Ontmoetingsdag in Urk: Kathedraal gereformeerde gezindte vertoont scheuren

Lerend ouderling H. Bor was zaterdag een van de sprekers tijdens de jaarlijkse ontmoetingsdag van de stichting Bewaar het Pand (binnen de Christelijke Gereformeerde Kerken) te Urk. beeld Sjaak Verboom

„Heeft de gereformeerde zuil zijn tijd gehad, gezien de kerkverlating?” Die vraag wierp de christelijke gereformeerde emeritus predikant P. Roos zaterdag op tijdens de ontmoetingsdag van de stichting Bewaar het Pand in Urk.

De ontmoetingsdag, die zo’n tweehonderd belangstellenden trok, was volgens ds. Roos ook een dag van verootmoediging – rond Daniël 9.

Daniël ontdekte in de boeken dat Jeremia had geprofeteerd dat in zeventig jaar de vervulling van de verwoesting van Jeruzalem was geschied. „Een ongekend dieptepunt, waarvan Daniël de nood voelde”, aldus ds. Roos.

Zoals Daniël kon tellen, moeten ook wij de tijd verstaan en het Woord van God tellen, stelde de emeritus predikant uit het Friese Bergum. „Onze tijd lijkt veel op die van Daniël, als we zien hoe de kathedraal van de gereformeerde gezindte scheuren vertoont. Heeft de zuil zijn tijd gehad, ook gezien de velen die de kerk verlaten?”

Van kerkverlating is niet alleen sprake als –met name– jongeren de kerk vaarwel zeggen, zei ds. Roos. Ook als kerkgangers de Heere verlaten, is dat kerkverlating. „Hoe lang zal de Heere nog onder ons zijn?”

Verootmoediging

„Verootmoediging begint bij onszelf”, stelde ds. A. van Heteren, predikant van de christelijke gereformeerde kerk te Urk (Eben-Haëzer). „Daniël wijst niet met de beschuldigende vinger naar anderen. In ware, doorleefde verootmoediging doet hij schuldbelijdenis en zegt: „Wij hebben gezondigd.” Moeten ook wij niet zeggen gezondigd te hebben door het overtreden van Gods geboden?”

Kijkend naar onze kerken is er volgens de Urker predikant alle reden om met Daniël te spreken van de beschaamdheid der aangezichten. „Maar Daniël spreekt ook van Gods verbondstrouw. Die geldt ook onze tijd. In de weg van verootmoediging geeft Gods verbondstrouw verwachting.”

Gebed

Over Daniëls gebed sprak lerend ouderling H. Bor uit Poederoijen. „Daniël was met zijn gebed voor de kerk de tolk voor het volk.”

Daniël bad voor de beëindiging van Gods toorn en grimmigheid over de stad Jeruzalem en deed een beroep op Gods barmhartigheid, aldus Bor. Had Daniël dan schuld aan wat zijn volk had gedaan? „Daniël herinnert zijn God eraan hoe Hij Zijn volk uit Egypte gevoerd had met een sterke hand. Zo heeft Hij Zich een Naam gemaakt.”

Daniël pleit in zijn gebed op die Naam, zei de lerend ouderling, „maar voegt eraan toe dat wij gezondigd hebben en goddeloos zijn geweest. Daniël sluit zich daar helemaal bij in.”

Gods antwoord

Ds. K. Visser bezag hoe Daniël antwoord kreeg op zijn gebed. „Daniël bad door het geloof, ziende op God Die vergeeft”, aldus de predikant uit Barendrecht. „Zijn gebed was een pleitend bidden. De drijfveer van zijn gebed was de eer van God.”

„Daniëls gebed wordt nog verhoord tijdens zijn bidden”, zei ds. Visser. „Hij ziet Gabriël komen, die hem aanraakt omtrent de tijd van het avondoffer. De engel laat Daniël voelen dat de grond van dat offer niet meer in de tempel ligt, maar in het ene offer van Christus. Daniël krijgt drie antwoorden. Gabriël is van Godswege gezonden om het Woord uit te leggen. Dat Woord bemoedigt Daniël en hij krijgt te horen een gewenst man te zijn. Daniëls zonden zijn hem vergeven.”