Gewaagd plan liep stuk op sterke Duitsers

75 jaar vrijheid
Britse parachutisten in de puinhopen van Oosterbeek. beeld Wikimedia
3

Was het een onbezonnen actie van een ijdele veldmaarschalk? Of een ideale kans die helaas mislukte? Operatie Market Garden, dinsdag 75 jaar geleden begonnen, is bekritiseerd en bejubeld.

De geallieerden verkeren eind augustus en begin september 1944 in een uitgelaten stemming. Op 25 augustus wordt Parijs bevrijd. Na Rome, op 4 juni 1944, is het de tweede hoofdstad die de westerse geallieerden in handen krijgen. In volle vaart gaat het richting België. Op 3 september valt Brussel en een dag daarna Antwerpen. De havens van die stad kunnen echter nog niet worden gebruikt. De Schelde is in handen van de Duitsers en wordt zwaar bewaakt.

Engelsen en Amerikanen rukken op naar de Nederlandse grens. Verkenningseenheden gaan er heel even overheen en bereiken de omgeving van Breda, om zich vervolgens terug te trekken. De geruchtenstroom, gevoed door Radio Oranje, doet vermoeden dat Nederland snel vrij is. Op 5 september staan mensen in heel Nederland langs de kant van de weg om de geallieerden te begroeten. Duitsers en landverraders slaan op de vlucht. Deze datum gaat de geschiedenis in als Dolle Dinsdag.

Voor de leiders van de westelijke geallieerden is de belangrijkste vraag hoe ze zo snel mogelijk de Duitsers de genadeklap kunnen geven. Moet eerst Zeeland worden bevrijd om de aanvoer van troepen via de haven van Antwerpen mogelijk te maken? Of is een doorstoot over de grote rivieren mogelijk, om zo de industrie in het Duitse Ruhrgebied lam te leggen?

De uiteindelijke beslissing moet worden genomen door de Amerikaan Dwight D. Eisenhower, opperbevelhebber van de legers in West-Europa. De plannen worden echter gemaakt door zijn directe ondergeschikte, de Brit Sir Bernard Law Montgomery. Monty, zoals hij ook wel wordt genoemd, is kort daarvoor bevorderd van generaal naar veldmaarschalk en is bevelhebber van de 21e legergroep. „Montgomery stond bekend als heel voorzichtig”, zegt Erwin van Loo, historicus bij het Nederlands Instituut voor Militaire Historie (NIMH) in Den Haag. „Bij de gevechten in Noord-Afrika en Italië heeft hij veel goede dingen gedaan. En hij werd door zijn troepen op handen gedragen.” Monty is echter wel ijdel en eergevoelig. Hij verschijnt maar al te graag in de media, zo geeft de historicus aan.

In de overwinningsroes zet de veldmaarschalk een gewaagd plan in elkaar. Het wordt op 10 september goedgekeurd door Eisenhower en moet na het samentrekken van troepen bij de Belgische plaats Lommel vanaf 17 september worden uitgevoerd. Van Loo: „Montgomery wilde graag in december Berlijn bereiken.” Erwin Rossmeisl, net als Van Loo historicus bij het NIMH, beaamt dat. „De geallieerden waren bezorgd over de snelle opmars van de Russen. Het was een wedloop wie als eerste bij de Duitse hoofdstad zou zijn.”

Smal front

Montgomery wil de krachten van de Britse en Amerikaanse legers bundelen en via een smal front naar het noorden doorstoten. Parachutisten moeten bruggen bezetten bij onder andere Son, Grave, Nijmegen en Arnhem. Vanaf de grens bij Neerpelt moeten oprukkende grondtroepen hen daarna ontzetten. Als alles volgens plan verloopt, kunnen de grondeenheden binnen drie dagen bij Arnhem zijn. Van Loo: „Het doel was om door te stoten tot de boorden van het IJsselmeer en zo de Duitse strijdkrachten in Nederland doormidden te snijden. Ten noorden van Arnhem zouden ze dan bovendien af kunnen buigen naar het Ruhrgebied. De geallieerden vergaten gemakshalve dat ze niet alleen de Rijn over moesten, maar daarna ook nog de IJssel.”

