen willen iedere dag stofzuigen, anderen vinden wekelijks voldoende. Het RIVM geeft op zijn website wel een paar schoonmaaktips. Zo kun je plekken die sneller vies worden, zoals de wc en de vloer, het beste vaker schoonmaken dan de rest van het huis. Dingen die veel mensen aanraken, worden ook snel vies, zoals deurklinken, lichtknoppen, trapleuningen en kranen. Een andere tip van het RIVM is om vaker schoon te maken als er iemand in huis een besmettelijke ziekte heeft, zoals griep of buikgriep. Daarmee voorkom je mogelijk dat andere mensen in huis ziek worden. Geregeld handen wassen –bijvoorbeeld voor het klaarmaken van eten, voor het eten en na toiletbezoek– helpt ook om te voorkomen dat ziekteverwekkers zoals bacteriën en virussen worden verspreid.

Hygiëne in het ziekenhuis

In het ideale ziekenhuis van microbioloog Remco Kort, auteur van het boek ”De microbemens”, „barst het van de bacteriën”, zo beschrijft hij in zijn boek. De ramen staan open om bacteriën naar binnen te halen. In kleine vaatjes aan de muur van de gangen worden bosbacteriën gekweekt. Grondbacteriën worden via de schoonmaakmiddelen over de vloeren verspreid. En patiënten krijgen gefermenteerd eten zoals zuurkool en yoghurt voorgeschoteld, omdat dit bacterierijk is. Doordat het ziekenhuis dan grotendeels is ‘ingenomen’ door goede bacteriën, krijgen slechte bacteriën weinig kans.

Andreas Voss, hoofd infectiepreventie in het Canisius Wilhelmina Ziekenhuis in Nijmegen en hoogleraar infectiepreventie aan de Radboud Universiteit, heeft geen trek in zulke experimenten. Ziekenhuispatiënten kunnen volgens hem al ziek worden van een douchebacterie of hun eigen huidbacteriën. „Er bestaan voor hen geen goede micro-organismen”, stelt hij. „Te vroeg geboren kinderen hebben vaak last van infectie in de darmen. Dat is een groot probleem. Er is weleens geprobeerd daar wat aan te doen met goede bacteriën, maar dat onderzoek moest worden stopgezet, omdat er kinderen aan de behandeling overleden.” Hij wijst erop dat het ziekenhuis bovendien een tijdelijke omgeving is. „In het Canisius Wilhelmina Ziekenhuis liggen mensen gemiddeld maar 3,6 dagen. Goede bacteriën hebben alleen invloed als ze langer in het dieet zijn opgenomen.”

Het ziekenhuis is geen steriele omgeving, vertelt hij. „Er zijn overal bacteriën, net als bij mensen thuis. Alleen de operatiekamer en de isolatiekamers waar mensen met leukemie verblijven, zijn steriel. We gebruiken ook geen antibacteriële zeep.

Het ziekenhuis wordt schoongemaakt met gewone schoonmaakmiddelen. Het personeel maakt de handen schoon met handalcohol, want we gaan van patiënt naar patiënt. We helpen bijvoorbeeld mensen met open wonden en verminderde afweer. Dan wil je dat de handen goed worden schoongemaakt voordat de arts jou aanraakt en/of naar de volgende patiënt gaat. Dat we met ziekenhuisbacteriën zoals MRSA te maken hebben, komt door de tijdelijke leefomgeving van zieke en verzwakte mensen. Wat we in het ziekenhuis met hen doen, maakt hen ook vatbaar om ziek te worden door bacteriën. Mensen krijgen medicijnen waardoor hun afweersysteem minder goed werkt en er worden katheters ingebracht. We creëren zo overal poorten voor de bacteriën om het lichaam binnen te komen.”