Groepsimmuniteit kan tienduizenden levens eisen

Medisch
beeld ANP, Remko de Waal

Premier Mark Rutte benadrukte woensdag: groepsimmuniteit is niet het doel van het kabinetsbeleid rond het coronavirus. Hooguit het gevolg ervan. Tienduizenden Nederlanders zouden immers komen te overlijden voordat groepsimmuniteit is bereikt.

Nederland bereikt groepsimmuniteit als 60 procent van de bevolking met het coronavirus in aanraking is gekomen, stelde RIVM-directeur Jaap van Dissel onlangs. Oftewel zo’n 10 miljoen Nederlanders.

Een prangende vraag is hoeveel mensen zouden overlijden voordat het zover is. Het eerste wat je dan moet weten, is het sterftecijfer. Wereldwijd overlijdt 4 procent: het aantal doden gedeeld door het aantal geregistreerde besmettingen. Maar veel meer mensen hebben het virus dan er geregistreerd zijn, zodat het sterftepercentage in werkelijkheid lager is. Ook wordt dit getal sterk beïnvloed door de ruim 3000 patiënten die in de Chinese provincie Hubei overleden.

In Italië, een land met veel ouderen, is het sterftepercentage 7,7. Het land werd echter overrompeld door het virus, waardoor niet iedereen de benodigde zorg kon krijgen.

In Nederland is het sterftecijfer nu 1,7 procent. Maar dat is gebaseerd op een nu nog relatief laag aantal geregistreerde besmettingen, en kan daarom over enkele weken heel anders zijn. Bovendien is er onder de dodelijke slachtoffers een aanzienlijke groep ouderen die het zware behandeltraject –zo’n vier weken aan de beademing, gevolgd door een revalidatieperiode van mogelijk wel een half jaar– niet zag zitten en er daarom voor koos zich niet te laten behandelen.

Een betere inschatting voor het sterftecijfer in het westen bieden gegevens uit Zuid-Korea. Daar kwamen onderzoekers uit op 0,7 procent. Van de 190.000 geteste mensen waren er 7478 besmet en overleden er 51. De Wereldgezondheidsorganisatie gaat daarom uit van een sterftecijfer van 0,3 tot 1,0 procent. Dat lijkt niet zoveel erger dan het sterftecijfer van griep –0,1 tot 0,2 procent– maar dat is bedrieglijk omdat het aantal infecties hier vele malen hoger is.

Geprojecteerd op 10 miljoen besmette Nederlanders zouden 30.000 tot 100.000 mensen komen te overlijden. Viroloog Marion Koopmans schat 40.000 tot 80.000 doden: schokkende cijfers.

Ter vergelijking: jaarlijks overlijden er gemiddeld –weliswaar met sterke fluctuaties van jaar tot jaar– zo’n 4000 mensen aan het influenzavirus.

Nieuwe behandelmogelijkheden

Diverse factoren kunnen de cijfers echter in positieve zin beïnvloeden. De meeste dodelijke slachtoffers vallen in de kwetsbare groepen: ouderen en mensen met onderliggende aandoeningen zoals diabetes en hart- en vaatziekten. Als deze risicogroepen extra goed worden beschermd tegen het virus door bijvoorbeeld sociale isolatie, valt het sterftecijfer lager uit.

Ook houdt deze voorspelling van het aantal doden geen rekening met de ontwikkeling van nieuwe behandelmethoden en een vaccin. Daar wordt wereldwijd hard aan gewerkt.

Het sterftecijfer kan juist ook veel hoger uitvallen: als er een patiëntenpiek ontstaat waardoor intensive cares overbelast raken en er onvoldoende beademingsapparatuur is. Dit is het schrikbeeld van artsen, politici en gewone burgers. Zo’n 6 procent van de coronapatiënten heeft extra beademing nodig. Als die niet beschikbaar is, zouden van de 10 miljoen besmette Nederlanders er in theorie 600.000 kunnen overlijden. Met de huidige, toch wel strenge maatregelen, is zo’n worst-case scenario echter vrij onwaarschijnlijk.

Beste strategie

Het duurt nog jaren voordat groepsimmuniteit is gerealiseerd, verwacht prof. Hans Heesterbeek, hoogleraar theoretische epidemiologie aan de Universiteit Utrecht. Zelfs in Wuhan is de bevolking volgens hem nog niet immuun voor het virus, omdat maar een relatief klein deel van de miljoenenstad getroffen is.

Intussen blijft het virus rondwaren. Daar komen we ook niet vanaf, stelt Heesterbeek. Daarom vindt hij het huidige kabinetsbeleid –het land gaat niet hermetisch op slot– op dit moment „verreweg” de beste strategie.

Het zorgt ervoor dat hopelijk de druk op de zorg en op de kwetsbare groepen beheersbaar blijft, en dat als bijproduct een steeds groter deel van de bevolking met het virus in aanraking komt en afweer opbouwt.

Artsen en verpleegkundigen doen intussen ervaring op en kunnen zich voorbereiden op een nieuwe patiëntengolf.