GKV-synode: Ruimte voor vrouwen als ouderling en diaken

Synode GKV 2017
Met het opsteken van de hand stemmen negen synodeleden (niet allen in beeld) tegen de toelating van vrouwen tot het ambt van ouderling. beeld RD
7

De generale synode van de Gereformeerde Kerken vrijgemaakt (GKV) ziet ruimte voor de openstelling van de ambten van ouderling en van diaken voor vrouwen.

Tot die conclusie kwam de kerkvergadering donderdag in Elspeet.

De synode stemde met 30 stemmen voor en 2 tegen voor de openstelling van het diakenenambt. Voor de openstelling van het ouderlingenambt stemden 23 afgevaardigden, negen synodeleden waren tegen.

De kerkvergadering besluit vrijdag over het al dan niet openstellen van het predikantsambt voor vrouwen. Ook komt dan aan de orde hoe de besluiten over de toelating van vrouwen in de ambten precies worden geïmplementeerd.

De synode behandelde donderdag een serie voorstellen, tegenvoorstellen en amendementen. Daarvan bleken uiteindelijk alleen enkele licht aangepaste voorstellen van de deputaten man, vrouw en ambt te kunnen rekenen op steun van de vergadering.

In een vroeg stadium sneuvelde al een tegenvoorstel van ds. C. van Dijk (Ommen) en J. J. van der Tol (Blija), die nadere studie vroegen naar onder meer de ambtsvisie, het hoofdschap van Christus over de man en van de man over de vrouw, de scheppingsorde en de gelijkwaardigheid van man en vrouw. Er bleek in de vergadering onvoldoende steun om dit tegenvoorstel te bespreken.

Een tweede tegenvoorstel, van dr. M. van Loon (Dalfsen) en anderen, stelde geen ruimte te zien voor openstelling van de ambten van predikant en ouderling voor vrouwen. Wel wilden de indieners maximale ruimte zoeken voor vrouwen om taken te verrichten in het kerkelijke leven, onder meer door het ambt van diaken open te stellen en dit breder in te vullen. Bovendien zou aan vrouwen preekconsent verleend kunnen worden.

Dat dit voorstel het niet haalde, lag er vooral aan dat veel afgevaardigden het als vlees noch vis beschouwden. Ds. K. Harmannij (Best): „Het lukt ons niet om Schriftuurlijk te onderbouwen dat het ambt van ouderling of predikant gesloten moet blijven voor vrouwen.” Woordvoerder Avelien Haan van het deputaatschap man, vrouw en ambt stelde dat het voorstel-Van Loon een tussenstap zou vormen. Zij bepleitte het overnemen van het deputatenvoorstel om alle ambten te openen en om te zoeken naar een gefaseerde invoering van de genomen besluiten.

Een aanvullend besluit, voorgesteld door ds. Harmannij, werd ook niet overgenomen door de vergadering. De predikant bepleitte ruimte voor het loslaten van de traditie om alleen mannen te benoemen tot ambtsdrager en vrouwen „categorisch van alle ambten uit te sluiten”. Er was kritiek op de formulering dat het een „traditie” zou zijn om alleen mannen in de ambten te benoemen. „Dit doet geen recht aan dat de opvatting dat alleen de man in de ambten mag dienen, volledig op de Schrift is gegrond”, aldus ouderling Van der Tol.

De synode stemde aan het einde van de middag na korte bespreking in met het deputatenvoorstel om vrouwen toe te laten tot het diakenenambt. De rest van de vergadering, die tegen 10 uur ’s avonds afgerond werd, ging op aan besprekingen over het toelaten van vrouwen tot het ambt van ouderling. Anders dan bij het diakenenambt, waarbij 30 van de 32 afgevaardigden voor opening daarvan waren, hadden synodeleden meer kanttekeningen bij de openstelling van het ambt van ouderling. Ds. M. E. Buitenhuis (Burgum): „Ik blijf het gevoel houden dat in het deputatenvoorstel een kleinere lijn uit de Bijbel tot een grote lijn gemaakt wordt. Ik zie een duidelijke lijn dat mannen geroepen worden tot priester, profeet, apostel. En een kleinere lijn van bijzondere taken voor vrouwen, maar nergens lees ik dat ze worden geroepen tot priester, profeet, apostel of oudste.”

Een aantal synodeleden dreigde aanvankelijk tegen het deputatenvoorstel te stemmen, omdat ze de onderbouwing vanuit de Schrift onvoldoende vonden. De deputaten kwamen daarop na een korte schorsing met een tussenbesluit als onderbouwing van de daarna volgende besluiten over ouderling en predikant. Daarbij werd gebruikgemaakt van de inbreng van preses ds. M. H. Oosterhuis, die in een eerder stadium een door hem ingediend amendement had ingetrokken waarin juist deze onderbouwing werd geleverd. Dit tussenbesluit werd aangenomen met 23 stemmen voor, 7 tegen en 2 onthoudingen. Daarna werd meteen gestemd over vrouwelijke ouderlingen. Hier stemden 23 afgevaardigden voor en 9 tegen.

Meer synodenieuws in het dossier GKV synode 2017.