Spreekwoorden uit het verleden

Senioren
12

Waar komt het woord raddraaier vandaan? Is het fijn om een goede gevel te hebben? En wat doe je als je iemand door de mangel haalt? Dat ontdekken Bram (14), zijn zusjes Geke (13) en Jada (11) en nichtje Fleur (12) in het Nederlands Openluchtmuseum in Arnhem. Zij stappen samen met opa en oma Keurhorst terug in de tijd. Daar komen verrassend veel spreekwoorden langs.

Weverij

Wie weeft, spant eerst draden in de lengte. Die opzet heet de schering; het draad dat er daarna doorheen moet, de inslag. Een wever moet dat draad zo vaak door de schering halen, dat het een spreekwoord werd. Als iets schering en inslag is, gebeurt het heel vaak.

Graanschuur

Opa trekt een steel uit een berg koren, rolt de halm tussen zijn handen en blaast. De vliesjes vliegen weg. Zo scheidt hij het kaf van het koren; hij doet het onnodige weg, zodat het waardevolle overblijft.

Jute zak

Oma maakt een zak van jute. Ingewikkeld, want de naald en draad zijn erg groot. Gelukkig weet oma voor elk probleem een oplossing; ze heeft voor elke naald een draad. Jada houdt het lapje vast.

Smederij

Het is donker in de smederij. „Dat moet”, vertelt de smit. „Anders zie je het ijzer niet gloeien en weet je dus niet tot wanneer het heet genoeg is en je ermee kunt werken.” Je moet het ijzer namelijk smeden als het heet is; op het juiste moment actie ondernemen.

Zaanse Schans

Pauze. Bij de huizen met Zaanse gevels is een picknickbankje vrij. „Nu pronken mensen met hun auto, vroeger met hun gevels. Hoe mooier versierd, hoe rijker de bewoners”, weet opa te vertellen. Tegenwoordig valt er weinig eer te behalen met een goede gevel. ”Een goede gevel versiert het huis” zeg je spottend tegen mensen met een grote neus.

Washok

Geen ouderwets wasbord, maar een ‘moderne’ wasmachine pronkt er in de Friese boerderij. Oma kent ’m nog wel. Bovenop zit de mangel. Daar moest de natte was doorheen, om er zoveel mogelijk vocht uit te halen. Wie nu iemand door de mangel haalt, stelt diegene veel kritische vragen om informatie ‘uit hem te halen’.

Keuken

De grote Friese boerderij heeft een piepklein keukentje. Er ligt een blokje oude zeep. Oma gaat ermee aan de slag. Geke helpt mee. Het spreekwoord zegt namelijk: als de ene hand de andere wast, worden ze beide schoon; samen krijg je meer voor elkaar dan in je eentje.

Keukentafel

De keukentafel is een scherm. Daarop zie je bewegende handen en rammelende kopjes koffie. Er klinken ook stemmen van de virtuele mensen die aan tafel zitten. Vader brengt iets ter tafel; hij wil iets bespreken. Hij wil naar Canada emigreren.

Melkman

Opa heeft vroeger ‘in de melk’ gewerkt. Nu heeft hij in die sector weinig meer in de melk te brokkelen; hij heeft weinig invloed. Wie vroeger weinig geld had, kon niet zoveel muesli en fruit in zijn melk doen om er een lekkere pap van te maken. Arme mensen hadden vroeger weinig te zeggen, ze mochten met verkiezingen bijvoorbeeld niet stemmen.

Werkplaats

In de werkplaats van de timmerman staat een enorme machine. Er zit een groot rad aan. Geke is de raddraaier; ze brengt alles in beweging. Via allerlei tandwielen gaat er een blok hout draaien. Zo kan de timmerman hem rond maken. Een spreekwoordelijke raddraaier is een oproerkraaier; zet een groep mensen in beweging.