Ds. P. Mulder (GG) over ‘Bodegraven’: Kerkelijke eenheid niet forceren

Ds. P. Mulder. beeld Sjaak Verboom

In de gereformeerde gemeente (gg) te Bodegraven gaat donderdagavond, waarschijnlijk voor het eerst in de geschiedenis van de GG, een predikant van de Hersteld Hervormde Kerk voor in een reguliere kerkdienst. Enkele vragen aan ds. P. Mulder, voorzitter van het deputaatschap kerkrecht.

Hoe uniek is wat er in Bodegraven gebeurt?

„In strikte zin is het denk ik uniek wat er in Bodegraven gebeurt. Zeker, er zijn interkerkelijke contacten rond bijvoorbeeld Hervormingsdag, of aan het begin van een nieuw schoolseizoen. Ook zijn er de bijeenkomsten in het kader van de GBS of SGP. Daarbij is het wel de bedoeling dat dit geen ambtelijke diensten zijn, met de zegengroet aan het begin en zegen aan het eind van de dienst. Het betreft dus geen kerkelijke diensten onder leiding van een geordende kerkenraad. Dat is in Bodegraven kennelijk anders.”

Wat zegt de kerkorde van de GG over het voorgaan in (week)diensten door predikanten van andere kerkverbanden, en andersom? Ds. G. H. Kersten was indertijd niet zo blij met de preekbeurten die ds. D. C. Overduin elders hield.

„In het verleden zijn er rond het voorgaan elders inderdaad wel spanningen ontstaan. Dat maakt voorzichtig, want je kunt iets doen wat in sommige opzichten goed overkomt, maar in andere opzichten spanningen teweegbrengt of nog erger.

Binnen de Gereformeerde Gemeenten is de lijn dat in ambtelijke diensten predikanten van het eigen kerkverband voorgaan. Er zijn geen regelingen zoals in de Hersteld Hervormde Kerk, Christelijke Gereformeerde Kerken of Protestantse Kerk in Nederland die het voorgaan van predikanten uit andere kerkverbanden regelen of op een bepaalde wijze mogelijk maken.”

Wat in Bodegraven gebeurt, lijkt onderdeel van een bredere ontwikkeling: de roep, met name vanaf het grondvlak, om openstelling van elkaars kansels wordt sterker. Vindt u dat er op dit punt iets geregeld zou moeten worden?

„Dat lijkt mij nu niet zo ineens aan de orde. Dit zou moeten samenhangen met een proces van wezenlijke en geestelijke herkenning en verbondenheid dat toch breed zou moeten leven. Dat moeten we niet forceren. Voor mij houdt dat niet in dat we gezamenlijke kerkdiensten moeten gaan beleggen.

Gelukkig is de omgang in het kerkelijke leven beter en vriendelijker geworden. Dat proces is niet alleen toe te juichen; het is ook echt noodzakelijk. We hebben elkaar zo nodig in deze tijd rond het absolute gezag van Gods Woord en bij de geestelijke inhoud van de gereformeerde belijdenis, die zo het wezen raakt van zaken als bekering en geloof. Laat ons gebed maar zijn om de bewaring van de kerk en de bekering van zondaren.

Soms denk je dat we beter formeel gescheiden kunnen leven maar waar mogelijk en nodig samenwerkend en met respect voor elkaar, dan dat wij mensen met veel geharrewar een geforceerde eenheid bewerken.”

Lees ook:

Wel op elkaars kansel, geen officiële kanselruil (rd.nl, 14-03-2016)

Kanselruil als blijk van onderlinge herkenning (rd.nl, 27-02-2016)

Dr. De Vries: Meer mogelijk rond kanselruil (rd.nl, 19-10-2016)

Ds. Egas op symposium Zeist: Gereformeerde Gemeenten zouden opener moeten zijn (rd.nl, 10-09-2016)