Een van de belangrijkste redenen voor het plan is dat de Siegfriedlinie, ook wel de Westwall genoemd, op deze manier wordt omzeild. De Duitse verdedigingslinie aan de Nederlandse, Belgische, Luxemburgse en Franse grens is niet te onderschatten. Ten noorden van de Nederlandse provincie Limburg is de grens echter minder goed bewaakt.

Een nadeel van het plan van Montgomery is de lange aanvoerlijn van mensen en materieel. Het is van Lommel tot Arnhem zo’n 120 kilometer dwars door bezet gebied. Van de kunstmatige haven bij Arromanches in Normandië tot aan Lommel is het bijna 600 kilometer. En van Engeland naar Arromanches is het zo’n 200 kilometer varen. Als de geallieerden Arnhem weten te veroveren, zijn manschappen en zwaar materieel ruim 900 kilometer onderweg, gedeeltelijk door een nauwe corridor die wordt omgeven door vijandelijke troepen. De route via de haven van Antwerpen is honderden kilometers korter.

Verrassing

Maar waarom veroverden de geallieerden dan niet eerst de Schelde en omgeving, om Antwerpen veilig te stellen? Van Loo: „Montgomery wilde gebruik maken van het verrassende van de aanval en van een snelle opmars. Als hij de haven van Antwerpen had veiliggesteld, moest hij daarna nog de Westwall omzeilen. En het ging hem juist om het doorstoten naar Duitsland.”

Het feit dat de geallieerden in augustus en september snel door Noord-Frankrijk en België oprukken, lijkt te komen door een verzwakking van het Duitse leger. Rossmeisl betoogt dat dat slechts schijn is. De Duitsers trekken zich namelijk terug om te schuilen achter de grote rivieren.

In de haast om Arnhem te bereiken, maken de geallieerden in september nog een inschattingsfout. Ze laten de in Vlaanderen ingesloten troepen van het Duitse 15e Leger ontsnappen over de Westerschelde. Een deel blijft achter in Zeeuws-Vlaanderen en op Walcheren, waar ze in oktober en november veel weerstand bieden aan de geallieerden. Een ander deel versterkt het front in Zuid-Nederland en wordt ingezet om Amerikaanse parachutisten in Noord-Brabant te belagen.

Twee operaties

De aanval die Montgomery heeft bedacht, krijgt de codenaam Market Garden. Het behelst in feite twee operaties. Operatie Market houdt in dat in de buurt van enkele bruggen over de grote rivieren parachutisten worden gedropt. De parachutisten en luchtlandingstroepen moeten de bruggen bezetten en voorkomen dat deze worden opgeblazen door de Duitsers. Intussen gaat operatie Garden van start. Over een smal front met soms de breedte van slechts één weg moet zwaar materieel zoals tanks richting de bruggen om de lichtbewapende para’s te helpen. Rossmeisl: „Dit lijkt op de Duitse aanval van 10 mei 1940 in Nederland. Toen kwamen er ook parachutisten die de weg vrij moesten maken voor de hoofdmacht.”

Na inleidende bombardementen in onder andere Wageningen en Ede en bij Grave op zondag 17 september, landen duizenden parachutisten en luchtlandingstroepen bij de bruggen die ze moeten veroveren. Zweefvliegtuigen voeren kanonnen, jeeps, kleine bulldozers en ander materieel aan. Vanuit Lommel en Neerpelt rukken Shermantanks en andere voertuigen op naar het noorden. Ze hebben drie dagen om Arnhem te bereiken. „Maar als ze dat wilden halen, moesten wel alle stoplichten op groen staan”, zegt Rossmeisl.

