Muskusossen spotten in de Noorse septemberzon

Vakantie 2018
Hoewel muskusossen er log uitzien, kunnen ze zestig kilometer per uur halen. beeld RD
9

Eén rare beweging van hond Tell en de dichtstbijzijnde muskusos reageert direct. „Wegwezen”, sist gids Sigbjorn Frengen. Gelukkig lijkt de reactie van het dier een schijnbeweging. Als hij echt op ons was afgekomen, was een van ons volstrekt kansloos geweest, want het logge beest haalt 60 kilometer per uur. Welkom in Nationaal Park Dovrefjell voor een muskusossafari. Deelname is op eigen risico.

Het is deze laatste donderdag van september prachtig weer in het Noorse Hjerkinn, zo’n 2,5 uur rijden ten zuiden van Trondheim. Het is weliswaar kouder dan 10 graden, maar de uitbundig schijnende zon maakt alles anders. Ik ga vandaag met gids Sigbjorn Frengen (27) op muskusossafari. Op enkele verdwaalde dieren in Zweden na is Noorwegen de enige plaats in Europa waar muskusossen te vinden zijn. In Dovrefjell leven er zo’n 300 in het wild. Rond acht uur rijdt de gids met zijn landrover langs bij mijn houten vakantiehuis in Vanslia. Verblijven in een ”hytte” hoort natuurlijk bij een Scandinavische vakantie.

Onderweg is het meteen genieten. Autoweg E6 gaat dwars door het natuurgebied. De bomen en struiken hebben schitterende herfstkleuren. Links en rechts doemen majestueuze bergen op. Twee keer zet Frengen de auto aan de kant. Met een verrekijker speurt hij de wijde omtrek af. De tweede stop is meteen de laatste. „Ik zie zeven muskusossen”, zegt hij opgetogen. Het besluit is snel gemaakt: de auto wordt geparkeerd en de wandelschoenen gaan aan. Hond Tell heeft ook geen verdere aansporing nodig.

Picknick

Wandelen in Dovrefjell-Sunndalsfjella is in de verste verte niet te vergelijken met een rondje over de Hoge Veluwe. We banen ons een weg door stevige vegetatie. Het grootste deel van de route gaat over allesbehalve een wandelpad. Een enkele keer moet er een beekje worden overgestoken. Daarbij doen grote stenen nuttig werk. Zo nu en dan kruist een grote, modderige plas ons pad, waarna er maar één ding op zit: er dwars doorheen. Sportschoenen zijn derhalve niet aan te bevelen.

Na een uur of twee wandelen en vergezichten vastleggen, komen we steeds dichter bij de muskusossen. Nadat we de dieren tot 200 meter zijn genaderd, houdt de gids halt. Hij legt uit dat we een kritische grens hebben bereikt en toeristen altijd wordt geadviseerd niet dichterbij te komen. „Laten we eerst gaan picknicken”, stelt hij voor. „De dieren kunnen dan aan ons wennen. Wij gaan kijken hoe ze op ons reageren.”

De meegenomen gasbrander komt uitstekend van pas. Uit door Tell meegetorste bagagetassen vist Frengen koffie. Een klein kwartier later nippen we aan het zwarte goud en genieten we van verse kaneelrollen. „Die heb ik vanmorgen ingeslagen bij de beste bakker van Noorwegen.”

Steenarend

De muskusossen trekken zich niets van onze aanwezigheid aan. Er lijkt weinig op tegen om na de lunch te proberen wat dichterbij te komen. Al foto’s makend, naderen we de dieren tot zo’n 50 meter. Ineens dreigt het mis te gaan. Tell heeft de afgelopen dagen veel te weinig beweging gehad en het rusteloze dier probeert dat in één dag volledig te compenseren. De hond zakt door zijn poten en maakt wat rare geluiden. De dichtstbijzijnde muskusos reageert meteen en maakt aanstalten om op ons af te stormen. „Wegwezen”, sist Frengen.

Gelukkig lijkt de reactie van het dier een schijnbeweging. Opgelucht halen we adem. Aangezien het dier een snelheid van 60 kilometer per uur kan halen, was een van ons kansloos geweest. Elk jaar moeten er toeristen vluchten voor de dieren, weet Frengen. „Meestal loopt het goed af. Volgens mij is het slechts een enkele keer voorgekomen dat een muskusos een mens heeft gedood, maar dat is al lang geleden.”

Nadat we voldoende foto’s hebben gemaakt, wandelen we terug naar de parkeerplaats. We krijgen nog een mooie toegift als vanuit het niets ineens een grote roofvogel hoog boven onze hoofden zweeft. Speurend door zijn verrekijker constateert Frengen dat het een „golden eagle” is, een steenarend.

Cultuur en natuur in Trondheim

Een bezoek aan de regio Trondelag is niet compleet zonder een stedentrip Trondheim. Olaf Tryggvason (Olaf I) stichtte de stad in 997. Deze man, die een belangrijke rol speelde in de bekering van de Vikingen tot het christendom, kijkt vanaf een sokkel op de grote markt uit over de stad.

Olaf Haraldson (Olaf II) trad in de voetsporen van zijn voorganger. Hij dwong Noren met grof geweld tot aanvaarding van het christelijk geloof. Naar verluidt ligt hij begraven onder de Nidarosdomkerk.

Of dat nu wel of niet klopt, het bezichtigen van de imposante kathedraal is alleszins de moeite waard. Orgelliefhebbers kunnen hun hart ophalen aan het Wagnerorgel uit 1741 en het Steynmeyerorgel uit 1930. Het laatste is met 139 stemmen een van de grootste orgels uit Noord-Europa.

De stad heeft prachtige doorkijkjes. Met zijn gekleurde houten huisjes is Bakklandet waarschijnlijk de leukste buurt. Trondheim heeft onder meer een Joods museum. In het Sverreborg Trøndelag Volksmuseum is onder meer de rond 1170 gebouwde staafkerk uit Haltdalen te zien.

Om Trondheim goed te leren kennen, is een wandeling met een gids aan te bevelen. Wordt de stad uiteindelijk toch te benauwend? Bymarka en Estenstadmarka zijn prima uitwijkmogelijkheden. In deze „achtertuinen” van Trondheim zijn vele wandelroutes uitgezet. In Bymarka is het zelfs mogelijk om een eland, das of veelvraat tegen te komen. En wie vissen wil, kan terecht in rivier de Nivelda of het Trondheimfjord.

>>visitnorway.nl