Synode CGK zoekt naar juiste weg uit impasse

Synode CGK 2019
In de Oenenburgkerk in Nunspeet begon dinsdag de eerste zittingsweek van de generale synode van de Christelijke Gereformeerde Kerken. De 52 afgevaardigden vergaderen tot en met vrijdag, onder meer over kerk en Israël, vrouw en ambt en evangelisatie. beeld RD, Henk Visscher

De generale synode van de Christelijke Gereformeerde Kerken moet geen stappen doen waarvan ze de gevolgen niet kan overzien, vindt ds. J. G. Schenau. „En dat gebeurt als we nu een keuze maken voor een van de drie oplossingsrichtingen.”

Hoe zit het ook alweer met de oplossingsrichtingen? Enkele christelijke gereformeerde kerken hebben inmiddels vrouwen in het ambt bevestigd. Andere gemeenten overwegen dat te doen. De Christelijke Gereformeerde Kerken (CGK) wijzen vrouwelijke ambtsdragers officieel af, maar de Gereformeerde Kerken vrijgemaakt en de Nederlands Gereformeerde Kerken, met wie op plaatselijk vlak veel wordt samengewerkt, doen dat niet. Dit leidt soms tot spanningen.

In hun rapport vragen deputaten eenheid de generale synode om in deze impasse leiding te geven. Ze stellen drie mogelijke oplossingsrichtingen voor. De eerste is „onverkort vasthouden” aan de in de CGK bij meerderheid genomen besluiten, bijvoorbeeld over vrouw en ambt en homoseksuele relaties.

Een andere oplossingsrichting zou zijn om binnen de CGK meer ruimte te laten voor verschillende standpunten. De visie op vrouw en ambt wordt dan aan de vrijheid van de plaatselijke kerken overgelaten.

Een derde oplossingsrichting is dat een gemeente die wil afwijken van een CGK-besluit dit kenbaar moet maken aan de classis. Daarna zal de classis bij stemming laten weten of de gemeente met haar afwijkende praktijk al dan niet „aanvaard” kan blijven.

Ruimte

Op de synode zijn de meningen verdeeld over de juiste route. Ds. P. J. den Hertog (Amsterdam) vraagt om ruimte voor plaatselijke kerken. „Het gereformeerde protestantisme is breder dan wij weten.”

Ds. C. J. Smits (Purmerend) zegt dat de tweede optie –meer ruimte voor plaatselijke gemeenten– acceptatie van „onopgeloste verdeeldheid” en „zonde van verdeeldheid” betekent. Dat zou immers betekenen dat wat in de ene gemeente goed is, is een andere gemeente als „ketterij” wordt gezien. De eerste optie (vasthouden aan landelijke afspraken) moet volgens hem wel gepaard gaan met schuldbelijdenis, bekering en het streven naar landelijke eenheid.

Als besluiten worden overgelaten aan plaatselijke kerken, dan is dat volgens ds. H. Polinder (Urk-Maranatha) in strijd met de Schrift, de belijdenis en het kerkmodel. Dan komt volgens de predikant het „bestaansrecht” van de CGK in het geding. „Dan is het de vraag of de Afscheiding in 1834 wel nodig is geweest, of de vorming van de CGK in 1892.”

Ouderling H. J. Sok (Winsum) gaat ook voor optie A. Hij vindt dat als de kerken in de generale synode gezamenlijk een besluit nemen, gemeenten zich daaraan moeten houden. „Het gaat om de uitleg van het Woord. Er kan toch maar één uitleg juist zijn?”

Diaken G. Veuger (Zwolle) zegt dat je op grond van de Bijbel tot verschillende conclusies kunt komen. „Als we elkaar geen ruimte geven, dan zullen we niet het Woord van God gestand doen.”

Ds. P. D. J. Buijs (Nunspeet) zegt dat de CGK begrip moeten hebben voor de moeilijke positie van samenwerkingsgemeenten, die soms „gemangeld” worden door verschillende besluiten van de kerkverbanden waartoe ze behoren. „Deze gemeenten zijn echter zeker niet verplicht om vrouwelijke ambtsdragers te bevestigen. Kies je ervoor om dat wel te doen, dan is dat een bewuste keuze en zet je de onderlinge band onder grote druk.”

Zo’n gemeente onttrekt zich ”de iure” (volgens het recht) aan het kerkverband. „Maar feitelijk nog niet. Maar deze gemeenten zullen wel bereid moeten zijn de consequenties te aanvaarden.”

Ds. Buijs vraagt aandacht voor gemeenteleden die niet blij zijn met de koers van hun kerkenraad. „Is het bevestigen van vrouwelijke ambtsdragers zo principieel dat band met de CGK op het spel moet worden gezet?”

Ds. Schenau (Nunspeet-Ichthus) pleit voor het instellen van een deputaatschap ”perspectief”, dat zich onder meer gaat bezighouden met de vragen die nu op tafel liggen. Dat kan rapporteren op de volgende generale synode, in 2022, of eerder.

Maar zover is het nog niet. De huidige synode komt later terug op de „oplossingsrichtingen” en neemt dan een besluit.