Hells Highway

De Duitse tegenstand is zwaarder dan gedacht. Valkenswaard, Eindhoven en Son worden door de geallieerden veroverd. Een stuk noordelijker valt de brug bij Grave snel in geallieerde handen. Het tussenliggende deel, van Son via Veghel naar Grave, wordt zwaar door de Duitsers bestookt. De smalle corridor wordt in de dagen erna meermaals doorsneden door Duitse aanvallen. De route zal later Hells Highway (snelweg naar de hel) worden genoemd. Pas op 20 september weten de Amerikanen de brug bij Nijmegen met een heldhaftige en bloedige aanval te veroveren, nadat ze met bootjes de Waal zijn overgestoken.

Bij Arnhem gaat het mis. Van de aanvalsmacht komt slechts een deel onder leiding van luitenant-kolonel John Frost bij de belangrijke brug aan. Rossmeisl: „De geallieerden hadden vooraf gedegen onderzoek gedaan naar de landingsterreinen. Ze wilden niet ten zuiden van de Rijn landen, omdat hier geen geschikte landingsterreinen waren.” Geallieerden vrezen dat hier de grond te zacht is voor de zweefvliegtuigen. Ten noorden van de Rijn zijn er echter ook moeilijkheden. Piloten willen de gevaarlijke vliegbasis Deelen, ten noorden van Arnhem, vermijden. Bovendien is er rond de brug veel bebouwing. Daarom worden er landingsterreinen bij onder meer Wolfheze uitgekozen. Maar dat is zo’n 15 kilometer van de brug, dus minstens drie uur marcheren. Rossmeisl: „Hiermee ging het verrassingseffect van het veroveren van de brug verloren.”

Strategisch punt

Rond Arnhem liggen Duitse pantsereenheden. Die zijn niet op volle sterkte, maar kunnen wel optreden tegen de lichtbewapende parachutisten en luchtlandingstroepen. „De Duitsers lieten de eenheden daar uitrusten omdat ze wisten dat Arnhem een strategisch punt was.” De geallieerden weten van de aanwezigheid van de pantsers, maar schenken er geen aandacht aan.

Nadat de Duitsers hun verdediging op orde hebben gebracht, weten zij, na zware gevechten, uiteindelijk luitenant-kolonel Frost en zijn mannen aan de noordoever van de brug tot overgave te dwingen. Een deel van de andere luchtlandingstroepen ontsnapt in de nacht van 25 op 26 september bij Oosterbeek over de Nederrijn naar geallieerd gebied.

Wat was er gebeurd als de geallieerden in september toch Arnhem hadden veroverd? Van Loo: „Mogelijk zouden de geallieerden zich dan hebben vastgelopen vanwege de zeer lange logistieke lijnen. Er was dan bij Arnhem een geallieerd bruggenhoofd dat ze nauwelijks konden verdedigen. Market Garden was te ambitieus.”

Ondanks dat Market Garden mislukte, krijgen de geallieerden na de oorlog veel positieve aandacht. Van Loo en Rossmeisl schrijven dat toe aan meerdere oorzaken. Allereerst was Market Garden, net als de gewonnen Slag om de Schelde in oktober en november 1944, een van de weinige grote aanvallen op Nederlands grondgebied. Van Loo: „De Slag om de Schelde werd gezien als een lokale slag.” Dat is overigens ten onrechte. Een ander aspect dat meespeelt in de populariteit is de inzet van veel parachutisten. „Dat spreekt meer tot de verbeelding dan gevechten in de modder.”

Film

Maar wat zeker ook helpt aan de bekendheid van Market Garden is het maken van de film ”Theirs is the Glory”. Rossmeisl: „De geallieerde militairen die in 1944 vochten bij Arnhem en Oosterbeek keerden in 1945 terug om zelf een film te maken over hun nederlaag. Ze gebruikten daarbij de kapotte gebouwen en de voertuigen die er nog stonden. Ze wilden zelf in de hand houden hoe er achteraf over hen werd gesproken.” Bewoners van het gebied, die de militairen en de leidinggevenden herkennen, dragen de filmende geallieerden op handen. Niet de geallieerden waren in de fout gegaan, zo is de heersende mening, maar de Duitsers die de geallieerden wilden tegenhouden.