Gastvrijheid in de pastorie

75 jaar vrijheid
Naast de pastorie, 5 mei 1945. Links Louis, Dien en Anna Fraanje met neefje Joost Janse, vervolgens de Canadese soldaat Cecil Jones, twee onbekenden en Joost Fraanje. beeld fam. Fraanje
2

Niet alleen voor de vluchtelingen uit het oorlogsgebied waren de gevolgen van operatie Market Garden ingrijpend, ook voor degenen die hun onderdak boden. Het leidde tot tal van nieuwe, soms interkerkelijke contacten. Ds. J. Fraanje kreeg in Barneveld ds. J. Overduin op bezoek, dertien maanden na diens vrijlating uit concentratiekamp Dachau.

Anna Fraanje (1921-2015), dochter van ds. Fraanje (Gereformeerde Gemeenten), begon in een paars schrift aan een oorlogsdagboek. Ze beschreef de gebeurtenissen van 10 tot 18 mei 1940, bij het uitbreken van de oorlog. Het bleef bij drie kantjes. Pas in oktober 1944 ging ze verder.

Even blikte ze terug op 17 september: „Landing van Engelse parachutisten bij Arnhem.” Drie weken later werden de gevolgen in Barneveld merkbaar: „Zaterdag 7 oktober 1944 kregen we de eerste vluchtelingen. Wed. Kooij, 75 jaar, en dochter, godsdienst Gereformeerd. Waren eerst in Velp geëvacueerd geweest, moesten daar weer weg en van Velp tot Hoenderloo lopen, verder met een Roode Kruiswagen naar Barneveld gebracht. Een nacht bij ons geslapen.”

Dinsdags kwam de volgende gast: „Mej. Van Rijn, 56 jr., godsdienst Katholiek. Woonde samen met twee zusters, zij kon niet fietsen. Een nacht bij ons geslapen.” Anna’s broer Joost bracht de vrouw ’s morgens per tandem naar Garderen.

Brombeer

Die dag kwam er een 80-jarige doopsgezinde Arnhemmer met dochter en hondje. „Die hond moest bij haar slapen, anders ging hij geweldig tekeer. ’s Morgens heeft ze hem bij de veearts af laten maken. Zij was een rare, en de oude heer stokdoof en een brombeer.”

De volgende dag werd het predikantsgezin weer met andere ellende geconfronteerd: „Fam. Bras, een jong echtpaar met baby van drie weken. Toen de baby drie dagen oud was, werden ze door de Duitsers hun huis uitgejaagd en werd het in brand gestoken. Ze hadden niets kunnen redden als de koffer met babykleertjes en wat ze aanhadden. Godsdienst Chr. Gerefm.”

Daags daarna stond een invalide weduwe met haar dochter op de stoep. Een dag later een andere weduwe. Ze huilde omdat ze haar dochter en schoonzoon al drie weken kwijt was. Toen de Fraanjes bij het Rode Kruis gingen informeren, bleek dat haar kinderen in Ede verbleven. Daar ging ze naartoe.

In de sloot

De Barneveldse pastorie was een doorgangshuis. Elke dag waren er weer andere gasten, meestal voor één nacht. Ook op de 66e verjaardag van ds. Fraanje –20 oktober– stond dat niet stil.

Er waren nette mensen bij, en minder nette. Eén echtpaar maakte er een „vieze smeerboel” van.

En zo waren er zo veel ontheemden, en ditmaal duurde dat veel langer dan in mei 1940, toen de familie Fraanje zelf weg moest en enkele dagen in Nunspeet verbleef. Twee dames uit Nederlands-Indië voelden zich niet erg ontheemd; „ze vonden het leuk om van de ene plaats naar de andere te trekken.” Ze gingen nog even terug naar Arnhem om spullen op te halen, maar ze mochten de geteisterde stad niet in. „Vrijdag 3 nov. kwamen ze ’s avonds in de pikke donker terug. De ene had in een sloot gezeten, je lachte je slap hoe ze dat vertelde”, noteerde Anna Fraanje.

Dachau

Ds. H. L. Both, gereformeerd predikant in Arnhem, verbleef van 4 tot 7 november bij ds. Fraanje. De Arnhemse gereformeerde kerk had meer predikanten, en een van hen kwam ds. Fraanje bezoeken: „Ds. Overduin, Gerefm. predikant te Arnhem. Ds. was in Kampen geëvacueerd en kwam op de fiets hierheen om zijn gemeenteleden te bezoeken. Een reuze aardige man, heeft erg veel verteld, heeft 1,5 jaar in een concentratiekamp in Duitsland gezeten en zoveel meegemaakt, daar kan wel een boek van geschreven worden.

Zondag 19 november heeft de Ds. hier ’s morgens gepreekt. Joost is naar de kerk geweest en vond dat hij erg mooi gepreekt had. ’s Zondagsmiddags moest Ds. in Nijkerk preken en ging dan weer naar Kampen. Als Ds. weer in Barneveld komt, hoopt hij weer bij ons te komen.”

Het genoemde boek kwam er: ds. J. Overduin (1902-1983) werd later bekend door zijn publicatie ”Hel en hemel van Dachau”.

Duitsers ingekwartierd

Anna ging een paar dagen naar familie in Zeist en Mijdrecht. Toen ze wegging, „was er geen mof meer in het dorp”, maar toen ze op 29 november 1944 terugkwam, „krioelde” het er weer van. „Er waren er bij ons ook twee ingekwartierd. Ze hadden het zegel van ’t electrisch verbroken en de stoppen er ingedaan; en nu hadden we electrisch, dat was de enige goede zijde ervan.” De Duitsers vertrokken in het holst van de nacht.

Voor de schoonmoeder van ds. Fraanje, die bij het gezin inwoonde, moet het allemaal belastend zijn geweest, want ze tobde met gezondheidsproblemen. Op 1 december is ze op 90-jarige leeftijd overleden.

Dankbaar

Het dagboek van Anna Fraanje eindigt halverwege een bezoek aan Zeeland, eind juli 1945. Ze bewaarde nog meer uit die tijd: brieven van de Nederlandse artsen aan rijkscommissaris Seyss-Inquart, bonkaarten, een briefje van het Rode Kruis waarmee ds. Fraanje evacués kreeg toegewezen en briefkaarten die vluchtelingen later naar het predikantsechtpaar stuurden om te bedanken voor de geboden hulp.