Column: Omrijden

Column Wim van Egdom
Corona-bevelen. beeld RD

Het is bizar hoe een maatschappij in een paar maanden tijd kan veranderen. Van een mondige, vrije samenleving waar mensen zich door niets en niemand laten gezeggen, naar een samenleving die het ene bevel na het andere krijgt en die bevelen nog opvolgt ook. Voor de helderheid: dat is iets om blij mee te zijn. Ook al is het, nu de dreiging van corona minder lijkt te worden, in de mode om regering en premier van hysterie of bangmakerij te beschuldigen, ik doe daar niet aan mee. Er zijn landen genoeg waar de regering minder begaan is met de volksgezondheid.

Maar bijzonder blijft het. Dat we sinds een week of acht ineens in een soort beveldemocratie leven.

Blijf thuis!

Houd afstand!

Hou vol!

Tijdens zijn persconferenties spreekt een liberale premier het libertijnse Nederlandse volk toe alsof hij een schoolklas pubers voor zich heeft. Het volk heeft het goed gedaan. Heeft goed geluisterd. Maar als het de komende dagen weer te druk wordt, dan... En dan kijkt hij streng in de camera om iedereen te doordringen van de ernst van de situatie. Met succes.

Een ietwat schamper lachje kon ik niet onderdrukken toen de premier zei dat we met elkaar versoepeling hadden verdiend. En let dan vooral op dat laatste woordje. Ik hoefde m’n moeder niet eens te bellen om haar te horen zeggen: „Ach jong, als we kregen wat we verdienden...”

Het ergste bevel vind ik die twee woorden die in den lande een soort groet zijn geworden: „Blijf gezond!” Zeker, je kunt het als een wens opvatten en dan zijn er slechtere wensen te bedenken. Maar ik lees en hoor die woorden toch altijd weer als een opdracht. En wat moet ik met zo’n bevel? Dat het een lege, ongedekte cheque is, moet iedereen na duizenden doden toch wel weten.

Eén bevel is er dat me iedere keer wél raakt als ik het lees. Het staat op een bord bij de Grote Kerk in m’n woonplaats. „Wees sterk en houd moed.”

Je hoeft niet heel veel Bijbelkennis te hebben om te weten dat hier een tekst uit Jozua geciteerd wordt.

Als ik de stad waar ik woon met de auto in- of uitrijd, kan ik twee routes nemen. Of de kortste langs een billboard waarop de plaatselijke schouwburg me toeschreeuwt dat ik gezond moet blijven, of een iets langere route langs het bord bij de kerk.

Sinds het bord er staat, rijd ik om.