In doodsgevaar om een kind te helpen

Einde Eerste Wereldoorlog
Daan Verfaille met enkele explosieven die nog moeten worden bewerkt. beeld Johan Leeflang
2

„Elke keer als ik een explosief opruim, help ik een kind of een landbouwer.” Al 28 jaar kijkt Daan Verfaille dagelijks de dood in de ogen. Elke aanraking met een granaat kan voor hem de laatste zijn.

Tijdens de rondleiding op de kazerne in Poelkapelle, enkele kilometers boven Ieper, blijft Verfaille constant rustig. Toch heeft hij bepaald geen ongevaarlijke werkplek. Tussen de aarden wallen liggen in barakken rijen met granaten die nooit zijn afgegaan. Granaten die er geen idee van hebben dat hun werk er al honderd jaar op zit en die nog steeds bereid zijn om een eeuw na dato het aantal slachtoffers van de Eerste Wereldoorlog te vergroten.

Als jongen van 15 jaar wist Verfaille al dat hij bij het Belgische leger wilde gaan werken. De inwoner van Ieper, in het hartje van het gebied waar de Eerste Wereldoorlog woedde, had wel één voorwaarde: nooit bij de DOVO, de ontmijningsdienst. Dat was te gevaarlijk.

Gezinsomstandigheden

Zijn droom kwam uit: Verfaille kon inderdaad aan de slag bij het leger. Hij werd gestationeerd in Duitsland. „Ik was telkens drie weken in het buitenland en één week thuis.” Op zich leverde dat geen problemen op. Totdat omstandigheden in het gezin het noodzakelijk maakten om meer thuis te zijn. „Het leger wilde eraan meewerken dat ik dicht bij huis kon blijven.” Er waren twee banen beschikbaar: in een magazijn van het leger of toch bij de DOVO. Aan het eerste had de Iepernaar geen behoefte. Dus koos hij voor de DOVO.

Het gebied waar hij werkt, was van 1914 tot 1918 een van de meest verstarde frontdelen van de oorlog. De strijdende partijen kwamen nauwelijks van hun plaats. De terreinwisselingen beperkten zich tot enkele honderden meters, soms een paar kilometer. Duitsers en geallieerden bestookten elkaar dagelijks met granaten en kogels. Een gebied van 10 kilometer breed en 60 kilometer lang, van Nieuwpoort via Ieper tot aan de Franse grens, raakte tot zeker een meter of 10 diepte verzadigd van oorlogstuig dat nog lang niet allemaal is opgeruimd.

Lekkend gifgas

Het werk levert grote risico’s op. Elke granaat die in het veld of bij mensen thuis wordt gevonden, kan op scherp staan. Elke verkeerde beweging kan leiden tot een explosie. En elke aanraking met lekkend gifgas kan verwondingen opleveren. Diverse onderdelen van het werk zijn levensgevaarlijk. Zo maakte Verfaille jarenlang granaten schoon. De persoon die op de kazerne de explosieven als eerste behandelt, verwijdert versteende grond van de metalen obussen. Terwijl de granaat nog op scherp kan staan, wordt met een hamer en een beitel overbodige troep weggehaald. Elke klap kan daarbij de laatste zijn, ook al is het in Poelkapelle nog nooit misgegaan. Pas na het schoonmaken kunnen de granaten tot ontploffing worden gebracht of worden ontdaan van gifgas. Zonder het schoonmaken, kan het ontmantelen van een explosief mislukken, met als gevolg dat de kans op ongelukken groot is.

Vliegtuigbom

Voor zijn werk moest Verfaille meermaals op missie naar het buitenland. Zo moest hij in Laos een vliegtuigbom van ongeveer 250 kilo demonteren. „Dat was bijna niet te doen. Het ontstekingsmechanisme was niet los te krijgen. Die bom lag bij een dorp. Als hij zou ontploffen, zouden de inwoners hun laatste bezittingen kwijt zijn. Ik kreeg het niet in mijn eentje voor elkaar om de bom onschadelijk te maken. Uiteindelijk meldde iemand zich die me wilde helpen. Samen hebben we de bom tegen alle regels in met een wielmoersleutel bewerkt. Hij is in een regenwoud tot ontploffing gebracht.”

Gruwelijk was ook zijn taak in het voormalig Joegoslavië. „In een massagraf lagen vrouwen en kinderen met hun handen op de rug gebonden. Daartussen lagen boobytraps. Die moesten we onschadelijk maken, voordat de lichamen konden worden geborgen.”

Karma

Hoe staat Verfaille met al deze ervaringen in het leven? „Ik ben mijn geloof in de mensheid wel kwijt.” En als hij nu plotseling overlijdt door een explosie? Verfaille aarzelt. „Ik geloof wel in een soort karma, denk ik. Slechte mensen zullen op een slechte manier terugkeren. Dat is nog een vorm van gerechtigheid. Ik geloof meer in een vorm van boeddhisme dan in een wezenlijke god.”

Gezinnen van DOVO-medewerkers hebben dagelijks de kans dat hun geliefde niet terugkeert. Hoe kijken die tegen het werk aan? Volgens Verfaille vragen gezinsleden van mensen die op de kazerne in Poelkapelle werken niet vaak naar de specifieke bezigheden. En dat is volgens hem ook maar goed, vanwege de spanning die dit anders oplevert.

Van onrust of spanning lijkt op de kazerne geen sprake. Hoe is dat mogelijk? „Iedereen die hier werkt heeft een gezonde en realistische angst die je adrenaline geeft en je alert maakt. Voor mij en mijn collega’s geldt: hoe gevaarlijker het werk is, hoe rustiger we worden.”